Premier Jetten, zijn Palestijnse kinderen belangrijker dan chronisch zieke Hollandse kinderen?
De laatste dag voor het zomerreces debatteerde de Tweede Kamer urenlang over zieke Palestijnse kinderen in Gaza die met spoed naar Nederlandse ziekenhuizen zouden moeten worden gebracht. Minister Sjoerd Sjoersma kreeg de opdracht te onderzoeken hoe medische evacuaties op een veilige manier kunnen plaatsvinden. Opiniemaker Sivan Behr vraagt zich af: waarom doet Nederland dit niet voor de duizenden Soedanese kinderen die door oorlog honger lijden en ziek zijn? En hoe kan het, zo stelt Behr, dat Palestijnse kinderen voorrang hebben op Hollandse chronisch zieke kinderen?
De Duitse dichter en toneelschrijver Friedrich von Schiller (1759-1805) zei het al: ‘Er bestaat geen toeval; en wat ons blinde willekeur toeschijnt, juist dat vindt zijn oorsprong in heel diepe bronnen.’ De diepe bronnen van de gedragingen van de meerderheid van de leden van de Tweede Kamer zijn gelegen in een blinde obsessie voor Israël en Gaza. De laatste anderhalve jaar heeft het parlement (onder twee verschillende kabinetten) maar liefst tientallen keren over de Joodse staat en Gaza gedebatteerd. Echter, men heeft in 2025/2026 slechts zes keer een debat gevoerd over bijvoorbeeld de armoede en schulden van de onderkant van de samenleving. Ook is er in 2026 enkel twee keer plenair gesproken over de acute problemen en de sluiting van de zorgvilla’s voor chronisch zieke kinderen en kinderen met een beperking.

















































