Klassiek topensemble krijgt geen subsidie meer, diversiteitseis weegt steeds zwaarder

Een opmerkelijke beslissing van het Fonds Podiumkunsten zorgt voor onrust in de culturele sector. Het gerenommeerde ensemble Holland Baroque krijgt opnieuw geen meerjarige subsidie voor de periode 2025 tot 2028, ondanks stevige kritiek van de rechter op een eerdere afwijzing. In het nieuwe subsidiebeleid weegt niet alleen artistieke kwaliteit, maar ook de mate waarin instellingen voldoen aan eisen rond diversiteit en inclusie. Volgens musicoloog Kees Vlaardingerbroek heeft dit verstrekkende gevolgen: “De woke ideologie die binnen de overheid en de fondsen heerst, heeft uiteindelijk ten doel de klassieke westerse cultuur met wortel en tak uit te roeien.”
Eind januari oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland dat de eerdere afwijzing van de subsidie niet deugde. Volgens de rechtbank was het advies van het Fonds Podiumkunsten “onzorgvuldig, niet inzichtelijk en niet begrijpelijk”.
Ook stelde de rechter dat belangrijke punten onvoldoende waren uitgewerkt. Zo was niet duidelijk hoe het criterium ‘geografische spreiding’ was toegepast. Daarnaast werd de betekenis van het ensemble voor de Nederlandse podiumkunst onvoldoende meegenomen. De verwachting was dat het fonds die kritiek zou verwerken in een nieuwe beoordeling. Toch kwam het opnieuw tot dezelfde uitkomst: geen subsidie.
Teleurstelling bij ensemble en directie
Binnen Holland Baroque is de teleurstelling groot. Zakelijk directeur Clara van Meyel reageert kritisch op het besluit. “Het FPK gaat opnieuw voorbij aan de kwaliteit en betekenis van Holland Baroque. De rechtbank oordeelde dat het FPK de betekenis die de Raad voor Cultuur aan Holland Baroque toekent, mee had moeten wegen. Dit is niet gebeurd.”
Volgens haar gaat het probleem verder dan één ensemble. “Meerdere gezelschappen hebben ondanks positieve beoordelingen én uitspraken van de rechter geen subsidie ontvangen. Dit roept vragen op over de inrichting en de transparantie van het systeem.” Het ensemble sluit niet uit opnieuw naar de rechter te stappen. Ondertussen wordt gezocht naar alternatieve vormen van financiering.
Muzikanten willen door ondanks tegenvaller
Ook artistiek leiders Tineke en Judith Steenbrink reageren. Zij benadrukken dat het werk doorgaat, ondanks de financiële onzekerheid. “Helaas is dit niet het bericht waar we op hoopten. De rechter heeft ons gelijk gegeven maar het FPK blijft bij dezelfde beoordeling: geen geld voor Holland Baroque.”
Volgens hen heeft de situatie het ensemble niet stilgezet. “Afgelopen anderhalf jaar hebben wij ervaren dat muzikale inspiratie en maakkracht onafhankelijk is van subsidie toe- of afwijzing.” Het orkest wil zich blijven richten op nieuwe projecten en optredens, met steun van publiek en partners.
De beslissing leidt ook tot reacties van buiten het ensemble. Voormalig topvioliste Cécile Huijnen spreekt van een falend systeem. “Verbijsterend. Het FPK laat Holland Baroque opnieuw in de steek. Een ensemble van wereldklasse dat maar blijft leveren, op welk gebied dan ook. Niet meer weg te denken uit de nationale en internationale muziekwereld. Het systeem faalt.”
Diversiteitseis is steeds belangrijker
De afwijzing van Holland Baroque staat niet op zichzelf. In de nieuwe subsidieperiode 2025–2028 speelt naast artistieke kwaliteit ook een ander criterium een steeds grotere rol: diversiteit en inclusie. Dit is door de overheid expliciet vastgelegd als één van de vier pijlers waarop culturele instellingen worden beoordeeld.
Dat beleid leidt al langer tot discussie. De Raad voor Cultuur gaf eerder aan dat het onduidelijk is hoe deze criteria precies moeten worden getoetst. Tegelijk worden instellingen wel geacht om op alle fronten — programma, publiek, personeel en partners — aantoonbaar “diverser” te worden. In de praktijk betekent dit dat klassieke instellingen zich moeten verhouden tot eisen die niet direct met hun artistieke kern te maken hebben.
Volgens musicoloog en voormalig NTR Zaterdagmatinee-directeur Kees Vlaardingerbroek is de rel omtrent Holland Baroque dus geen toeval, maar onderdeel van een bredere ideologische verschuiving binnen de cultuursector. “Misschien, heel misschien gaat de cultuursector eindelijk inzien dat zij op het verkeerde paard heeft gewed,” schrijft hij op in een bericht. “De woke ideologie die binnen de overheid en de fondsen heerst, heeft uiteindelijk ten doel de klassieke westerse cultuur met wortel en tak uit te roeien. Hoe divers en inclusief kunstinstellingen zich ook opstellen, hoezeer ook de dialoog met niet-westerse culturen wordt gezocht, het is in de ogen van de woke ideologen nooit genoeg. Het hoogst haalbare is enig uitstel van executie. Geen afstel, maar uitstel, totdat ook daarvan geen sprake meer is.”


















































