Boeren woedend over stikstofbrief minister: “De veehouderij moet en zal kapot!”

De woede onder boerenorganisaties is groot na de nieuwe Kamerbrief van Landbouwminister Jaimi van Essen (D66). Vooral Agractie reageert fel. Volgens de belangenclub betekent het beleid niets minder dan het einde van de veehouderij in Nederland.
De Kamerbrief beschrijft de aanpak van het kabinet voor landbouw, natuur en stikstof. In die zogenoemde samenhangende aanpak worden stikstofreductie, natuurherstel en veranderingen in de landbouw gecombineerd. Een ministeriële taskforce moet dit verder uitwerken langs meerdere pijlers en prioriteiten. Ook wordt ingezet op samenwerking met overheden en sectorpartijen. De lijn is duidelijk: de uitstoot moet omlaag en de landbouw zal zich moeten aanpassen.
Juist die voortzetting van bestaand beleid leidt tot frustratie bij Agractie. De organisatie had gehoopt op een andere koers, maar ziet dat het kabinet juist verder gaat op dezelfde weg. “Niet dat dit een complete verrassing is want de Kamerbrief bevat een aangescherpte versie van het coalitieakkoord,” schrijft Agractie in een persbericht. Volgens de organisatie wordt de ruimte voor boeren kleiner in plaats van groter. “In plaats van uit de stikstoffuik te zwemmen heeft het kabinet ervoor gekozen om de fuik verder dicht te trekken. Ontsnappen lijkt bijna niet meer mogelijk.”
De kritiek richt zich vooral op de uitgangspunten van het beleid. Volgens Agractie blijft het kabinet vasthouden aan een verkeerd beeld van de werkelijkheid. “Het tragische van de situatie is dat het beleid gebaseerd blijft op het frame dat het slecht gaat met de natuur en dat stikstof de (hoofd)oorzaak daarvan is.” Daarbij wijst de organisatie op “depositieberekeningen die aantoonbaar onjuist zijn” en analyses die volgens hen niet op orde zijn. Volgens Agractie ontstaat zo beleid dat leunt op modellen, terwijl metingen een ander beeld laten zien.
De gevolgen van die aanpak zijn volgens de boerenorganisatie ingrijpend. De veestapel zal krimpen, met directe impact op de voedselproductie. “Het beleid […] leidt onmiskenbaar tot een forse reductie van de veestapel en dus minder voedselproductie en dus minder voedselzekerheid.” Opvallend vindt Agractie dat dit thema ontbreekt in de plannen. “Het is veelbetekenend dat het woord voedselzekerheid in de brief niet één keer voorkomt.”
Daarnaast wijst de organisatie op verschillen met andere Europese landen. Volgens Agractie kiest Nederland voor een strengere aanpak dan landen als Duitsland en Frankrijk. Dat zou de sector op achterstand zetten. “Buiten Nederland is er niemand die snapt waarom Nederland het kind met het badwater weggooit,” stelt de organisatie. Ook de gekozen route met bedrijfsspecifieke normen en doelsturing wordt bekritiseerd. Die zou “desastreus uitpakken voor de veehouderijsector” en volgens Agractie een “doodlopende weg” zijn.
Agractie benadrukt dat het niet tegen emissiereductie is, maar pleit voor een andere aanpak. Minder dwang en meer ruimte voor innovatie en aanpassing van regels. Dat het kabinet die route niet kiest, leidt tot een harde eindconclusie. Volgens de organisatie lijkt het erop dat er weinig moeite wordt gedaan om de sector overeind te houden.




















































