JA21 steunt motie om Mercosur-verdrag snel in werking te laten treden

De Tweede Kamer heeft ingestemd met een motie om het EU-Mercosur-verdrag voorlopig in werking te laten treden. Het voorstel kwam van VVD-Kamerlid Silvio Erkens en werd mede ingediend door onder anderen JA21’er Michiel Hoogeveen. Met 77 stemmen voor haalde de motie een nipte maar beslissende meerderheid. Daarmee spreekt de Kamer zich uit vóór verdere handelsintegratie met Zuid-Amerika.
De stemming markeert een duidelijke koers. Een Kamermeerderheid wil niet wachten op langdurige juridische procedures, maar ziet het Mercosur-akkoord als een strategisch instrument voor Europa.
Wat staat er op het spel?
Aanleiding voor de motie was een besluit in het Europees Parlement. Daar stemde een meerderheid voor het inwinnen van juridisch advies bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Die stap moet duidelijk maken of het Mercosur-verdrag verenigbaar is met de Europese verdragen.
Volgens de indieners kan zo’n advies leiden tot jarenlange vertraging. Dat risico willen zij vermijden. In de motie staat dat handelsakkoorden als Mercosur „cruciaal zijn voor Europa om een eigen volwaardig machtsblok te worden”.
De Kamer verzocht het kabinet daarom om in de Raad van de EU steun uit te spreken voor het voorlopig in werking laten treden van het akkoord.
Brede steun, maar ook stevige tegenstand
De motie kreeg steun van VVD, D66, CDA, JA21 en 50PLUS. Samen waren die partijen goed voor 77 stemmen. Dat was net genoeg om de drempel van 75 te halen.
Tegen stemden GroenLinks-PvdA, PVV, Forum voor Democratie, BBB, ChristenUnie, SP, SGP, PvdD en DENK. Zij vrezen onder meer oneerlijke concurrentie voor Europese boeren, lagere standaarden of te weinig democratische controle.
Europa als handelsmacht
De voorstanders zien Mercosur vooral als geopolitiek dossier. Het akkoord verbindt de EU met landen als Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay. Samen vormen zij een grote markt voor landbouwproducten, grondstoffen en industrie.
Volgens de indieners kan Europa zich met zulke verdragen beter positioneren tegenover grootmachten als de Verenigde Staten en China. In hun ogen is uitstel geen optie in een wereld waarin handelsblokken steeds belangrijker worden.


















































