D66-minister zet mes in landbouw: minder dieren, strengere normen

Het kabinet wil de landbouwsector de komende jaren ingrijpend veranderen. Uiterlijk in 2032 moet er een norm komen voor grondgebondenheid. Tegelijk worden strengere emissiedoelen voorbereid en wordt gewerkt aan nieuwe maatregelen die direct invloed hebben op boerenbedrijven. Landbouwminister Jaimi van Essen wil voor de zomer met een uitgewerkt plan naar de Tweede Kamer komen.
De plannen maken deel uit van een bredere stikstofaanpak. Daarbij ligt de nadruk op minder uitstoot, aanpassing van bedrijfsvoering en herinrichting van landbouwgebieden.
Norm voor grondgebonden landbouw
Een belangrijk onderdeel van het beleid is de invoering van een norm voor grondgebondenheid. Dat betekent dat het aantal dieren beter moet aansluiten bij de hoeveelheid beschikbare grond en de ruimte om mest te verwerken.
Volgens de minister zorgt dit voor een “betere balans is tussen dieraantallen en de mestproductie enerzijds en het grond en het grondareaal en de mestplaatsingsruimte in de landbouw anderzijds.”
Hoe die norm er precies uit gaat zien, is nog niet duidelijk. Wel staat vast dat het kabinet deze uiterlijk in 2032 wil invoeren.
Forse reductie van uitstoot
Naast grondgebondenheid zet het kabinet in op forse vermindering van de uitstoot van ammoniak. De doelstellingen zijn concreet: 23 tot 25 procent minder uitstoot in 2030; en 42 tot 46 procent minder uitstoot in 2035.. Deze doelen worden gebaseerd op het niveau van 2019 en moeten wettelijk worden vastgelegd.
Om dit te bereiken, werkt de overheid aan een combinatie van landelijke maatregelen en gebiedsgerichte aanpakken. Daarbij worden ook specifieke normen per bedrijf ontwikkeld.
Afroming en mogelijke ingrepen in rechten
Een van de maatregelen is zogenoemde afroming. Daarbij wordt een deel van de productierechten afgeroomd wanneer bedrijven worden overgedragen buiten de familie. Dit moet gelden voor sectoren zoals melkvee, varkens en pluimvee.
Daarnaast ligt er een zwaarder scenario op tafel. Als de doelen in 2035 niet worden gehaald, kan het kabinet ingrijpen in dier- en fosfaatrechten. Daarvoor wordt de wetgeving aangepast. Dat maakt duidelijk dat het beleid niet vrijblijvend is. Bedrijven die niet kunnen of willen aanpassen, kunnen uiteindelijk worden beperkt in hun productie.
Zonering rond natuurgebieden
Een ander belangrijk onderdeel is de invoering van zonering rond Natura 2000-gebieden. In deze zones gelden strengere regels voor stikstofuitstoot. Binnen die gebieden wordt gestuurd op extensievere landbouw en emissiearme veehouderij. Dat kan betekenen dat boeren minder dieren houden of hun bedrijfsvoering aanpassen.
Volgens de minister moet dit zorgen voor duidelijkheid. “Door bedrijven duidelijke, op extensivering gerichte, kaders mee te geven ontstaat helderheid en zullen gebiedsprocessen en grondmobiliteit worden versneld.”
Boeren krijgen volgens het kabinet tijd en ondersteuning om de overstap te maken. Dat kan via innovatie, aanpassing van het bedrijf, verplaatsing of in sommige gevallen beëindiging.
Focus op vijf regio’s
Het kabinet richt zich in eerste instantie op vijf gebieden: de Veluwe, de Peel, het Groene Hart, Hart van het Noorden en Noordwest Overijssel. In deze regio’s moet nog dit jaar worden gestart met de uitvoering van de plannen. Hoe groot de zones precies worden, is nog niet bekend.
Naast landbouwmaatregelen wordt ook gekeken naar natuurherstel. Denk aan aanpassingen in waterbeheer of andere ingrepen om natuurgebieden te versterken.
Hoop op oplossing voor PAS-melders
Met het totale pakket aan maatregelen denkt het kabinet ook een oplossing te kunnen bieden voor PAS-melders. Dit zijn boeren die eerder zonder geldige vergunning werkten onder het oude stikstofbeleid.
Volgens de minister kan er ruimte ontstaan als de natuurdoelen worden gehaald. Provincies zouden dan minder hoeven handhaven en boeren een structurele oplossing kunnen bieden.
Ondergrens voor stikstofberekening
Tot slot werkt het kabinet aan een nieuwe rekenkundige ondergrens voor stikstof. Die moet juridisch houdbaar zijn en duidelijkheid geven over wanneer een vergunning nodig is.
De minister erkent dat zo’n grens alleen kan worden ingevoerd als er aanvullende maatregelen komen. Daarom wordt samen met provincies onderzocht hoe dit precies vorm moet krijgen.















































