Kabinet verleent statushouders weer voorrang op sociale huur

Het kabinet zet een streep door de wet die voorrang voor statushouders bij sociale huurwoningen moest verbieden. Daarmee verdwijnt een gevoelig plan van tafel dat in de vorige kabinetsperiode nog gold als een belangrijk politiek speerpunt. Woonminister Mona Boekholt-O’Sullivan kiest eerst voor een andere aanpak: er moeten eerst extra woonplekken komen voor statushouders, pas daarna wil zij opnieuw kijken naar een verbod. Dit meldt De Telegraaf.
Dat betekent een duidelijke koerswijziging. Voor de vorige woonminister Mona Keijzer en de toenmalige coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB was het afschaffen van de voorrang juist een van de opvallendste onderdelen van het woonbeleid. Die partijen vonden het onverteerbaar dat statushouders in sommige gevallen sneller een sociale huurwoning konden krijgen dan woningzoekenden die al jaren op een wachtlijst staan.
De nieuwe minister laat dat plan nu voorlopig los. Volgens haar is het op dit moment belangrijker om eerst voldoende woonruimte te regelen voor statushouders die in Nederland mogen blijven. Zolang die woningen er niet zijn, blijven veel van hen vastzitten in asielzoekerscentra. Juist daar zit al grote druk op de opvangcapaciteit.
Boekholt-O’Sullivan wil daarom eerst inzetten op andere vormen van huisvesting. Ze denkt onder meer aan tijdelijke flexwoningen. Ook woningdelen wordt genoemd als mogelijke oplossing. Op die manier zouden minder zelfstandige woningen nodig zijn, terwijl statushouders toch sneller uit de opvang kunnen worden gehaald.
Concept-convenant en 'aanjaagteam'
Hoe dat plan er precies uit gaat zien, is nog niet uitgewerkt. De minister schrijft dat er een convenant moet komen met gemeenten en andere maatschappelijke partijen. Daarin moeten afspraken worden vastgelegd over het sneller beschikbaar maken van flexwoningen. Ze wil “voor de zomer” een “concept-convenant” gereed hebben.
Daarnaast komt er een speciaal “aanjaagteam”. Dat team moet voorbeelden verzamelen uit gemeenten waar al op andere manieren woonruimte voor statushouders is gevonden. Het kabinet hoopt zo oplossingen op te schalen die lokaal al blijken te werken.
Pas als er volgens de minister genoeg alternatieve plekken zijn geregeld, wil het kabinet opnieuw werk maken van een verbod op voorrang. Daarvoor moet dan een “nieuw, uitvoerbaar wetsvoorstel” komen. Boekholt-O’Sullivan hoopt dat voorstel eind dit jaar klaar te hebben.
Dat nieuwe wetsvoorstel moet in elk geval beter bestand zijn tegen juridische kritiek dan het vorige plan. Het voorstel van Keijzer kreeg namelijk kritiek van de Raad van State. Volgens dat adviesorgaan leidde het verbod mogelijk tot “ongelijke behandeling” en zou het daardoor in strijd kunnen zijn met de Grondwet. Ook waarschuwde de Raad van State dat gemeenten door de wet in een “zeer moeilijke positie” terecht zouden komen.
















































