Denemarken scherpt uitzettingsbeleid aan en zet buitenlandse criminelen het land uit

De Deense regering heeft een nieuwe wet voorgesteld om buitenlanders die ernstige misdrijven plegen uit te zetten. De maatregel geldt voor niet-Deense staatsburgers die veroordeeld zijn tot minstens één jaar gevangenisstraf voor zware misdrijven, zoals geweld, verkrachting en andere ernstige strafbare feiten.
Het kabinet van premier Mette Frederiksen wil dat deze regels al op 1 mei 2026 ingaan, als het Deense parlement ermee instemt.
Geen automatische bescherming meer
Tot nu toe konden buitenlandse veroordeelden in Denemarken soms blijven wonen, bijvoorbeeld omdat zij een partner of kinderen in het land hadden. Onder de nieuwe wet wordt uitzetting veel meer de norm, tenzij er zeer sterke familiebanden zijn.
De Deense regering geeft aan dat het huidige beleid vaak werd tegengehouden door Europese mensenrechtenregels. Daarom wordt de nationale wet nu aangepast om uitzetting niet langer af te laten hangen van internationale rechters.
Strengere immigratiecontrole
De hervorming gaat verder dan alleen uitzettingen. De regering wil ook strenger toezicht op buitenlanders zonder verblijfspapieren. Mensen die zich niet aan de regels houden, kunnen onder meer een elektronische enkelband krijgen.
Daarnaast werkt Denemarken aan betere samenwerking met landen als Syrië en Afghanistan. Het land wil dat deze landen meewerken aan terugkeer en identificatie van veroordeelden.
Politieke en juridische context
Denemarken en enkele andere Europese landen willen ook de interpretatie van de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens veranderen. Volgens de Deense regering belemmert die conventie het uitzetten van zware criminelen.
Het is een belangrijke stap in een bredere trend binnen Europa om immigratie en integratie strenger te reguleren. Partijen aan de rechterzijde van het politieke spectrum roepen al langer op tot harde maatregelen tegen buitenlandse misdadigers.





















































