Duitse regionale minister-president pleit voor verbod op kritische media

De minister-president van Sleeswijk-Holstein, Daniel Günther (CDU), wil dat kritische media door de overheid kunnen worden gereguleerd, gecensureerd en in het uiterste geval verboden. Volgens Günther zouden alleen media die voldoen aan vastgestelde kwaliteitscriteria mogen deelnemen aan het publieke debat. Zijn uitspraken hebben geleid tot zware kritiek van juristen, oppositiepartijen en ook binnen zijn eigen partij, die spreken van een aanval op de persvrijheid en de democratische rechtsorde, meldt Junge Freiheit.
Günther deed zijn uitspraken in het ZDF-programma ‘Markus Lanz’. Daar sprak hij openlijk over ingrijpen door de overheid in het medialandschap. Toen de presentator samenvattend vroeg of hij ‘reguleren, censureren en in noodgevallen zelfs verbieden’ wilde, antwoordde Günther met ‘Ja’.
Verdeeldheid binnen de CDU
Ook binnen de CDU leidde dat tot verdeeldheid. Jan Jacobi, regionaal voorzitter van de christendemocratische vakbond CDA in Potsdam, schreef op X: ‘Ik ben geschokt dat een CDU-minister-president fantaseert over welke meningsuitingen in ons land nog toelaatbaar zouden zijn.’
Voormalig CDU-secretaris-generaal Ruprecht Polenz was juist positief. Hij schreef: ‘Günther heeft daarmee volledig gelijk.’ Ook Groene-Bondsdaglid Till Steffen schaarde zich achter de minister-president. CDU-voorzitter en bondskanselier Friedrich Merz reageerde niet.
‘Politici bepalen geen mediakwaliteit’
De scherpste kritiek komt van juristen. Staatsrechtsprofessor Volker Boehme-Neßler noemde de uitspraken ‘volledig in strijd met de Grondwet’. Hij zei op Welt-TV: ‘Het schrikt mij hoe weinig gevoel en hoe weinig kennis van de vrijheid van meningsuiting een Duitse minister-president heeft.’
Volgens Boehme-Neßler is het idee dat alleen media met door politici vastgestelde kwaliteitskenmerken mogen meedoen aan het publieke debat ‘volledig ongrondwettelijk’. Hij benadrukte: ‘Men mag polemiseren, men mag ook onzin vertellen. Dat hoort ook bij de vrijheid van meningsuiting en media, zolang er geen sprake is van volksophitsing en het niet strafbaar is.’ De beoordeling van kwaliteit ligt volgens hem bij de samenleving, niet bij de politiek.
‘Bodem van de democratische rechtsorde verlaten’
Günther rechtvaardigde zijn standpunt onder meer door te wijzen op alternatieve media. Volgens hem zouden zij met hun berichtgeving de benoeming van juriste Frauke Brosius-Gersdorf tot het Constitutioneel Hof hebben tegengehouden. Hij sprak daarbij van ‘vijanden van de democratie’.
Media-advocaat Joachim Steinhöfel reageerde fel tegenover Junge Freiheit. ‘Als Günther als minister-president media ‘vijanden van de democratie’ noemt en censuur en verdere ingrepen ten koste van de vrijheid van meningsuiting eist, heeft hij daarmee de bodem van de vrijheidsdemocratische rechtsorde verlaten.’


















































