VVD-minister onder vuur: zette Tweede Kamer volgens Rekenkamer op verkeerde been

Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel (VVD) heeft volgens de Algemene Rekenkamer een verkeerd beeld gegeven van ruim 10.000 ernstige misdrijven die de politie in 2024 niet behandelde. De minister stelde eerder dat de cijfers nuance nodig hadden en wees erop dat zaken soms al vroeg geen aanknopingspunten voor opsporing boden. De Rekenkamer bestrijdt nu de indruk die daardoor ontstond en stelt dat de Tweede Kamer daarmee ‘op het verkeerde been’ is gezet.
Lees ook

Na CDA komt ook VVD in verzet tegen beleid Van Essen: 'Dit ondermijnt het vertrouwen'
Het controleorgaan maakte in juni bekend dat bijna een kwart van 42.000 onderzochte aangiften van ernstige misdrijven bleef liggen. Ongeveer 7.000 zaken werden direct afgewezen. Nog eens circa 3.000 onderzoeken werden vroeg beëindigd door een tekort aan capaciteit bij politie of Openbaar Ministerie. Daaronder waren ongeveer 3.450 zware diefstallen, 550 geweldsdelicten en 200 zedenzaken.
Minister relativeerde cijfers
Van Weel probeerde de uitkomsten vervolgens te nuanceren. In zijn halfjaarbericht over de politie schreef hij dat de cijfers van de Rekenkamer ‘enige nuance’ behoefden. ‘De politie heeft de cijfers nagelopen en in verreweg de meeste gevallen is vroeg in het screeningsproces geconcludeerd dat er aanknopingspunten voor opsporing ontbraken.’ Ook wees hij erop dat de onderzochte zaken zowel aangiften als meldingen omvatten.
Volgens de Rekenkamer levert die uitleg echter ‘een onjuist beeld’ op. Het controleorgaan verzet zich vooral tegen de suggestie dat een groot deel van de 10.000 zaken slechts meldingen betrof. Volgens de aangeleverde berichtgeving ging het in ongeveer 10 procent om meldingen en bestond het overige deel uit aangiften. ‘Wij verbazen ons’, reageert de Rekenkamer tegenover De Telegraaf.
Ook kritiek op prioriteiten politie
De Rekenkamer heeft daarnaast vragen bij de manier waarop de opsporing wordt geprioriteerd. Van Weel legt onder meer nadruk op cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit. Die delicten vallen volgens de door de Rekenkamer gebruikte Crime Harm Index echter veelal in de lage of middencategorie. Tegelijk bleven ook 1.600 ernstige zaken liggen die volgens het beleid van de minister of het OM wél prioriteit hadden.
PRO, JA21 en DNA willen snel een debat over de kwestie. JA21-Kamerlid Ingrid Coenradie noemt de situatie ‘zeer ernstig’ en verlangt ‘volledige opheldering’. ‘De minister moet uitleggen waar zijn uitspraken op baseerde en waarom die zo sterk afwijken. Als daar twijfel over ontstaat, hebben we een serieus probleem.’
De kwestie is politiek gevoelig omdat correcte informatievoorziening aan het parlement een belangrijke verantwoordelijkheid van ministers is. Tegelijk zal moeten blijken waarop Van Weels eerdere uitleg precies was gebaseerd en hoe hij reageert op de nieuwe kritiek van de Rekenkamer.























































