COA-baas wil meer azc-plekken: ‘Er is géén tekort aan plekken’

De asielopvang dreigt deze zomer opnieuw vast te lopen. Volgens COA-bestuurder Joeri Kapteijns komt dat niet vooral door een hoge instroom, maar door een tekort aan opvangplekken. Hij verwacht over drie weken al een tekort van drieduizend plekken. Aan het einde van de zomer kan dat oplopen tot achtduizend. In een interview met het AD pleit Kapteijns daarom voor duizenden extra opvangplekken voor asielzoekers.
Volgens Kapteijns blijven mensen langer in de opvang door trage procedures bij de IND en door te weinig woningen. Daardoor raakt het systeem steeds verder verstopt. Hij zoekt daarom al maanden naar extra locaties. Woensdagochtend sprak hij nog met een wethouder over noodopvang in een hotel. Die gemeente wilde daar niet aan meewerken. 'Daar was hij niet toe bereid', zegt Kapteijns.
COA wijst naar lege panden
Volgens Kapteijns is er in Nederland genoeg ruimte. Hij wijst op lege kantoren die soms al tien jaar of langer niet worden gebruikt. Daar zouden volgens hem opvangplekken kunnen komen. Ook zouden zulke gebouwen volgens hem kunnen worden ingezet voor huisvesting van andere mensen.
De COA-baas zegt: 'Laat ik helder zijn: er is géén tekort aan plekken. Er staan in Nederland zoveel kantoorpanden soms al tien jaar of langer leeg. Op die plekken kunnen we op een goede manier opvang voor asielzoekers realiseren, maar ook huisvesting voor andere mensen. Dus er is geen gebrek aan plekken, er is gebrek aan wil om ze te realiseren.'
Tegelijk ziet hij dat lokale weerstand een rol speelt. Gemeentebesturen willen volgens hem vaak wel meewerken. Maar gemeenteraden en inwoners houden plannen soms tegen. Kapteijns zegt dat verzet vaak afneemt zodra een opvanglocatie er eenmaal is. 'Sterker: zodra de schreeuwers verdwijnen, komen de vrijwilligers.'
Ter Apel zit opnieuw overvol
De druk is vooral zichtbaar in Ter Apel. Daar mogen maximaal tweeduizend mensen verblijven, maar dat aantal werd al langere tijd overschreden. Daarom voert het COA nu een deurbeleid. Kinderen, zwangere vrouwen en zieken mogen volgens Kapteijns in ieder geval naar binnen.
Ook op andere locaties is de rek eruit. De bezettingsgraad in de azc’s ligt volgens Kapteijns op 104 procent. Hij zegt dat er al langer extra bedden worden geplaatst. Soms liggen mensen ook in recreatieruimtes. Volgens Kapteijns wordt het 'heel inhumaan' als zelfs die ruimte niet meer beschikbaar is.
Statushouders houden plekken bezet
Een ander probleem is volgens het COA dat er 19.000 statushouders in de opvang zitten. Zij hebben al een verblijfsvergunning, maar wachten nog op een woning. Daardoor houden zij plekken bezet die volgens het COA nodig zijn voor nieuwe asielzoekers. Kapteijns noemt dat 'gewoon niet oké'.
Kapteijns erkent dat de woningmarkt krap is. Toch verzet hij zich tegen het idee dat deze groep de woningnood veroorzaakt. 'Ik snap dat er problemen zijn op de woningmarkt. Mensen wijzen dan vaak naar asielzoekers. Maar we komen in Nederland 300.000 woningen tekort, daarvan kun je toch moeilijk de 19.000 mensen die bij ons zitten te wachten de schuld geven.'
Volgens Kapteijns staan de oplossingen al lang vast. Er moeten genoeg opvangplekken komen, met stabiele financiering. Hij wijst daarbij ook op de spreidingswet. Nu duidelijk is dat die wet blijft, ziet hij weer beweging bij gemeenten.
Critici wijzen er echter op dat veel Nederlanders al jarenlang juist minder asielinstroom willen. Volgens hen wordt het probleem niet opgelost door steeds nieuwe opvangplekken te zoeken, maar door de instroom te beperken. Ook stellen zij dat lege kantoren en andere beschikbare ruimtes kunnen worden gebruikt voor woningen voor Nederlanders, zeker nu de woningnood groot is.















































