Nederland financiert ngo die procedeert rond Hongaarse verkiezingen, erkent kabinet

De Nederlandse overheid steekt miljoenen in een ngo die via de rechter toegang probeert te krijgen tot data rond verkiezingen in Hongarije. Tegelijk weigert het kabinet te vertellen onder welke subsidievoorwaarden dat geld is verstrekt. De combinatie van publieke financiering, juridische druk en gebrek aan transparantie maakt deze zaak explosief, zeker in een tijd waarin de rol van de EU bij nationale verkiezingen steeds vaker ter discussie staat.
De aanleiding ligt bij Kamervragen van FVD-Kamerlid Ralf Dekker over de organisatie Democracy Reporting International (DRI). Deze ngo voert samen met andere partijen een rechtszaak tegen platform X om toegang te krijgen tot data rond de Hongaarse verkiezingen. Het doel is onderzoek naar desinformatie en mogelijke beïnvloeding van het publieke debat.
De zaak draait om de Digital Services Act (DSA), een Europese wet die grote online platforms verplicht om onder voorwaarden data te delen met onderzoekers. Volgens DRI voldoet X niet aan die verplichting, meldde EUobserver vorige maand. In de praktijk betekent dit dat een ngo via de rechter probeert toegang te krijgen tot online communicatie rond verkiezingen in een andere EU-lidstaat.
Dat maakt de zaak politiek gevoelig, omdat het raakt aan nationale verkiezingsprocessen. Volgende maand vinden de parlementsverkiezingen in Hongarije plaats, die extra beladen zijn omdat zittend premier Viktor Orbán opnieuw de grootste wil worden, terwijl de verhouding met de Europese Unie al langer onder spanning staat. Het is bovendien niet de eerste keer dat deze route wordt gebruikt. Dezelfde partijen spanden vorig jaar al een zaak aan om data rond beladen parlementsverkiezingen in Duitsland te verkrijgen.
Nederlandse subsidie: hoger dan verwacht
Uit de beantwoording van FVD-Kamervragen blijkt dat Nederland aanzienlijk meer geld heeft gegeven aan DRI dan eerder bekend was. In 2024 ging het om “ca. EUR 1,79 miljoen”.
De Kamer wilde weten waarvoor dat geld precies wordt gebruikt. Daarbij werd ook gevraagd of is overwogen dat subsidies indirect kunnen worden ingezet voor rechtszaken of activiteiten rond verkiezingen in andere lidstaten.
Op dat punt blijft het kabinet op afstand. “Gedetailleerde informatie over de subsidieafspraken kunnen niet aan uw Kamer worden toegestuurd omdat openbaarmaking van deze informatie betrokkenen kan schaden.”
Breder debat over Europese invloed op verkiezingen
De discussie over deze zaak speelt tegen de achtergrond van stevige politieke uitspraken over Europese invloed op nationale verkiezingen. Zo stelde AfD-leider Alice Weidel recent dat de Europese Unie actief probeert de Hongaarse verkiezingen te beïnvloeden. Volgens haar wordt economische druk ingezet om de positie van premier Viktor Orbán te verzwakken. Zij sprak in dat verband van een poging tot “regeringswisseling” en noemde het een “boevenstreek, EU-stijl”. Nu al overweegt Brussel harde maatregelen tegen Hongarije in het geval dat Orbán de nationale parlementsverkiezingen wint.
Daarnaast verscheen recent een rapport van het Amerikaanse Congres waarin expliciet wordt gesteld dat de EU zich in meerdere landen heeft gemengd in nationale verkiezingen. Daarbij worden onder meer Nederland, Frankrijk en Roemenië genoemd. Volgens het rapport werkten Europese instellingen samen met nationale overheden en sociale mediaplatforms om online content te sturen en bepaalde berichten te laten verwijderen. De Digital Services Act speelde daarbij een centrale rol. De conclusie uit het rapport is dat Europese invloed op nationale verkiezingen geen incident is, maar vaker voorkomt en structurele kenmerken heeft.
Tegelijk loopt binnen de EU zelf een onderzoek naar het zogeheten ngo-lobbyschandaal. Daarbij gaat het om Europese subsidies aan maatschappelijke organisaties die vervolgens actief lobbyen voor EU-beleid of juridische procedures voeren tegen lidstaten. In dat kader is ook de vraag opgekomen in hoeverre zulke organisaties nog onafhankelijk opereren, zeker wanneer een groot deel van hun budget uit publieke middelen komt. Tegen die achtergrond krijgt de financiering van organisaties zoals Democracy Reporting International, die betrokken zijn bij procedures rond verkiezingen, extra politieke lading.
Kabinet ziet geen probleem
Het kabinet ziet desondanks geen aanwijzingen voor ongeoorloofde beïnvloeding. “Het kabinet heeft geen signalen dat door Nederland of de EU gefinancierde organisaties ongeoorloofde invloed uitoefenen op verkiezingsprocessen.”
Ook benadrukt minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) dat de DSA geen bevoegdheid geeft om informatie te laten verwijderen of verkiezingen direct te sturen. Volgens hem biedt de wet alleen ruimte voor onderzoek naar systeemrisico’s op grote platforms. Tegelijk erkent het kabinet dat ngo’s publieke financiering ontvangen en actief zijn in dit soort trajecten.
De controle op deze subsidies verloopt volgens het kabinet via de reguliere begrotings- en verantwoordingscyclus. Ngo’s leggen zelf verantwoording af over hun uitgaven, waarna het ministerie die beoordeelt. Maar zonder toegang tot de onderliggende subsidieafspraken is het voor de Kamer lastig om te controleren waar het geld precies voor wordt ingezet.




















































