Cruciaal bewijs onder druk in moordzaak Charlie Kirk: herkomst kogel onzeker

In de Amerikaanse moordzaak rond de moord op commentator Charlie Kirk is nieuwe twijfel ontstaan over een belangrijk onderdeel van het bewijs. Volgens de verdediging kan een kogelrestant dat bij de autopsie werd gevonden niet overtuigend worden gekoppeld aan het geweer dat aan verdachte Tyler Robinson wordt toegeschreven. Dat blijkt uit een nieuw processtuk, meldt Deseret News. Ook persbureau AP meldt dat het forensisch onderzoek van het federale wapenbureau ATF die koppeling voorlopig niet definitief heeft kunnen maken.
De kwestie raakt de kern van een zaak die al maanden nationaal wordt gevolgd. Robinson (22) wordt verdacht van de moord op Kirk, die op 10 september 2025 werd doodgeschoten tijdens een bijeenkomst op de campus van Utah Valley University. Aanklagers willen de doodstraf eisen. Eerder meldde AP dat Robinson is aangeklaagd voor zware moord en dat hij zonder borg vastzit.
Verdediging wil meer tijd
De advocaten van Robinson gebruiken de nieuwe bevindingen om uitstel van de voorlopige zitting te vragen. Zij willen de behandeling met minstens een half jaar verschuiven. Volgens hen is het dossier uitzonderlijk groot en ingewikkeld. AP schrijft dat de verdediging nog een grote hoeveelheid materiaal moet doorspitten, waaronder duizenden digitale bestanden en forensische rapporten.
Daar komt bij dat er volgens de verdediging op meerdere stukken bewijs verschillende DNA-profielen zijn aangetroffen. Juist daarom, zo stellen de advocaten, is extra tijd nodig om deskundigen in te schakelen. In het verzoekschrift wordt gesproken over specialisten op het gebied van forensische biologie, genetica, techniek en statistiek, die moeten beoordelen hoe die DNA-mengsels precies moeten worden gelezen.
ATF kon kogel niet eenduidig koppelen
Het meest opvallende punt zit in het ballistisch onderzoek. De verdediging stelt dat het Bureau of Alcohol, Tobacco, Firearms and Explosives de fatale kogel niet eenduidig heeft kunnen koppelen aan het geweer dat volgens de aanklagers het moordwapen is. AP bevestigt dat het gaat om een voorlopig rapport en meldt dat aanvullend onderzoek nog loopt. De FBI voert volgens datzelfde bericht nog extra tests uit.
Dat betekent niet automatisch dat het andere bewijsmateriaal wegvalt. De aanklagers beschikken volgens eerdere berichtgeving over meer belastende elementen, waaronder DNA-sporen in de buurt van het wapen en berichten die Robinson na de schietpartij zou hebben verstuurd. AP meldde eerder dat DNA op een handdoek rond het geweer en op een schroevendraaier bij de plek van het delict overeenkwam met Robinson.
Aanklagers wijzen op berichten en bekentenis
Volgens de aanklagers reed Robinson drie uur naar de universiteit om Kirk te doden. Reuters meldde eerder dat het Openbaar Ministerie stelt dat Robinson Kirk wilde treffen vanwege diens politieke opvattingen. In tekstberichten aan een huisgenoot zou hij hebben geschreven dat hij Kirk had gedood omdat hij “genoeg had van zijn haat”.
Ook andere berichten spelen een grote rol in het dossier. Volgens processtukken zou Robinson na de schietpartij hebben geschreven dat het geweer het enige bewijs was dat hij had achtergelaten. Hij zou hebben geprobeerd het wapen op te halen en zich zorgen hebben gemaakt over mogelijke vingerafdrukken. Ook zou hij zijn huisgenoot hebben gevraagd om berichten te verwijderen. Daarnaast zou Robinson later tegenover zijn vader hebben bekend dat hij verantwoordelijk was voor de moord. Eerder meldde AP dat zijn vader de autoriteiten inschakelde nadat hij een familiewapen op vrijgegeven politiefoto’s herkende.
Proces al langer onder spanning
De zaak staat niet alleen onder druk door het forensisch debat. Eerder probeerde de verdediging ook al het Openbaar Ministerie uit de zaak te krijgen. Daarvoor voerde zij aan dat een dochter van een aanklager getuige was van de schietpartij en dat dit de beslissing om de doodstraf te eisen mogelijk heeft beïnvloed. Een rechter ging daar vorige maand niet in mee. Reuters meldde dat de rechter oordeelde dat de keuze voor de doodstraf zelfstandig en op basis van het bewijs was genomen.
Daarmee blijft de vraag nu vooral hangen boven de kwaliteit van het forensisch bewijs. De verdediging probeert te laten zien dat de zaak minder sluitend is dan tot nu toe werd aangenomen. De aanklagers zullen daar tegenover zetten dat het dossier veel breder is dan alleen het ballistisch onderzoek.
Op 17 april buigt de rechtbank zich opnieuw over procedurele kwesties. Daarbij komt onder meer de vraag aan bod of camera’s en microfoons in de rechtszaal worden toegestaan. AP meldt dat de voorlopige zitting nu voor mei staat gepland, terwijl de verdediging eerst meer tijd wil om het dossier volledig te kunnen beoordelen.




















































