De gebroken verkiezingsbelofte van de VVD
Als we één ding duidelijk mogen stellen over het nieuwe kabinet, dan is het dit: het is geen kabinet met een meerderheid van de bevolking achter zich. Dat was de scherpe conclusie van Syp Wynia onlangs in Wynia’s Week en dit ondermijnt de hele pretentie van deze regering van een verantwoordelijke, bestuurlijke formatie. De hardwerkende Nederlander heeft schoon genoeg van de hoge belastingen om de massa-immigratie, AZC’s, windmolens en zonne-akkers van te betalen, terwijl de omgeving verloedert en onveiliger wordt. De verkiezingsuitslag van 29 oktober liet een luide stem daartegen horen. Maar de beroepspolitici in Den Haag wanen zich wederom Oost-Indisch doof.
Strikt politiek-juridisch heeft dit kabinet geen Kamermeerderheid, dat was al helder bij de formatie. Maar veel prangender is wat Wynia benadrukt: dit kabinet heeft ook geen meerderheid in het land zelf. Slechts een derde van de Nederlanders oordeelt positief over dit kabinet en zo’n zeventig procent van de bevolking vindt dat dit kabinet geen recht doet aan de uitslag van de verkiezingen. Zelfs onder VVD-kiezers overheerst het gevoel dat deze coalitie hen niet vertegenwoordigt. Dit betekent dat wat door de drie musketiers, Rob, Henri en Dilan wordt gepresenteerd als een bestuurlijk en constitutioneel ‘minderheidskabinet dat het land dient’, in werkelijkheid neerkomt op bestuur door een politieke minderheid, zowel in de Eerste en Tweede Kamer, als in de maatschappij.














































