VN-klimaatpanel laat zwaarste rampscenario los en verlaagt streefdoel

Het klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) laat zijn meest extreme toekomstscenario los. Het gaat om het scenario waarin de aarde tegen het jaar 2100 met 4 tot 6 graden zou opwarmen. Dat scenario speelde jarenlang een grote rol in onderzoek, beleid en rechtszaken over klimaatverandering, meldt de Volkskrant.
In nieuwe berekeningen komt de maximale opwarming voor deze eeuw lager uit. In het somberste scenario ligt die nu rond de 3,5 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële niveau. Dat is nog steeds ruim boven de grens van 2 graden die internationaal als relatief veilig wordt gezien.
Minder extreme prognoses
Het schrappen van het zwaarste scenario heeft gevolgen. Veel eerdere studies en mediaberichten waren gebaseerd op deze extreme uitkomst. Ook klimaatrechtszaken verwezen vaak naar dit scenario om risico’s te onderbouwen.
Daarnaast leunen nationale voorspellingen erop. Zo gebruikte het KNMI het scenario bij berekeningen over zeespiegelstijging en extreme hitte. Ook prognoses waarin de zeespiegel met meer dan een meter zou stijgen tegen 2100, zijn deels op dit uitgangspunt gebaseerd.
Uit een eerdere analyse van de Volkskrant bleek dat meer dan 80 procent van de onderzochte klimaatartikelen verwees naar dit sombere toekomstbeeld.
Opwarming blijft aanzienlijk
Volgens onderzoekers betekent de aanpassing niet dat de zorgen verdwijnen. Detlef van Vuuren, betrokken bij de nieuwe scenario’s, benadrukt dat de opwarming nog steeds fors kan zijn. “De gevolgen daarvan zijn vervelend genoeg”, zegt hij. “En als we te weinig doen aan de uitstoot van broeikasgassen, kom je vanzelf alsnog op hogere waarden. Alleen gebeurt dat later, na 2100.”
De verwachting is dat de aarde blijft opwarmen zolang de uitstoot van CO2 niet volledig stopt. Dat benadrukt ook klimaatwetenschapper Zeke Hausfather. “Zolang de CO2-uitstoot boven nul blijft, zal de aarde blijven opwarmen.”
Volgens hem blijft de extreme opwarming die eerder voor 2100 werd voorspeld, wel mogelijk op langere termijn. “De mate van opwarming die nu minder realistisch is voor 2100, blijft plausibel voor 2150 en daarna.”
Ook optimistisch scenario verdwijnt
Niet alleen het zwaarste scenario verdwijnt. Ook het meest gunstige toekomstbeeld wordt losgelaten. In dat scenario zou de opwarming beperkt blijven tot rond de 1,5 graad.
Daarmee erkent het IPCC dat die doelstelling waarschijnlijk niet meer haalbaar is. De internationale afspraak om de opwarming tot maximaal 1,5 graad te beperken, komt daarmee verder onder druk te staan. “Maar helaas zijn ook de scenario’s aan de onderkant verdwenen”, zegt Van Vuuren.
Verouderde aannames
Het oude rampscenario werd zo’n vijftien jaar geleden opgesteld. Het ging uit van een wereld waarin het gebruik van fossiele brandstoffen sterk zou blijven groeien, vooral steenkool. Ook werd rekening gehouden met weinig technologische vooruitgang en een snel groeiende wereldbevolking.
In de praktijk is die ontwikkeling anders verlopen. Hernieuwbare energie is goedkoper geworden en wordt op grotere schaal gebruikt. Ook is er, zij het beperkt, klimaatbeleid ingevoerd.
Volgens Van Vuuren was het scenario “altijd al extreem hoog”. Toch werd het vaak gebruikt als standaardbeeld van de toekomst. Dat leidde tot vergaande voorspellingen, zoals grote delen van Zuid-Europa die ongeschikt zouden worden voor landbouw, of een zeespiegelstijging van meerdere meters.
Volgens het VN-milieuagentschap UNEP ligt de wereld met het huidige beleid op koers voor een opwarming van ongeveer 2,6 graden tegen het einde van deze eeuw. Dat is lager dan het oude rampscenario.






















































