NPO ziet onvoldoende juridische basis om Ongehoord Nederland door minister te laten aanpakken

De NPO ziet op dit moment onvoldoende juridische grond om ministeriële maatregelen te vragen tegen Ongehoord Nederland. Dat laat de koepelorganisatie weten in een persbericht nadat alle tien andere ledenomroepen gezamenlijk hadden aangedrongen op ingrijpen tegen ON. De NPO moest daarvoor beoordelen of Ongehoord Nederland onvoldoende bereidheid toont om samen te werken binnen het publieke bestel. Volgens de koepelorganisatie loopt die samenwerking inhoudelijk weliswaar vast, maar mag dat inhoudelijke conflict juridisch niet zomaar worden meegenomen in de afweging.
Opvallend is dat de andere tien omroepen zelf hebben aangegeven niet met Ongehoord Nederland te willen samenwerken, nu niet en ook niet in de toekomst. Zij vroegen de NPO bovendien expliciet om sancties tegen ON te onderzoeken. In het statement van de NPO wordt dat feit niet nadrukkelijk uitgelicht. Wel erkent de organisatie dat de verhoudingen ernstig zijn verslechterd en dat eerdere pogingen om partijen dichter bij elkaar te brengen weinig hebben opgeleverd.
De NPO verwijst in haar reactie naar het rapport van de evaluatiecommissie over Ongehoord Nederland. Die commissie stelde dat ON aan de ene kant een bijdrage heeft geleverd aan het vergroten van de pluriformiteit binnen het publieke bestel. Tegelijkertijd was het oordeel over de journalistieke kwaliteit, de omgang met verbeterpunten en het respecteren van uitspraken van bijvoorbeeld de Ombudsman stevig.
Volgens de commissie staan door het optreden van ON en het beperkte lerend vermogen “de kernwaarden, kwaliteit en betrouwbaarheid van de publieke omroep als geheel onder druk”. Tegelijkertijd concludeerde dezelfde evaluatiecommissie dat het huidige systeem van controle en handhaving tekortschiet. Volgens de commissie functioneert dat systeem “als geheel niet” en bieden de instrumenten binnen de huidige Mediawet onvoldoende mogelijkheden.
Juist daar loopt de NPO nu tegenaan. “Die lacune speelt bij het verzoek van de ledenomroepen een belangrijke rol”, schrijft de NPO. Daarmee zegt de koepelorganisatie feitelijk dat er wel zorgen zijn over ON, maar dat de wet onvoldoende aanknopingspunten biedt voor verder ingrijpen.
De NPO waarschuwt dat het conflict niet alleen de huidige samenwerking bemoeilijkt, maar ook gevolgen heeft voor toekomstige hervormingen van het publieke bestel.
De tien andere omroepen zouden niet met ON in één omroephuis willen samenwerken. “Dit maakt niet alleen de huidige samenwerking ingewikkeld, maar roept ook zorgen op voor de toekomst”, schrijft de NPO. Volgens de koepelorganisatie is de situatie inmiddels vrijwel vastgelopen. “Er zijn veel pogingen gedaan; geen van alle succesvol. We kunnen partijen steeds weer bij elkaar aan tafel zetten, maar aangezien dergelijke gesprekken in de afgelopen jaren nergens toe hebben geleid, achten we dat niet langer zinvol.” Deze maandag spreken de omroepen naar verluidt opnieuw met minister Letschert over de toekomst van het publieke bestel.

























































