Jetten spreekt van asielcrisis: ‘Het is gewoon een bende’

Premier Rob Jetten spreekt openlijk van een crisis in de asielopvang. Volgens hem is de situatie in Ter Apel en bij noodopvanglocaties al lange tijd onhoudbaar. De premier zegt dat het probleem niet draait om de vraag welk label eraan wordt geplakt. Volgens hem moet de opvang vooral snel beter worden geregeld, meldt NOS.
Tijdens zijn wekelijkse persconferentie kreeg Jetten de vraag of Nederland op dit moment te maken heeft met een asielcrisis. Daarop antwoordde hij bevestigend. “Ik denk ook dat het een crisis is. Want als je ’s avonds om half elf nog aan de telefoon hangt om te kijken of je mensen nog ergens in een sporthal kan laten slapen, dan is dat geen normale situatie”, zei hij.
De spanning liep deze week opnieuw op rond het aanmeldcentrum in Ter Apel. Daar werden asielzoekers de afgelopen dagen geweigerd, omdat er geen plek meer was. Op het laatste moment moesten elders bedden worden geregeld voor mensen die het terrein niet op mochten.
Contact met 25 gemeenten
Jetten zei dat hij deze week contact heeft gehad met 25 gemeenten. De gesprekken gingen over extra plekken voor opvang. Dat was nodig omdat Ter Apel opnieuw tegen zijn grenzen aanliep.
De situatie leidde opnieuw tot haastwerk. Gemeenten moesten bijspringen. Soms ging het om sporthallen of andere noodplekken. Zulke oplossingen zijn volgens het kabinet geen normale manier om opvang te organiseren.
De problemen in Ter Apel spelen al langer. Het aanmeldcentrum is het eerste punt waar veel asielzoekers zich melden. Als daar te weinig ruimte is, ontstaat direct druk op andere delen van het land. Dan moeten gemeenten snel extra plekken openen.
‘Het is gewoon een bende’
Jetten liet merken dat hij genoeg heeft van de discussie over woorden. Volgens hem is het duidelijk dat de opvang vastloopt, ongeacht of politici dat een crisis noemen of niet.
“Ik ben een beetje moe van die woordspelletjes”, zei de premier. “Het is gewoon een bende al een hele tijd, waardoor er mensen bij Ter Apel in het gras moeten slapen, waardoor we met noodopvanglocaties lopen te slepen, statushouders veel te lang zitten te wachten op een woning, mensen niet de taal leren en niet aan het werk kunnen. Het moet gewoon heel veel beter. En het maakt mij eerlijk gezegd niet zoveel uit hoe je het noemt, maar we moeten het oplossen.”
Met die uitspraak erkent Jetten dat het probleem breder is dan alleen het tekort aan bedden. Hij wijst ook op statushouders die lang in de opvang blijven zitten. Zij hebben al een verblijfsvergunning, maar kunnen vaak niet doorstromen naar een woning.
Daardoor blijven opvangplekken bezet. Nieuwe asielzoekers kunnen dan minder makkelijk worden geplaatst. Ook integratie komt volgens Jetten in de knel. Mensen leren de taal niet snel genoeg en kunnen niet goed aan het werk zolang zij vastzitten in noodopvang.
Van den Brink waarschuwt voor grote woorden
Ook asielminister Bart van den Brink ziet dat de situatie ernstig is. Na afloop van de ministerraad zei hij dat “wel degelijk sprake is van een crisis” als Ter Apel geen asielzoekers meer toelaat.
Toch wil de CDA-minister voorzichtig zijn met grote woorden. Volgens hem wordt in Den Haag te vaak een crisistoestand uitgeroepen. Dat lost volgens hem niet automatisch iets op.
Van den Brink wil vooral voorkomen dat de discussie blijft hangen in taal. Het kabinet moet volgens hem kijken naar maatregelen die in de praktijk werken. De problemen bij Ter Apel laten volgens hem zien dat de opvangketen nog steeds te kwetsbaar is.
Druk op gemeenten blijft groot
De uitspraken van Jetten en Van den Brink komen op een moment waarop gemeenten opnieuw onder druk staan. Zij worden gevraagd om extra opvangplekken te regelen. Tegelijk is er op veel plekken weerstand tegen nieuwe locaties.
De regering wil voorkomen dat asielzoekers opnieuw buiten moeten slapen. Daarom wordt telkens gezocht naar tijdelijke oplossingen. Maar juist die noodoplossingen zorgen voor onrust en onzekerheid bij gemeenten en inwoners.
Jetten erkent dat de huidige manier van werken niet houdbaar is. Volgens hem moet er meer grip komen op de opvang, de doorstroom van statushouders en de start van integratie. Hoe het kabinet dat precies wil bereiken, werd uit de aangehaalde uitspraken nog niet duidelijk.
Wel is de politieke toon veranderd. Waar bestuurders eerder soms voorzichtig waren met het woord crisis, zegt de premier nu zelf dat de situatie die naam verdient. Zijn conclusie is hard: het systeem loopt al te lang vast en moet snel beter gaan functioneren.



















































