Een belangrijk punt in Bosma’s bijdrage was de mogelijke invoering van een kiesdrempel. Dat onderwerp dook volgens hem onverwacht op in het nieuwe coalitieakkoord. Bosma vroeg zich af of zo’n maatregel de democratie versterkt of juist kiezers buitensluit. Hij verwees naar het argument dat een kiesdrempel “1,5 miljoen mensen uitsluit”.
Ook het idee van een grondwettelijk hof kwam aan bod. Bosma benadrukte dat zijn fractie daar nooit voorstander van is geweest. Hij vroeg de minister of een dergelijk hof werkelijk bijdraagt aan een beter functionerende democratie.
Centraal in Bosma’s betoog stond wat hij zelf de verkeerd benoemde “diplomademocratie” noemt. Volgens hem gaat het niet om mensen, maar om denkbeelden. Hij verwees naar onderzoek van politicoloog Wouter Schakel, waarin 291 beleidskwesties zijn geanalyseerd. Bosma zei daarover: "Daaruit is gebleken dat er één groep in Nederland is die altijd zijn zin krijgt, linksom of rechtsom, en dat zijn hoogopgeleiden.”
Volgens Bosma zouden beleidskeuzes er anders uitzien als het brede volk doorslaggevend was. Hij noemde onderwerpen als immigratie, sociale zekerheid, criminaliteit en Europese integratie.
Als mogelijke oplossingen noemde Bosma het referendum en de gekozen burgemeester. Daarmee zou volgens hem de invloed van burgers kunnen worden vergroot, buiten bestaande instituties om. Ook pleitte hij voor maximale vrijheid voor politieke partijen en waarschuwde hij tegen overheidsingrijpen in partijstructuren.
In een interruptie met de SGP ging Bosma ook in op het onderwijs. Hij stelde dat universiteiten te eenzijdig zijn geworden. "Universiteiten zijn linkse feestjes geworden,” zei hij, waarbij hij verwees naar thema’s als kolonialisme, slavernij en klimaat die volgens hem standaard worden afgewerkt.
Bosma verdedigde opnieuw de keuze van de PVV om geen ledenpartij te zijn. Volgens hem ondermijnt een ledenstructuur de parlementaire democratie. Hij verwees naar historische voorbeelden binnen andere partijen en stelde dat politieke mandaten niet door ledenvergaderingen moeten worden aangestuurd. "De ledenconstructie is de pest voor de parlementaire democratie,” zei Bosma. Volgens hem moeten volksvertegenwoordigers handelen “zonder last of ruggespraak”.
Tot slot benadrukte Bosma dat politieke input ook zonder verenigingsstructuren tot stand kan komen. Hij zei met burgers te spreken in het dagelijks leven en op basis daarvan standpunten bij te stellen. Volgens hem past dat beter bij deze tijd. "Verenigingen zijn ouderwets,” zei Bosma. "We leven in een tijd van Facebook en TikTok.”