Kamer verwerpt motie tegen belasting op ongerealiseerde winst in box 3

De Tweede Kamer heeft een motie verworpen die moest voorkomen dat spaarders en beleggers belasting betalen over winst die alleen op papier bestaat. De motie, ingediend door PVV-Kamerlid Elmar Vlottes, kreeg wel steun van een deel van de Kamer, maar haalde geen meerderheid. Dat is opvallend, omdat meerdere partijen eerder hebben uitgesproken dat zij belasting op ongerealiseerde winst onwenselijk vinden.
Bij de hoofdelijke stemming stemden 48 Kamerleden vóór en 97 tegen. Tegen de motie stemden onder meer VVD, CDA en ChristenUnie, maar ook D66, GroenLinks-PvdA, SP, Volt, Partij voor de Dieren en DENK. De motie werd behandeld in de Tweede Kamer.
Waar ging de motie over?
De motie-Vlottes richtte zich tegen de kern van de nieuwe Wet werkelijk rendement box 3. In dat wetsvoorstel wil het kabinet het “werkelijke rendement” op vermogen belasten. Dat gebeurt via een zogenoemde vermogensaanwasbelasting. Daarbij telt niet alleen ontvangen rente of dividend mee, maar ook de jaarlijkse waardestijging van bezittingen, zoals aandelen of vastgoed, zelfs als die winst nog niet is verzilverd.
Vlottes stelde daar een alternatief tegenover. Volgens hem moet de fiscus alleen belasting heffen op winst die daadwerkelijk is gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop. In de motietekst staat dat “belasting op rendement dient te gebeuren op daadwerkelijk behaald rendement en niet op papieren rendement”. De motie verzocht de regering daarom om zo snel mogelijk toe te werken naar een box 3-stelsel met een vermogenswinstbelasting.
Brede kritiek, beperkte steun
Dat de motie het niet haalde, wringt met eerdere uitspraken in de Kamer. Meerdere partijen hebben zich in debatten kritisch uitgelaten over het belasten van ongerealiseerde winsten. In het coalitieakkoord van VVD, D66 en CDA staat zelfs dat men op termijn wil afstappen van zo’n systeem en wil doorgroeien naar belastingheffing bij realisatie.
Toch steunden juist deze partijen de motie niet. Daarmee blijft het wetsvoorstel, dat vanaf 2028 moet ingaan, gebaseerd op een vermogensaanwasbelasting. Het kabinet wijst erop dat dit nodig is om te voldoen aan uitspraken van de rechter en om de belastingopbrengsten op peil te houden.
Belasting op ongerealiseerde winst betekent dat mensen belasting kunnen moeten betalen over een waardestijging die zij nog niet in geld hebben ontvangen. Bij latere koersdalingen kan die aanslag blijven staan. Dit is vooral problematisch voor mensen met niet-liquide vermogen, zoals beleggingen of onroerend goed dat niet direct kan worden verkocht.






















































