Kabinet zwijgt waar miljarden voor NAVO-norm naartoe gaan

Het kabinet werkt in stilte aan een miljardenplan voor infrastructuur en weerbaarheid. Het gaat om een NAVO-afspraak waarbij landen 1,5 procent van hun bbp moeten investeren in 'niet-militaire veiligheid'. Voor Nederland komt dat neer op ongeveer 18,5 miljard euro per jaar. Toch blijft het opvallend stil vanuit de betrokken ministeries waar dit geld aan zal worden besteed.
De afspraak komt voort uit een bredere NAVO-norm waarbij lidstaten hebben afgesproken om in totaal 5 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) te besteden aan veiligheid en verdediging. Deze norm is binnen het NAVO-bondgenootschap tot stand gekomen na overleg tussen de lidstaten, onder druk van vooral de Verenigde Staten om meer gezamenlijke investeringen te doen. Van die 5 procent is 3,5 procent bedoeld voor directe militaire uitgaven, zoals wapens en defensiepersoneel. De overige 1,5 procent is gereserveerd voor bredere veiligheid, zoals infrastructuur en maatschappelijke weerbaarheid. Juist dat laatste deel leidt nu tot discussie, omdat landen binnen de gestelde categorieën zelf mogen bepalen waar het geld naartoe gaat en er geen duidelijkheid is waar het geld aan zal worden besteed.
Kabinet houdt kaarten tegen de borst
Volgens het ministerie van Defensie wordt er gewerkt aan een plan voor de besteding van het geld. Daarbij ligt de focus op kwetsbare sectoren binnen Nederland. Een woordvoerder zegt hierover tegen De Telegraaf: ‘Dit kan gaan om bijvoorbeeld infrastructuur, industriële capaciteiten, weerbaarheid, innovatie en het aanleggen van strategische voorraden.’
Toch blijft het bij algemene woorden. Concrete details ontbreken volledig. De overheid beroept zich op vertrouwelijkheid. ‘Deze strategisch vitale infrastructuur bestaat uit objecten, diensten en processen, en kunnen we omwille van de vertrouwelijkheid niet verder duiden.’
Ook het ministerie van Justitie en Veiligheid geeft weinig prijs. Op vragen over de besteding volgt slechts: ‘Het is te vroeg om inhoudelijk op de vragen te reageren.’ Daarmee groeit de kritiek dat er een rookgordijn wordt opgetrokken rond grote uitgaven van belastinggeld, meldt De Telegraaf.
Tekorten en mogelijke verschuivingen
De geheimzinnigheid is opvallend, omdat er tegelijkertijd grote tekorten zijn in de infrastructuur. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kampt met enorme financiële gaten. Onderhoud en vernieuwing van wegen, spoor en waterwerken staan onder druk.
Volgens recente cijfers lopen de tekorten op tot meer dan 80 miljard euro. Rijkswaterstaat en ProRail hebben samen al tientallen miljarden nodig. Er wordt zelfs gesproken over extra directe kosten voor de belastingbetaler.
De vraag is daarom of NAVO-geld straks ook hiervoor wordt ingezet. Een woordvoerder zegt hierover: ‘Het is niet uitgesloten dat reeds voorgenomen of nieuwe investeringen onder deze categorieën kunnen worden geschaard.’
Creatief boekhouden ligt op de loer
Andere NAVO-landen zoeken de grenzen al op. In Zuid-Europa wordt gekeken hoe bestaande uitgaven kunnen meetellen als defensie-gerelateerd. Spanje probeerde eerder zelfs klimaatkosten onder de NAVO-norm te brengen.
Ook Italië denkt na over het meetellen van bestaande kosten. Het gaat onder meer om uitgaven voor de kustwacht en financiële opsporingsdiensten. Daarmee ontstaat een bredere interpretatie van wat onder veiligheid valt.
Of Nederland dezelfde weg kiest, is nog onduidelijk. Een woordvoerder zegt: ‘Er is op dit moment nog geen nationale afbakening vastgesteld van zaken die worden toegerekend aan de 1,5 procent.’ Daarmee blijft het voorlopig gissen hoe de miljarden precies worden besteed.















































