FVD wil opheldering over iftar-bijeenkomsten bij politiebureaus

FVD-Kamerlid Peter van Duijvenvoorde heeft schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Justitie en Veiligheid over iftarbijeenkomsten waarbij de politie betrokken zou zijn. Aanleiding zijn berichten en videobeelden op sociale media waarop te zien is dat dergelijke bijeenkomsten plaatsvinden in of bij politiebureaus. Op sommige beelden is te zien dat tijdens deze bijeenkomsten de islamitische gebedsoproep, de azan, wordt voorgedragen terwijl politieagenten in uniform aanwezig zijn. Dat roept vragen op over de rol van de politie en de scheiding tussen overheid en religie.
Dit bericht op Instagram bekijken
Van Duijvenvoorde wil van de minister weten of de politie betrokken is bij het organiseren of faciliteren van deze iftars. Ook vraagt hij om duidelijkheid over de locaties, data en omstandigheden waarin deze bijeenkomsten plaatsvinden.
Daarnaast stelt hij vragen over de inzet van publieke middelen. Hij wil weten of politiecapaciteit, werktijd of faciliteiten worden gebruikt voor deze religieuze bijeenkomsten. Ook de vraag wie verantwoordelijk is voor de organisatie komt nadrukkelijk terug in de Kamervragen.
Een belangrijk punt in de vragen is de neutraliteit van de politie. Van Duijvenvoorde vraagt expliciet hoe deze bijeenkomsten zich verhouden tot het uitgangspunt dat de politie een neutrale vertegenwoordiger van de rechtsstaat moet zijn.
Hij stelt onder meer: “Acht u het passend dat in of bij politiebureaus expliciete religieuze uitingen of rituelen plaatsvinden die behoren tot één specifieke godsdienst, terwijl de politie een neutrale vertegenwoordiger van de rechtsstaat behoort te zijn?” Daarmee wordt de bredere discussie geraakt over religieuze uitingen binnen overheidsinstellingen.
Van Duijvenvoorde vraagt ook of er binnen de politie duidelijke richtlijnen bestaan voor het organiseren of faciliteren van religieuze activiteiten. Hij wil dat deze eventueel met de Kamer worden gedeeld. Daarnaast vraagt hij naar het draagvlak onder politieagenten. Is er steun voor dit soort bijeenkomsten, en hoe wordt omgegaan met agenten die niet willen deelnemen?
Hij stelt daarbij vragen over mogelijke druk of ongemak: “Hoe wordt binnen de politie omgegaan met politieagenten die zich levensbeschouwelijk neutraal willen opstellen en daarom niet willen deelnemen aan religieuze bijeenkomsten of rituelen, zoals iftarbijeenkomsten of het bijwonen van religieuze oproepen?” Ook wordt gevraagd of er meldingen of klachten zijn van agenten die zich onder druk gezet voelen.



















































