Khadija Arib leest de doofpotcommissie op subtiele wijze de les
Nog geen week na de start van de drie maanden durende coronaverhoren is Khadija Arib al de heldin van deze Parlementaire Enquête. De voormalig Tweede Kamervoorzitter, die deze commissie richting de waarheid had moeten leiden, maar vakkundig werd geofferd op het altaar van de Haagse doofpotcultus, gaf indirect antwoord op de vraag die heel veel mensen hebben: zat er kwade opzet achter het desastreuze coronabeleid? Nee, schetst Arib. Maar de kwade krachten in Den Haag speelden wel een cruciale rol.
Het coronabeleid was regelmatig zo disproportioneel en veroorzaakte vaak duidelijk zoveel meer schade dan het voorkwam, dat menigeen zich niet kon voorstellen dat het simpelweg berustte op nattevingerwerk van incompetente bestuurders. En zo zitten we nu opgescheept met diepgeworteld wantrouwen richting de overheid en het groeiende vermoeden dat de mensen die het beste met ons voor zouden moeten hebben stiekem hebben geprobeerd om een totalitaire controlestaat te stichten, of ons met experimentele gifprikken uit te dunnen. De coronacrisis heeft voor veel mensen de grond onder hun voeten weggeslagen, omdat de Staat zelf het fundament waarop heel veel mensen leven, namelijk: de overheid zorgt voor ons, heeft afgebroken. En hoewel dat vervelend en kwalijk is, bracht het verhoor van Khadija Arib een vreemd soort geruststelling: er was geen plan. Althans, niet op het Binnenhof. Er was geen duistere, dubbele agenda. Ze deden maar wat. Er werd paniekvoetbal gespeeld door een stel kippen zonder kop. Dat wil zeggen, in de politieke arena. Want achter de schermen vond wel degelijk een machtsgreep plaats. Maar dat was niet zozeer een coronacoup, als wel een hostile take-over die zich al jaren stilletjes en heel gewiekst voltrekt.























































