Brussel vertrouwt bij stikstof meer op Nederlandse rechter dan op kabinet

Niet het kabinet, maar de rechter zorgt volgens Brussel voor de effectiefste handhaving van de Europese natuurregels in Nederland. Dat staat in een interne briefing van de Europese Commissie, waarin tegelijk harde kritiek klinkt op de vrijwillige stikstofaanpak van het kabinet. Opvallend genoeg wijst Brussel daarbij expliciet naar de zaak die Greenpeace tegen de Nederlandse Staat won.
Wie wil weten wat Brussel werkelijk van het Nederlandse stikstofbeleid vindt, moet niet naar persconferenties kijken, maar naar de spiekbriefjes die Eurocommissarissen meekrijgen naar hun afspraken met Nederlandse bewindspersonen. Daarin ontbreekt de diplomatieke omzichtigheid, en staat zwart op wit wat de Europese Commissie in het openbaar nooit zou zeggen: dat niet het gekozen kabinet, maar de Nederlandse rechter het werk doet dat Brussel van Nederland verlangt.
Een interne landenbriefing van de Commissie, opgesteld voor het kennismakingsgesprek van milieucommissaris Jessika Roswall met staatssecretaris Annet Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) op 16 maart, stelt dat de effectiefste handhaving van de Habitatrichtlijn “van de Nederlandse rechter komt”.
Het document, dat het directoraat-generaal Milieu in juni vrijgaf op een documentverzoek van een Rotterdamse burger, noemt de stikstofzaak die Greenpeace in januari 2025 van de Staat won bij naam, neemt een berekening over waarin de landbouw de samenleving jaarlijks 5,3 miljard euro meer kost dan zij oplevert, en noemt de vrijwillige aanpak van het kabinet “te traag en ineffectief”. Dat oordeel valt precies in de maanden waarin het kabinet-Jetten in hoger beroep betoogt dat het wettelijke stikstofdoel voor 2030 niet meer te halen is.
Een sector met 'politieke steun'
De briefing laat weinig twijfel over waar de Commissie het probleem legt. “Intensieve, exportgerichte landbouw vormt de kern van het probleem, maar het is een grote economische sector die politieke steun geniet,” schrijven de ambtenaren. Het aantal dieren is volgens hen de kern van de zaak, terwijl gedwongen krimp van de veestapel in Nederland “politiek onbespreekbaar” zou zijn, zodat het kabinet het moet hebben van vrijwillige uitkoopregelingen. Luchtwassers in stallen en alternatieve rekenmethoden voor stikstofdepositie zijn volgens Brussel afgeschreven, omdat hun werking in de praktijk niet is aangetoond.
Ook de cijfers zijn onverbloemd. Van de 162 Nederlandse Natura 2000-gebieden zijn er 131 kwetsbaar voor te veel stikstof. De landbouw levert volgens de briefing 40 procent van de stikstofdepositie en 86 procent van de ammoniakuitstoot, en geen enkel Nederlands oppervlaktewater verkeert in een goede ecologische toestand. De mestderogatie, die boeren jarenlang toestond meer dierlijke mest uit te rijden dan de Nitraatrichtlijn toelaat, verviel per 1 januari. Nederland wilde de lopende herziening van die richtlijn gebruiken om “flexibelere normen” te bepleiten, maar die hoop vervloog op 15 juli, toen de Commissie besloot de richtlijn helemaal niet aan te passen.
De rechter als handhaver
Het scherpste oordeel staat in één zin: “Tot op heden komt de meest effectieve handhaving van artikel 6 van de Habitatrichtlijn van de Nederlandse rechter.” De Commissie verwijst daarbij naar twee uitspraken. Op 18 december 2024 bepaalde de Raad van State dat bedrijven veel vaker een natuurvergunning nodig hebben, omdat intern salderen niet langer vrijstelt van de vergunningplicht. Op 22 januari 2025 droeg de rechtbank Den Haag de Staat op om in 2030 de helft van de stikstofgevoelige natuur onder de kritische depositiewaarde te brengen, op straffe van een dwangsom van 10 miljoen euro. De briefing noemt dat vonnis bij naam: “the Greenpeace case”.
Achter die uitspraken staan bekende namen. In de zaak rond de Amercentrale stonden de Nijmeegse coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) en de Vereniging Leefmilieu onder de appellanten, in de parallelle zaak rond destructiebedrijf Rendac trad MOB-voorman Johan Vollenbroek op als gemachtigde van de Brabantse Milieufederatie en anderen. De Greenpeace-zaak werd gevoerd door advocaten Bondine Kloostra en Brechtje Vossenberg van Prakken d'Oliveira, het Amsterdamse kantoor dat ook in asielzaken voor VluchtelingenWerk procedeert. Greenpeace kreeg steun van elf organisaties, onder wie MOB, de Stichting Natuurbeschermingswacht en Vogelbescherming Nederland. En de inbreukprocedure over de ineenstorting van de gruttostand, van 100.000 broedparen in 1981 naar 26.000 in 2024, volgde volgens de Commissie op een klacht van “een grote ngo”: Vogelbescherming Nederland, dat de klacht in november 2016 indiende.
De lijnen naar Brussel lopen niet alleen via de rechtszaal. Het MOB-netwerk mailde op 19 december 2024 rechtstreeks het kabinet van commissaris Roswall. DG Milieu antwoordde op 3 februari 2025 dat de Commissie de Nederlandse autoriteiten “begeleiding en technische ondersteuning” biedt en het Greenpeace-vonnis bestudeert. Ruim een jaar later staat dat vonnis in de briefing van dezelfde commissaris, als voorbeeld van handhaving die werkt.
Een cijfer zonder afzender
Minder helder is de herkomst van het zwaarste cijfer. “Volgens een studie uit 2025 overtreffen de kosten van landbouwvervuiling de economische opbrengst van de sector met 5,3 miljard euro per jaar,” schrijft de Commissie, zonder de studie te noemen. Het bedrag is identiek aan de uitkomst van The Hidden Bill, een rapport dat Deloitte in november 2025 publiceerde in opdracht van de Robin Food Coalition en de Transitiecoalitie Voedsel. Deloitte zette daarin een toegevoegde waarde van 13,3 miljard euro af tegen 18,6 miljard euro aan maatschappelijke kosten, vooral voor broeikasgassen, stikstof en verlies aan biodiversiteit.
Neutraal zijn die opdrachtgevers niet. De Robin Food Coalition bestaat uit zo'n tachtig bedrijven uit de biologische sector, werd mede opgericht door Volkert Engelsman van biologische groothandel Eosta en wordt sinds 2023 financieel gesteund door de Triodos Foundation. De Transitiecoalitie Voedsel ontving 80.000 euro van Stichting DOEN, het fonds van de Postcode Loterij. De vier alternatieven die het rapport doorrekent, draaien allemaal om omschakeling naar biologisch, minder dierlijk eiwit of forse productiekrimp. Landbouworganisatie LTO noemde het rapport een “karikatuur”, omdat Deloitte alleen de primaire productie meetelt en niet de hele keten, en de rekensom ophoudt bij de landsgrens.
Brussel handhaaft liever niet zelf
Dat de Commissie de handhaving bij de rechter legt, blijkt ook uit wat zij zelf nalaat. Van de zeven inbreukprocedures die de briefing tegen Nederland opsomt, gaat er geen enkele over stikstof of over artikel 6 van de Habitatrichtlijn. In 2023 kreeg DG Milieu-topman Patrick Child voor een bezoek aan Nederland nog als verdedigingslijn mee dat het “verhitte” stikstofdebat niet vermengd moest worden met de discussie over de Europese natuurherstelwet. Drie jaar later wijst Brussel de Nederlandse rechter aan als de plek waar zijn natuurregels het best worden afgedwongen.
Dat is geen sluiproute, maar systeem: het Verdrag van Aarhus en de Europese rechtspraak verplichten lidstaten milieuorganisaties toegang tot de rechter te geven, zodat de rol die MOB, Greenpeace en Vogelbescherming vervullen door de Europese wetgever zo is bedoeld. De vraag is of dat verstandig is, als een gekozen kabinet over de grootste landbouwkwestie van het land steeds minder zelf beslist.
Geen Brussels geld, wel dezelfde rollen
Wie hieruit afleidt dat Brussel deze rechtszaken betaalt, zit ernaast. Greenpeace Nederland neemt naar eigen zeggen geen geld aan van overheden en komt in tien jaar Europese subsidieadministratie (2014-2023) niet voor als ontvanger. De belangrijkste institutionele geldschieter is de Nationale Postcode Loterij, die de organisatie sinds 2025 jaarlijks vier miljoen euro geeft; MOB draait op donaties van particulieren en bedrijven. De briefing is bovendien een intern document, geen besluit. Het verhaal zit dan ook niet in het geld, maar in de rollen: dezelfde organisaties dienen de klacht in, voeren de procedure, steunen elkaars zaken en schrijven Brussel rechtstreeks aan.
In het hoger beroep dat de Staat in april 2025 instelde, noemt het kabinet-Jetten het doel voor 2030 in de resterende tijd onuitvoerbaar, terwijl Greenpeace juist meer eist: 74 procent van de kwetsbare natuur onder de kritische grens in 2030. Greenpeace verwacht de uitspraak begin 2027. Voor Brussel is dat beroep in elk geval geen conflict tussen een staat en een actiegroep, maar de effectiefste handhaving die het in Nederland heeft.


















































