Einde aan asieldwang? Rechtse initiatiefwet moet Spreidingswet intrekken

Een groep Kamerleden wil een einde maken aan de Spreidingswet. De initiatiefwet van JA21, BBB, FVD, DNA en Mona Keijzer moet de wettelijke taak voor gemeenten om asielopvang mogelijk te maken volledig intrekken. Daarmee willen de indieners terug naar de situatie van vóór de Spreidingswet. Gemeenten zouden dan weer zelf mogen beslissen of zij opvanglocaties aanbieden.
De Spreidingswet verplicht gemeenten om mee te werken aan de verdeling van asielopvang over het land. Volgens de initiatiefnemers is dat een te zware inbreuk op de gemeentelijke autonomie. Zij stellen dat de wet de opvangcrisis niet oplost, maar vooral de gevolgen van hoge asielinstroom over gemeenten verspreidt. De kern van het nieuwe voorstel is daarom eenvoudig: geen wettelijke dwang meer, maar vrijwillige opvang in overleg met het COA.
In het wetsvoorstel staat dat het wenselijk is de Spreidingswet in te trekken “vanwege het belang dat gemeenten op basis van vrijwilligheid kunnen besluiten tot het al dan niet aanbieden van asielopvangplekken en hiertoe niet wettelijk gedwongen worden”.
Van vrijwilligheid naar wettelijke taak
Voor de invoering van de Spreidingswet konden gemeenten zelf besluiten of zij asielopvang op hun grondgebied wilden. Dat gebeurde via afspraken met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Alleen in uitzonderlijke gevallen greep het Rijk in.
Met de Spreidingswet veranderde dat. Gemeenten kregen voor het eerst een wettelijke taak om asielopvang mogelijk te maken. Volgens de memorie van toelichting leidde dat tot “een verregaande inperking van de gemeentelijke beleidsmatige autonomie” op een politiek en maatschappelijk gevoelig terrein.
De indieners vinden dat de wet voorbijgaat aan de oorzaak van het tekort aan opvangplekken. Volgens hen ligt die oorzaak in de structureel hoge asielinstroom. Die is volgens de toelichting nog niet duurzaam teruggebracht. De Spreidingswet verdeelt volgens de initiatiefnemers vooral “een te grote instroom over het land” en creëert een permanent dwanginstrument richting gemeenten.
Dwang richting gemeenten moet verdwijnen
Het wetsvoorstel schrapt de wettelijke opvangtaak voor gemeenten. Daarmee vervallen ook de verdeelbesluiten waarmee de minister gemeenten opvangplekken kan toewijzen. Ook het interbestuurlijk toezicht dat daarbij hoort, verdwijnt.
Volgens de toelichting moet de besluitvorming over asielopvang weer bij gemeenten komen te liggen. Gemeenteraden en colleges moeten op basis van hun eigen democratische mandaat kunnen bepalen of zij opvang willen aanbieden, hoeveel opvang zij willen en voor welke doelgroepen. Daarbij moet ook het lokale draagvlak worden meegewogen.
De indieners benadrukken dat het voorstel gemeenten die vrijwillig willen opvangen niet straft. Gemeenten kunnen opvang blijven aanbieden in overleg met het COA. Ook de financiering kan dan blijven lopen via afspraken met het COA, zoals vóór de Spreidingswet.
Kritiek op permanente crisiswet
De initiatiefnemers plaatsen de Spreidingswet in een bredere politieke context. Tijdens de behandeling werd de wet volgens hen gepresenteerd als instrument om een acute opvangcrisis te bezweren. Tegelijk zou er een breder pakket moeten komen om de instroom te beperken.
Volgens de indieners is die volgorde in de praktijk omgedraaid. De opvangkant werd wettelijk afgedwongen, terwijl duurzame instroombeperking uitbleef. Daardoor is de Spreidingswet volgens hen geen tijdelijke crisismaatregel gebleven, maar een structureel middel om gemeenten tot opvang te verplichten.
De memorie stelt dat het huidige kabinet zich inmiddels voorbereidt op strikte handhaving en dwingende toepassing van de wet. Gemeenten zouden daardoor te maken krijgen met harde verplichtingen, terwijl van aantoonbare instroombeperking nog geen sprake is.
Verdeelbesluit als kern van de wet
De Spreidingswet werkt met een tweejaarlijkse cyclus. Eerst stelt de minister een landelijke capaciteitsraming en provinciale opgaven vast. Daarna krijgen gemeenten per provincie ruimte om onderling afspraken te maken aan de Provinciale Regietafels.
Formeel is dat een vrijwillige fase. Maar volgens de indieners is die vrijwilligheid beperkt, omdat de minister uiteindelijk een verdeelbesluit kan nemen. In dat besluit kan de minister afzonderlijke gemeenten verplichten om opvangplekken te realiseren. Gemeenten moeten die plekken in beginsel binnen zes maanden opleveren aan het COA.
Ook kunnen gemeenten volgens de toelichting minder sturen op het type opvang. Voorheen konden zij bijvoorbeeld kiezen voor opvang van gezinnen of kwetsbare groepen. Onder de Spreidingswet moeten zij algemene opvangcapaciteit leveren, met minder ruimte voor lokale keuzes.
Terug naar opvang op vrijwillige basis
Het initiatiefwetsvoorstel kiest niet voor een lichtere variant van de Spreidingswet. De indieners hebben wel alternatieven bekeken, zoals het verzachten van de wet, het verlengen van de vrijwillige fase of het schrappen van alleen het dwangelement. Toch wijzen zij die opties af.
Volgens hen blijft dan politieke of juridische druk op gemeenten bestaan. Ook een eenvoudiger verplichtend model is volgens de indieners geen oplossing. In de memorie staat: “Een minder complex dwangmodel is nog steeds een dwangmodel.”
Daarom kiezen zij voor volledige intrekking. Gemeenten kunnen daarna nog steeds onderling samenwerken, regionaal afspraken maken of opvang aanbieden. Maar dat gebeurt dan zonder wettelijke verplichting en zonder verdeelbesluit.
Financiële overgang voor gemeenten
De indieners willen voorkomen dat gemeenten financieel worden benadeeld door de intrekking. Daarom bevat het wetsvoorstel overgangsrecht. Specifieke uitkeringen die al zijn toegekend of waarop al recht is ontstaan, blijven in stand.
Ook als gemeenten vóór de inwerkingtreding onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan om aan de Spreidingswet te voldoen, blijven bestaande financiële rechten beschermd. Nieuwe aanspraken op basis van de Spreidingswet kunnen na intrekking niet meer ontstaan.
Volgens de toelichting moet dit zorgen voor een balans. Gemeenten die al afspraken hebben gemaakt, worden niet met terugwerkende kracht gestraft. Tegelijk stopt het Rijk met nieuwe specifieke uitkeringen op basis van de ingetrokken wet.
Terugwerkende kracht vanaf 1 november 2026
Een opvallend onderdeel is de terugwerkende kracht. De wet treedt in werking op de dag na publicatie in het Staatsblad. Als publicatie plaatsvindt op of na 1 november 2026, werkt de intrekking terug tot en met die datum.
De reden is de lopende cyclus van de Spreidingswet. Rond 1 november zijn de overleggen aan de Provinciale Regietafels afgerond, maar het verdeelbesluit voor 2026–2027 is dan nog niet vastgesteld. Door terugwerkende kracht willen de indieners voorkomen dat gemeenten na die datum nog vast komen te zitten aan nieuwe verplichtingen onder een wet die wordt ingetrokken.
COA blijft verantwoordelijk
Het voorstel haalt de verantwoordelijkheid voor opvang niet weg bij het Rijk. Het COA blijft op grond van de Wet COA verantwoordelijk voor de organisatie en bekostiging van opvangvoorzieningen. De initiatiefnemers erkennen dat het COA na intrekking mogelijk meer moeite krijgt om locaties te vinden.
Toch vinden zij dat een principiële politieke keuze. Volgens de toelichting ontneemt het voorstel het Rijk niet de mogelijkheid om opvang te organiseren, maar voorkomt het dat dit “via een dwingend instrumentarium ten koste van de gemeentelijke autonomie en het lokale draagvlak” gebeurt.
Voor de IND verandert er niets. Die blijft verantwoordelijk voor de asielprocedure en besluiten over asielaanvragen.
Tegenstanders vrezen capaciteitstekort
De toelichting erkent dat meerdere organisaties juist voor behoud van de Spreidingswet zijn. Onder meer de VNG, het COA en VluchtelingenWerk Nederland hebben zorgen geuit over capaciteitsgebrek en grotere afhankelijkheid van noodopvang.
De initiatiefnemers begrijpen die zorgen, maar wegen ze anders. Zij laten het belang van lokale besluitvorming en draagvlak zwaarder wegen. Volgens hen toont het grote aantal gemeenten dat vóór de Spreidingswet geen opvang aanbood juist aan dat gemeenten behoefte hebben om zelf te beslissen. In januari 2024 ging het volgens de toelichting om 162 gemeenten die sinds 2012 geen asielopvang hadden aangeboden.
Politieke inzet: autonomie boven spreiding
De initiatiefwet draait daarmee om een fundamentele keuze. Moet de opvang van asielzoekers landelijk worden afgedwongen via een wettelijke taak voor gemeenten? Of moet het Rijk via het COA locaties zoeken zonder gemeenten wettelijk te kunnen verplichten?
De indieners kiezen duidelijk voor het tweede. Zij zien de Spreidingswet als een dwangmiddel dat de lokale democratie onder druk zet en de aandacht afleidt van instroombeperking. Met hun voorstel willen zij de wettelijke plicht schrappen en terugkeren naar vrijwillige opvang.






















































