Raad van State stelt strengere asielregels voorlopig buiten werking

De Raad van State zet een strengere regel uit het Europese migratiepact voorlopig opzij voor een groep lopende asielzaken. Daarmee kiest de hoogste bestuursrechter voor een andere lijn dan minister van Asiel en Migratie, Bart van den Brink (CDA).
Het gaat om asielzoekers die hun aanvraag vóór 12 juni indienden, maar pas daarna een besluit kregen. Sinds 12 juni gelden nieuwe Europese regels. Die beperken wat een rechter kan beoordelen wanneer een asielzoeker bezwaar maakt tegen overdracht aan een ander Europees land.
Van den Brink vindt dat die nieuwe, strengere regels meteen moeten gelden. Ook bij oudere aanvragen. De Raad van State denkt daar voorlopig anders over. Tot het Europese Hof van Justitie duidelijkheid geeft, blijft in deze zaken de ruimere oude rechterlijke toets gelden.
Minister wilde nieuwe regels direct gebruiken
De juridische kwestie is in de kern eenvoudig. Een asielzoeker deed zijn aanvraag toen de oude regels nog golden. De overheid nam pas na 12 juni een besluit. De vraag is dan: gelden bij het beroep de oude of de nieuwe regels?
Volgens Van den Brink zijn dat de nieuwe regels. De minister voerde aan dat de Europese wetgever geen speciale uitzondering heeft gemaakt voor oudere aanvragen. Volgens hem had de Europese wetgever „kennelijk geen aanleiding gezien om specifiek overgangsrecht te maken”.
De Raad van State volgt die redenering voorlopig niet. De rechter vindt het problematisch als de rechten van een asielzoeker tijdens een lopende procedure veranderen doordat de overheid pas later een besluit neemt.
Daarbij speelt mee dat de snelheid van de procedure grotendeels bij de overheid ligt. Twee mensen die ongeveer tegelijk asiel aanvragen, zouden daardoor verschillende mogelijkheden bij de rechter kunnen krijgen. Alleen omdat de ene zaak sneller is afgehandeld dan de andere.
Oude regels blijven voorlopig gelden
Het verschil is praktisch belangrijk. Onder de oude Dublinregels kon een rechter breder kijken naar de bezwaren van een asielzoeker tegen overdracht aan een ander Europees land. De nieuwe regels uit het migratiepact beperken die beoordeling. Dat moet procedures eenvoudiger en sneller maken.
Juist die beperking wordt nu voor oudere aanvragen voorlopig niet gebruikt. De Raad van State schrijft dat dit soort overgangszaken zich „op dit moment veelvuldig” voordoen. Daarom vraagt de rechter het Hof van Justitie om de zaak versneld te behandelen. Tot Luxemburg uitspraak doet, gebruikt de Raad van State in deze zaken de oude, ruimere regels.
Andere Europese rechters kiezen andere koers
De Nederlandse lijn ligt niet overal voor de hand. Volgens de Raad van State passen rechters in onder meer Duitsland en Oostenrijk de nieuwe beperking wel meteen toe.
Daar staat tegenover dat een Duitse rechtbank in Aken eerder juist een vergelijkbare redenering volgde als de Nederlandse Raad van State.
Dat verschil tussen Europese rechters is een van de redenen waarom Luxemburg nu om duidelijkheid wordt gevraagd. De Raad van State erkent bovendien zelf dat er juridische argumenten zijn voor de uitleg van de minister. Europese procedureregels gelden normaal gesproken direct zodra ze van kracht worden.
De uitspraak van de Raad van State is daarom geen definitieve streep door de strengere asielregel. Het is een voorlopig oordeel.
Zaak begon met overdracht naar Zweden
De concrete zaak draait om een asielzoeker die eerder in België en Zweden verbleef. Hij vroeg op 30 januari 2026 opnieuw asiel aan in Nederland.
De minister besloot op 25 juni dat Nederland zijn verzoek niet zou behandelen. Zweden was volgens de Dublinregels verantwoordelijk. De rechtbank ging daarin mee. Bij het beroep paste de rechtbank de nieuwe, beperktere Europese regels toe.
De Raad van State zet daar nu voorlopig de oude toets tegenover en heeft de zaak stilgelegd totdat het Europese Hof uitspraak heeft gedaan.
Migratiepact startte met grote voorraad zaken
De uitspraak komt terwijl Nederland nog een grote hoeveelheid oude asielaanvragen moet wegwerken. Op 1 april stonden volgens het kabinet 54.000 aanvragen open. De IND wil die voorraad binnen drie jaar na de invoering van het migratiepact behandelen. Hoeveel daarvan onder de specifieke Dublinregels vallen, is niet bekend.
Voor de invoering van het pact waren al waarschuwingen gegeven over de overgang naar het nieuwe systeem. De Raad van State vroeg het kabinet in 2025 om goed uit te leggen waarom bepaalde nieuwe regels meteen zouden gaan gelden.
Ook werd gewaarschuwd voor extra druk op de rechtspraak. Volgens de regering verwachtte de Raad voor de rechtspraak dat het aantal zaken structureel sterk kon stijgen, tot ongeveer 19.000 extra zaken per jaar in 2028.
Laatste woord komt uit Luxemburg
De nieuwe beperking van het beroepsrecht komt rechtstreeks uit Europese regelgeving. Het Nederlandse parlement heeft die regel dus niet zelf bedacht. De Tweede en Eerste Kamer stemden wel in met de Nederlandse wet die nodig was om het migratiepact uit te voeren.
De discussie gaat nu over de vraag hoe streng die Europese regels mogen worden toegepast op zaken die al liepen voordat het pact inging. Van den Brink zegt: meteen toepassen. De Raad van State zegt voorlopig: niet bij deze oudere aanvragen.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie krijgt nu het laatste woord. Tot die tijd behouden betrokken asielzoekers in Nederland de ruimere beroepsmogelijkheden uit het oude systeem.















































