Brabant moet opvang asielzoekers verdubbelen van D66-kabinet

Brabantse gemeenten lopen fors achter bij het realiseren van opvangplekken voor asielzoekers. Terwijl het Rijk juist meer capaciteit eist, blijft het aantal beschikbare plekken ver achter bij de opgave. De provincie moet in korte tijd meer dan het dubbele aantal opvangplekken realiseren. Uit een Kamerbrief van Bart van den Brink, minister van Asiel en Migratie, blijkt dat Brabant verantwoordelijk is voor ruim dertienduizend opvangplekken. Op dit moment zijn er nog geen 6.300 plekken beschikbaar. Dat betekent dat er ruim 7.100 nieuwe opvangplekken moeten worden gerealiseerd.
De cijfers zijn onderdeel van de raming voor de spreidingswet. Deze wet bepaalt hoeveel asielzoekers gemeenten naar verwachting moeten opvangen. De verdeling gebeurt in eerste instantie op provinciaal niveau. Daarbij wordt gekeken naar inwonertal en welvaart van gemeenten.
Provincies hebben tot begin december de tijd om de totale opgave te verdelen over hun gemeenten. Vervolgens krijgen gemeenten tot halverwege 2027 de ruimte om de opvangplekken daadwerkelijk te realiseren. Voor Brabant betekent dit een forse ruimtelijke en bestuurlijke uitdaging.
De huidige situatie laat zien dat Brabant nog lang niet op schema ligt. Met minder dan de helft van het benodigde aantal opvangplekken gerealiseerd, groeit de druk op gemeenten. Vooral kleinere gemeenten worstelen met geschikte locaties, draagvlak onder inwoners en financiële gevolgen. De verwachting vanuit Den Haag is dat Brabant zijn verantwoordelijkheid alsnog neemt. De provincie moet meer dan zevenduizend extra plekken creëren in minder dan twee jaar tijd.



















































