OM gaat niet in hoger beroep tegen vrijspraak Jan Roos

Het Openbaar Ministerie stopt definitief met de strafzaak tegen programmamaker Jan Roos. Daarmee blijft de vrijspraak van de rechtbank overeind. De vervolging wordt niet doorgezet, terwijl de zaak maandenlang werd gebracht als een ernstige poging tot opruiing. Voor Roos voelt dat als erkenning dat hij nooit vervolgd had mogen worden.
Op X reageerde hij fel. “Het OM gaat niet in beroep tegen mijn vrijspraak. Ik ben dus officieel voor niets door de overheid als een zwaar crimineel behandeld vanwege een grap. Deze uitspraak zal een precedent scheppen voor de vrijheid van meningsuiting.”
De manier waarop de zaak begon, blijft een schokpunt. Roos werd in november 2024 vroeg in de ochtend uit huis gehaald. Hij zat uren in een politiecel. Pas later hoorde hij waarvoor hij was opgepakt.
“Ik ben van bed gelicht, gefouilleerd en in een cel gegooid. Ik wist helemaal niet waar het om ging. Ik ben als een zware crimineel behandeld,” vertelde hij tijdens de zitting. Het OM vond dat zijn uitspraken over het Amelandse Sunneklaas-feest een strafbare oproep tot geweld vormden. De officier eiste een voorwaardelijke taakstraf van tachtig uur.
Maar de rechtbank in Leeuwarden keek anders naar de fragmenten. De rechter oordeelde dat er geen sprake was van opruiing. De uitspraken moesten worden gezien binnen de context van een satirisch programma. Het betrof absurdistische humor die volgens de rechtbank niet aannemelijk tot geweld kon leiden. Roos noemde het vonnis “een overwinning voor de vrijheid van meningsuiting”.
De satire die het conflict ontketende
De zaak draaide om uitspraken in zijn programma Roddelpraat. Zo sprak hij de zin uit: “Amelanders, verenig u met hooivorken en fakkels om die mensen van het eiland af te trappen. Fysiek geweld, auto gewoon, hop, van de kade afrollen en hoppatee, in de plomp.”
Roos verklaarde dat het satire was. “Je moet het niet serieus nemen. Dit is absurdistische humor, meer niet. Ik maak gewoon elke week een grappig showtje.” Volgens hem snappen kijkers dat het geen letterlijke oproepen zijn. De rechter volgde die redenering.



















































