Kabinet ziet geen reden voor extra onderzoek naar christenvervolging in azc’s

CDA-minister Bart van den Brink ziet op dit moment geen reden voor aanvullend onderzoek naar bedreiging en geweld tegen christenen en andere gelovigen in asielzoekerscentra. Dat blijkt uit een ambtelijke beslisnota die vorige week openbaar werd. Opvallend is dat het ministerie zelf eerder erkende dat het religieuze motief achter incidenten niet systematisch wordt bijgehouden.
„Op basis van huidige signalen wordt aanvullend onderzoek niet aangewezen geacht”, staat in de nota van 7 september. Concrete aantallen incidenten worden daarin niet genoemd. Het ministerie kiest in plaats daarvan voor betere registratie, extra alertheid op opvanglocaties en een opfrissing van bestaande trainingen voor COA-medewerkers.
Kamer vroeg om structurele registratie
De discussie speelt al langer. Afgelopen zomer nam de Tweede Kamer met 149 van de 150 zetels een motie van ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder en SGP’er Diederik van Dijk aan. Zij vroegen het kabinet om religieus gemotiveerd geweld tegen asielzoekers „structureel te registreren” en de Kamer daar periodiek over te informeren. Alleen Mona Keijzer nam niet aan de stemming deel.
Van den Brink stond positief tegenover de motie. Een maand later erkende hij in antwoord op Kamervragen dat het probleem tot dan toe niet goed in cijfers was te vangen.
„In hoeverre de incidenten religieus van aard zijn, wordt echter niet systematisch geregistreerd”, schreef de minister op 20 juli. Hij noemde intimidatie vanwege geloof „een onwenselijke aantasting van de godsdienstvrijheid” en stelde dat daar „krachtig” tegen moet worden opgetreden.
Het COA liet tegelijkertijd weten zich niet te herkennen in het beeld dat sprake is van systematische intimidatie op religieuze gronden.
Geen nieuw onderzoek, wel aangepaste monitor
Het kabinet wil de aangenomen motie uitvoeren door de jaarlijkse Incidentenmonitor uit te breiden. Daarin moet meer informatie komen over misdrijven met een discriminatoir oogmerk. Ook moeten contactpersonen voor veiligheid op opvanglocaties actiever optreden en krijgen medewerkers een opfrissing van hun training over religieuze bewoners. Of religieuze motieven daarbij voortaan als aparte categorie worden geteld, blijkt niet uit de beslisnota.
Dat is relevant omdat juist het ontbreken van zulke cijfers al jaren een probleem is. In 2015 vroeg ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind al om registratie van geweld tegen christenen in azc’s. Toenmalig VVD-staatssecretaris Klaas Dijkhoff antwoordde destijds dat incidenten wel werden geregistreerd, maar „de achterliggende motivatie niet”. Elf jaar later schrijft Van den Brink dat religieuze motieven nog altijd niet systematisch worden bijgehouden.
Steekpartij in Emmeloord
De ambtelijke nota waarin verder onderzoek wordt afgewezen, dateert van enkele weken na een ernstig incident in het azc in Emmeloord.
Volgens christelijk platform Revive werden daar half augustus twee christelijke bekeerlingen neergestoken. Het medium baseert zich onder meer op een proces-verbaal dat het naar eigen zeggen heeft ingezien. Daarin zou sprake zijn van poging tot doodslag. Volgens Revive hield het conflict verband met een discussie over de islamitische profeet Mohammed. Het politieonderzoek liep nog en het COA wilde daarom niet inhoudelijk reageren.
Omdat deze zaak vooralsnog alleen via secundaire berichtgeving bekend is, staat niet onafhankelijk vast dat het religieuze motief juridisch is vastgesteld.
Daarnaast meldde Stichting Gave volgens mediaberichten in 2026 tot september 25 gevallen van intimidatie van christelijke vluchtelingen. Ook die cijfers zijn niet teruggevonden in een primaire overheidsbron.
Andere aanpak voor lhbtiq+-asielzoekers
Dezelfde Kamerbrief behandelt ook de veiligheid van lhbtiq+-asielzoekers. Voor die groep bestaat binnen het COA al langer een aparte structuur.
Volgens de beslisnota heeft iedere opvanglocatie minimaal één lhbtiq+-contactpersoon. COA-medewerkers krijgen daarnaast basis- en verdiepingstrainingen in samenwerking met COC Nederland. Het partnerschap tussen COA en COC bestaat sinds 2014 en werd vorig jaar vernieuwd. In totaal zijn meer dan 250 contactpersonen actief.
Voor bedreigde christenen of bekeerlingen wordt in de stukken geen vergelijkbare vaste contactpersoon of samenwerking met een gespecialiseerde organisatie genoemd. Wel heeft het ministerie gesprekken gevoerd met Stichting Gave en beschikt het COA over een beleidskader voor levensbeschouwing.
Ook voor lhbtiq+-bewoners blijft de veiligheid overigens een probleem. Uit een COC-enquête bleek vorig jaar dat 57 procent van de ondervraagden discriminatie of verbaal en soms fysiek geweld had ervaren. De bestaande structuur heeft die problemen dus niet weggenomen.
Al jaren discussie over veiligheid bekeerlingen
De Kamer heeft het onderwerp dit jaar meerdere keren aangekaart. In maart werd al een motie van Ceder en Van Dijk aangenomen waarin het kabinet werd gevraagd signalen over onveiligheid van christelijke bekeerlingen met het COA en Stichting Gave te bespreken en een streng beleid te voeren tegen religieus gemotiveerd geweld.
In april vroeg JA21-Kamerlid Ceulemans bovendien om landelijk onderzoek naar de omvang van het probleem. In juli vroeg de vaste Kamercommissie om een officiële reactie op het zwartboek Geloofsvervolging in de Nederlandse Opvang.
Die reactie kwam pas op 16 oktober. De gekozen lijn is voorlopig duidelijk: geen nieuw afzonderlijk onderzoek, maar betere registratie binnen bestaande systemen.
Daarmee blijft één belangrijke vraag voorlopig onbeantwoord: hoe groot het probleem precies is. Het kabinet zegt op basis van de „huidige signalen” geen aanvullend onderzoek nodig te vinden, terwijl het tegelijkertijd erkent dat het religieuze motief achter incidenten tot nu toe niet systematisch wordt geregistreerd.


















































