Kabinet steunt extra plan voor aanpak moslimdiscriminatie

Het kabinet ziet geen reden om in te grijpen in het plan van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) om een nieuwe functie in te stellen voor de aanpak van moslimdiscriminatie. Dat blijkt uit een brief van minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer. Aanleiding is een verzoek van Kamerlid Mona Keijzer om opheldering over het plan en het functioneren van de NCDR.
De kwestie kwam aan bod tijdens de regeling van werkzaamheden op 17 maart. Keijzer vroeg toen om meer informatie over het voornemen van de NCDR om een programmaleider aan te stellen voor een nationale aanpak van moslimdiscriminatie. Ook vroeg zij om een herziening van het programma van de organisatie.
Nieuwe functie voor specifieke aanpak
De NCDR heeft op 15 maart bekendgemaakt dat zij een programmaleider wil aanstellen voor de Nationale Aanpak Moslimdiscriminatie. Deze functionaris moet een centrale rol gaan spelen in het uitwerken van beleid. Daarbij wordt nadrukkelijk gezocht naar samenwerking met verschillende partijen.
De programmaleider zal volgens de brief “in dialoog met de moslimgemeenschappen zelf, met maatschappelijke organisaties, met onderzoekers, beleidsmakers en lokale bestuurders werken aan het ontwikkelen van een dergelijke aanpak.” Het doel is om tot een gerichte strategie te komen die specifiek ingaat op discriminatie van moslims.
Rol van de NCDR blijft leidend
De minister benadrukt dat het initiatief binnen de bestaande taak van de NCDR past. Als regeringscommissaris heeft deze organisatie als opdracht om discriminatie en racisme te bestrijden en om diversiteit en inclusie te bevorderen. Daarbij kijkt de NCDR naar alle vormen van discriminatie.
“Heeft de NCDR tot doel om racisme en discriminatie te bestrijden en diversiteit en inclusie te bevorderen,” schrijft de minister. “De NCDR is er voor alle discriminatiegronden, dus ook voor de bestrijding van moslimdiscriminatie.”
Het kabinet ziet de nieuwe functie dan ook als een logische uitbreiding van deze taak. De NCDR is vrij om het eigen bureau in te richten en om het kabinet te adviseren over specifieke vormen van discriminatie. “De NCDR gaat over de inrichting van het eigen bureau en is hierin vrij om het kabinet te adviseren,” aldus de minister.
Geen ingrijpen vanuit kabinet
Een belangrijk punt in de discussie is de vraag in hoeverre het kabinet invloed heeft op het functioneren van de NCDR. Volgens de minister ligt die invloed beperkt. De organisatie maakt weliswaar deel uit van het ambtelijk apparaat en valt onder het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar het functioneren wordt gezien als een interne aangelegenheid.
Daarmee wijst de minister impliciet het verzoek af om het programma van de NCDR direct te herzien. Wel wordt gewerkt aan een bredere aanpassing van de positie van de organisatie. Het kabinet wil de NCDR namelijk wettelijk verankeren, zoals afgesproken in het regeerakkoord.
Breder beleid tegen discriminatie in de maak
De discussie over moslimdiscriminatie staat niet op zichzelf. In de Tweede Kamer werd eerder al een motie aangenomen van Stephan van Baarle (DENK), waarin het kabinet wordt opgeroepen om te komen met een nieuwe, rijksbrede aanpak tegen discriminatie.
Die aanpak moet volgens de motie centraal worden aangestuurd door het kabinet en verschillende organisaties betrekken, waaronder de NCDR. Daarmee lijkt de nieuwe functie voor moslimdiscriminatie onderdeel te worden van een bredere beleidslijn.


















































