Bijna 12.000 sociale huurders bezitten ook een koophuis in Nederland

Bijna 12.000 mensen die een sociale huurwoning huren, zijn tegelijk eigenaar van één of meerdere koopwoningen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Het gaat om ongeveer 0,5 procent van alle huurders van woningcorporaties. Toch zet dit volgens het CPB druk op het systeem van sociale huur. Er ontstaan vragen over ‘passend gebruik van schaarse sociale huurwoningen’.
Sociale huurwoningen zijn bedoeld voor mensen die niet terechtkunnen op de vrije huurmarkt. Woningcorporaties hebben wettelijk de taak om deze groep te huisvesten. In de praktijk blijkt dat dit doel niet altijd wordt gehaald. Bij vijf op de zes huurders met een eigen woning is het gebruik van een corporatiewoning in strijd met die taak.
In een deel van de gevallen is er een persoonlijke verklaring. Ongeveer één op de zes huurders bezit een extra woning door bijvoorbeeld een scheiding of het overlijden van een ouder. Volgens het CPB botst dit niet met de doelstelling van woningcorporaties.
Huren en tegelijk verdienen aan bezit
In de overige gevallen ligt dat anders. Het gaat om ongeveer 10.000 huurders waarbij het bezit van een koopwoning problematisch wordt genoemd. Vaak wonen deze mensen zelf in een sociale huurwoning en verhuren zij hun koopwoning om inkomsten te genereren. Daarmee profiteren zij dubbel van de woningmarkt.
In één op de tien gevallen bezit de huurder zelfs meer dan één extra woning. Enkele tientallen mensen blijken eigenaar te zijn van meer dan tien woningen. Dat gaat volgens het CPB duidelijk voorbij aan het idee van sociale huisvesting.
Sommige huurders gebruiken hun tweede woning niet voor verhuur, maar stellen deze beschikbaar aan familie of maken er zelf gebruik van. Ook dit past volgens het CPB niet bij de rol van woningcorporaties. Sociale huurwoningen zijn immers bedoeld voor mensen die geen alternatieven hebben.
Hoger inkomen en betere woningen
Niet alleen het bezit van woningen valt op. Ook het inkomen van deze huurders wijkt af. Meer dan de helft van de huurders met een koopwoning verdient te veel om tot de doelgroep van sociale huur te behoren. Zij vallen daarmee buiten de inkomensgrenzen die normaal gelden.
Het CPB stelt vast dat deze groep gemiddeld 76,4 procent meer verdient dan andere huurders van woningcorporaties. Daarnaast wonen zij vaak in aantrekkelijkere corporatiewoningen dan huurders zonder eigen bezit. Het gaat bijvoorbeeld om grotere of beter gelegen woningen.



















































