Explosie aan wolvenmeldingen in 2026: aanvallen, roedels en confrontaties

De eerste vier maanden van 2026 laten een duidelijke toename zien van wolvenmeldingen in Nederland en de grensregio’s. Uit gegevens van het wolvenmeldpunt Geen Wolf blijkt dat meldingen van waarnemingen, aanvallen en confrontaties vrijwel dagelijks binnenstromen. Wolven worden niet alleen gezien in natuurgebieden, maar ook steeds vaker bij dorpen, wegen en landbouwgrond.
De meldingen komen uit vrijwel het hele land. Vooral Drenthe, Gelderland en Overijssel springen eruit. Ook in Noord-Brabant, Utrecht, Friesland, Groningen en België worden incidenten gemeld. Het gaat om een combinatie van zichtmeldingen en aanvallen op dieren. In meerdere gevallen worden wolven op korte afstand van mensen gezien. Ook roedels lijken zich vaker te verplaatsen.
Vrijwel dagelijks meldingen
In januari is er sprake van een bijna constante stroom meldingen. Al op 2 januari worden in Lunteren twee schapen gedood. Diezelfde dag worden in Wekerom zeven wolven vastgelegd op een wildcamera.
De dagen daarna volgen snel nieuwe incidenten. Op 12 januari worden in Lunteren vier van de vijf schapen gedood. In Putten gaat het diezelfde dag om drie dode schapen. Een dag later, op 13 januari, wordt in Kootwijkerbroek een volledige kudde getroffen: zeven tot acht schapen worden gedood.
Halverwege de maand nemen ook de zichtmeldingen sterk toe. Op 15 januari worden meerdere wolven gezien in Oranjewoud en Havelte. In Dwingeloo wordt die nacht een schaap gedood. Op 16 januari volgen meldingen uit onder meer Tynaarlo, Zuidlaren en Zeijen, waar een basisschool kinderen binnenhoudt na een waarneming.
De situatie escaleert verder rond 18 en 19 januari. In Koekange worden op 18 januari vier schapen gedood en gewond. Een dag later volgt opnieuw een aanval met twee dode schapen. Op 19 januari wordt ook gemeld dat een wolf achter een groep reeën aan rent in Noord-Sleen.
Op 22 januari worden in Drijber zes schapen gedood. Diezelfde dag zijn er meerdere zichtmeldingen, waaronder twee wolven die bijna onder een auto komen bij Pesse. De maand eindigt met nieuwe aanvallen, zoals op 25 januari in Peize, waar vijf schapen worden gedood, en op 30 januari in Veenendaal, waar meerdere schapen zwaar gewond raken.
Aanvallen blijven doorgaan
In februari zet de trend door. Op 6 februari wordt in Rucphen een aanval gemeld. Aanvankelijk is onduidelijk welk dier is getroffen, maar later blijkt dat het om schapen gaat. Volgens de melding: “In de nacht van 6 februari zijn er schapen gepakt in Sprundel (gemeente Rucphen) en is er tevens een ooi gepakt in de Pannenhoef achter 1,25 meter hoog elektrisch draad.”
Ook andere delen van het land blijven meldingen geven. Op 22 februari wordt in Werkendam een wolf gezien langs de Biesbosch. Kort daarna volgen meldingen uit Gelderland. Op 24 februari is er in Hoenderloo een confrontatie waarbij honden worden aangevallen. Diezelfde dag meldt een wandelaar: “Vanmorgen in Hoenderloo wel 6x deze wolf tegengekomen tijdens een wandeling.”
Aanvallen op vee blijven zich opstapelen. Op 26 februari 2026 worden in Doornspijk zeker zeven schapen getroffen. De melder schrijft: “En weer slaat de wolf toe in Doornspijk. Zeker 7 stuks in de wei. Een met keelbeet ligt in de heg. Nog vier zoek. Laat het ophouden a.u.b.”
Wolven trekken verder en blijven toeslaan
In maart blijven zowel zichtmeldingen als aanvallen binnenkomen. Op 14 maart wordt in Brakel (België) een wolf gezien die over een akker loopt. Tijdens diezelfde doortocht worden drie schapen gedood.
Ook in Nederland blijven meldingen doorgaan. Op 28 februari en 31 maart worden wolven gezien in Overijssel, onder meer in Broekland en Dedemsvaart. Op 31 maart wordt in Balkbrug een confrontatie gemeld. De melder schrijft: “Vanmorgen een wolf gezien op Den Oosterhuis in het weiland. Liep met zoon en hond om 7.15 uur. Wolf keek onze kant op en leek onze kant op te lopen, wij zijn geschrokken en in stevige pas terug naar huis gelopen.”
Diezelfde dag volgen meldingen uit Glanerbrug, Enschede en Exloo. In Exloo zou een wolf een ree hebben verscheurd.
Ook aanvallen gaan door. Op 30 maart worden in Doornspijk opnieuw schapen gedood en gewond. De melder meldt: “Vannacht de wolf op bezoek gehad. 2 dood, 2 zwaar gewond.”
Meer meldingen in het zuiden en langs de grens
In april verschuift het zwaartepunt deels naar Noord-Brabant en de grens met België. Op 7 april wordt in Standdaarbuiten een vermoedelijke wolf gezien. Kort daarna volgen meldingen uit dezelfde regio.
Op 24 april wordt in Wuustwezel (België) een schaap gedood en een ander gewond. Een dag later, op 25 april, worden in Wernhout een schaap en een lam gedood.
De zichtmeldingen blijven ook doorgaan. Op 28 april wordt opnieuw een wolf gezien in Wernhout. Op 29 april volgen meldingen uit Hengevelde en Dalfsen. In Dalfsen beschrijft een melder de situatie: een wolf bleef bij een boom staan en liep kort richting de wandelaar, die daarna snel het bos verliet. Ook aanvallen blijven plaatsvinden. Op 28 april worden in Culemborg vier lammeren gedood en één gewond.
Structureel probleem zichtbaar in data
De meldingen over de eerste vier maanden laten een duidelijk patroon zien. Er is geen sprake van losse incidenten. In plaats daarvan volgt melding op melding, verspreid over het hele land en over langere tijd.
De combinatie van data en inhoud laat zien dat wolven zich vaker verplaatsen, vaker zichtbaar zijn en regelmatig toeslaan. Aanvallen vinden plaats op verschillende soorten dieren en soms zelfs achter beschermende maatregelen. Tegelijk worden wolven steeds vaker gezien op korte afstand van mensen, op wegen en in dorpsranden.




















































