Boeren weigeren massaal te stoppen: uitkoopregeling levert weinig op

De vrijwillige uitkoop van veehouders levert minder op dan waarop de stikstoframingen waren gebaseerd. Ambtenaren van het ministerie van Landbouw schrijven in een beslisnota dat “minder deelnemers meedoen aan de beëindigingsregelingen dan verwacht”, waardoor ook de stikstofdepositie minder sterk zal dalen.
Opvallend is dat minister Jaimi van Essen die tegenvaller niet noemt in zijn begeleidende Kamerbrief. Juist het aantal deelnemers is relevant: de Algemene Rekenkamer stelde eerder vast dat voor de bijna 3 miljard euro kostende uitkoopregelingen geen concrete doelstelling voor stikstofreductie was vastgelegd, maar wél een verwacht aantal deelnemers.
Het gaat om de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de ruimere Lbv-plus voor piekbelasters. Samen is voor beide regelingen tussen 2023 en 2027 bijna 3 miljard euro beschikbaar: 1,102 miljard voor de Lbv en 1,820 miljard voor de Lbv-plus. Algemene Rekenkamer
Minder stoppers dan in raming
Bij het doorrekenen van de toekomstige stikstofneerslag werd rekening gehouden met boeren die via deze regelingen zouden stoppen. Inmiddels blijkt de daadwerkelijke deelname lager. “Intussen is echter gebleken dat er minder deelnemers dan verwacht meedoen” aan de Lbv en Lbv-plus, schrijft het RIVM. “Door deze lagere deelname neemt de depositie minder af dan eerder ingeschat.”
De Algemene Rekenkamer constateerde vorig jaar al een opvallend probleem bij de opzet van de regelingen. Het ministerie wilde er een structurele vermindering van stikstofneerslag mee bereiken, maar koppelde daar geen meetbaar reductiedoel aan. “De minister heeft niet gekwantificeerd wat de doelen waren voor de reductie van stikstofneerslag, wel voor het verwachte aantal deelnemers”, aldus de Rekenkamer.
De Lbv was gericht op een doelgroep van ongeveer 8.000 veehouders en kreeg 666 aanvragen. Voor de Lbv-plus ging het om een doelgroep van 2.800 bedrijven en 921 aanvragen. De laatste regeling presteerde volgens de Rekenkamer wel aanzienlijk beter: per uitgegeven euro zou de Lbv-plus ongeveer 5,4 keer zoveel stikstofreductie opleveren als de gewone Lbv.
Ook na een goedgekeurde aanvraag haakten boeren nog af. Volgens cijfers die Nieuwe Oogst in juni publiceerde, waren toen 862 bedrijven definitief gestopt. Bij melkveehouders had 31 procent van de bedrijven met een positieve beschikking zijn aanvraag ingetrokken; bij pluimveehouders was dat 52 procent.
Tegenval staat niet in Kamerbrief
De tegenvallende deelname wordt wel aan Van Essen voorgelegd in de beslisnota en staat ook in het onderliggende RIVM-rapport. In de korte Kamerbrief die de minister maandag meestuurde, wordt het punt niet afzonderlijk genoemd.
Van Essen schrijft daarin wel dat de stikstofuitstoot blijft dalen, maar “niet genoeg om de depositiedoelen van de wet te halen”. Ook benadrukt hij dat de gebruikte ramingen zijn gebaseerd op beleid dat uiterlijk in mei 2024 voldoende concreet was. De nieuwe maatregelen van het kabinet-Jetten zitten er daarom nog niet in.
Dat is een belangrijke kanttekening. De cijfers uit de monitor zijn geen doorrekening van het nieuwe stikstofpakket dat het kabinet afgelopen zomer presenteerde.
In 2035 blijft groot deel natuur boven grens
De bestaande ramingen laten ondanks de verwachte daling nog een grote afstand tot de huidige wettelijke doelen zien. In 2024 lag op 31 procent van het stikstofgevoelige natuurareaal de depositie onder de kritische depositiewaarde (KDW). De wet schrijft 40 procent voor in 2025, 50 procent in 2030 en 74 procent in 2035.
Volgens de centrale raming ligt in 2035 ongeveer 35 procent van het areaal onder de KDW. De gemiddelde overschrijding bedraagt dan nog ongeveer 210 mol stikstof per hectare per jaar. Bij habitattypen die als “zeer urgent” gelden, zou slechts 6 procent van het areaal onder de KDW komen.
Het RIVM noemt het op basis van het bestaande beleid “heel erg onwaarschijnlijk” dat de wettelijke doelen worden gehaald. In de bredere bandbreedte komt voor 2035 tussen 33 en 39 procent van het stikstofgevoelige areaal onder de KDW, tegenover het wettelijke doel van 74 procent.
Kabinet wil andere doelen
Tegelijk staat het wettelijke stelsel zelf op het punt te veranderen. Het kabinet wil de huidige doelen op basis van stikstofdepositie vervangen door doelen voor de uitstoot aan de bron. Voor de landbouw wordt gemikt op 42 tot 46 procent minder ammoniak in 2035 ten opzichte van 2019.
Het nieuwe pakket kan volgens het Planbureau voor de Leefomgeving dat doel binnen bereik brengen, maar alleen als ingrijpende veranderingen daadwerkelijk worden uitgevoerd. Met de maatregelen die al voldoende concreet zijn uitgewerkt, komt de reductie volgens het PBL uit rond 40 procent. Vooralsnog kan daardoor een generieke korting van 5 tot 10 procent op productierechten nodig zijn.
Daarmee leunt ook het nieuwe beleid opnieuw deels op krimp van de veestapel en vrijwillige bedrijfsbeëindiging. Het PBL waarschuwt bovendien dat de uitvoering “grenst aan wat in 10 jaar uitvoerbaar is”.
De oude uitkoopregelingen laten ondertussen zien waar zo'n aanpak kan vastlopen. Bijna 3 miljard euro werd beschikbaar gesteld voor vrijwillige bedrijfsbeëindiging, terwijl vooraf geen concrete stikstofreductie als resultaat werd vastgelegd. Nu blijkt ook het aantal deelnemende boeren lager dan in de ramingen was aangenomen. Vanaf 6 oktober werkt Nederland bovendien met een vernieuwde versie van AERIUS; later deze maand wil het kabinet de wet met de nieuwe stikstofdoelen naar de Tweede Kamer sturen.


















































