Kabinet wil Defensie noodbevoegdheden geven zonder officiële noodtoestand

Defensie moet sneller kunnen oefenen, meer data kunnen gebruiken en eenvoudiger kunnen afwijken van bestaande regels. Dat is de kern van de nieuwe Wet op de defensiegereedheid (Wodg). Het kabinet noemt de wet noodzakelijk door de verslechterde veiligheidssituatie in Europa. De oorlog in Oekraïne speelt daarbij een grote rol. Toch gaat het voorstel veel verder dan alleen wat extra oefenruimte voor militairen.
De wet geeft Defensie een nieuw juridisch kader voor de voorbereiding op oorlogsscenario’s. Militairen moeten vaker in Nederland kunnen oefenen. Niet alleen op land, maar ook in de lucht, op zee, digitaal en in de ruimte. Volgens het kabinet sluiten bestaande regels te veel aan bij vredestijd. Daardoor zou Defensie niet kunnen trainen zoals zij moet vechten.
Hiermee verschuift de wet macht van bestaande regels en toezichthouders naar Defensie. Het raakt privacy, natuur, omwonenden, aanbesteding, personeel en rechtsbescherming. Daarmee is de Wodg niet alleen een defensiewet, maar ook een forse herschikking van bevoegdheden binnen de Nederlandse rechtsstaat.
Wet staat altijd aan
Een belangrijk punt is dat de wet niet alleen geldt bij oorlog of een officiële noodsituatie. Volgens de toelichting gaat de Wodg niet over staatsnoodrecht of de Oorlogswet. De wet is niet gekoppeld aan een dreigingsniveau, maar staat vanaf de inwerkingtreding permanent aan.
Dat maakt het voorstel bijzonder. Het kabinet wil dus extra bevoegdheden geven voor de grijze zone tussen vrede en oorlog. Juist die zone is breed en lastig af te bakenen. Hybride dreigingen, cyberaanvallen, sabotage en geopolitieke spanning kunnen jarenlang aanhouden. Daardoor kunnen tijdelijke uitzonderingen in de praktijk structureel worden.
De wet codificeert “gereedstelling” als publieke taak van de minister van Defensie. Daaronder vallen niet alleen oefenen en trainen, maar ook het vergaren van kennis over de operationele omgeving, het beveiligen van netwerken en systemen, personeelsopbouw, materieel en andere activiteiten die de minister noodzakelijk vindt voor de gereedheid.
Die formulering geeft Defensie veel ruimte. Het gaat niet alleen om klassieke militaire oefeningen. Ook informatiepositie, digitale beveiliging, data, sensoren en kunstmatige intelligentie krijgen een wettelijke basis.
Meer lawaai, meer nachtelijke oefeningen
De meest zichtbare gevolgen zullen rond militaire terreinen merkbaar zijn. Defensie wil ruimer kunnen oefenen met drones, helikopters, schieten, laagvliegen en nachtvliegen. Ook moet het makkelijker worden om loopgraven aan te leggen op oefenterreinen.
Volgens het ministerie kan de krijgsmacht nu onvoldoende realistisch oefenen. Drones hebben sterke sensoren. Helikopterbemanningen moeten onder verschillende omstandigheden kunnen landen. Militairen moeten ook in het donker kunnen schieten en vliegen. De oorlog in Oekraïne laat volgens Defensie zien dat loopgraven en drones opnieuw centraal staan in moderne oorlogsvoering.
Voor omwonenden betekent dit mogelijk meer geluid, meer vliegbewegingen en meer militaire activiteit. Ook natuur- en milieuregels kunnen anders worden toegepast. Het wetsvoorstel maakt afwijkingen mogelijk van delen van de Omgevingswet, de Wet luchtvaart, de Erfgoedwet, de Telecommunicatiewet en de Scheepvaartverkeerswet. Daarmee krijgt Defensie een aparte route om bestaande belemmeringen sneller te omzeilen.
Formeel blijven andere bestuursorganen betrokken. Zij kunnen vooraf advies geven en toezichthouders blijven een rol houden. Maar de vraag is hoeveel gewicht die rol nog heeft als defensiegereedheid als zwaarwegend nationaal belang bovenaan komt te staan.
Natuurregels kunnen wijken
Een gevoelig onderdeel is de ruimte om af te wijken van regels voor natuur en soortenbescherming. Het voorstel noemt daarbij het groot en openbaar belang van gereedstellingsactiviteiten, openbare veiligheid, luchtverkeersveiligheid en nationale veiligheid.
In gewone taal betekent dit: als Defensie bepaalde oefeningen nodig acht, kunnen natuurregels worden aangepast of tijdelijk anders worden toegepast. Daarbij moeten wel motiveringen en compenserende maatregelen worden gegeven. Toch verschuift de weging duidelijk. Waar boeren, bouwers en burgers vaak vastlopen op natuurregels, krijgt Defensie juist een route om sneller door die regels heen te komen.
Dat verschil zal politiek gevoelig liggen. Niet omdat Defensie geen ruimte nodig heeft. Wel omdat de overheid jarenlang andere sectoren streng heeft vastgezet met natuur- en milieuregels. De Wodg laat zien dat regels blijkbaar buigzamer worden zodra de staat zelf ruimte nodig heeft.
Data en privacy
De minst zichtbare, maar misschien meest ingrijpende uitbreiding zit in de informatieomgeving. Defensie wil persoonsgegevens kunnen verzamelen en verwerken voor gereedheid, informatiepositie en beveiliging. Daarbij gaat het om drones, sensoren, digitale systemen, cyberdreiging en kunstmatige intelligentie.
De wet past de verhouding tot de AVG en de Uitvoeringswet AVG aan. Voor bepaalde verwerkingen door Defensie komt een eigen kader. Ook komt er ruimte voor uitzonderingen bij operationele inzet. Volgens de stukken zijn er waarborgen, toezicht en bewaartermijnen. Tegelijk erkent de bijbehorende privacy-analyse dat het voorstel ruimte biedt voor potentieel vergaande inbreuken op de persoonlijke levenssfeer.
Dat is niet theoretisch. Drones kunnen gezichten en kentekens vastleggen, ook wanneer dat niet het doel is van een oefening. Sensoren kunnen burgers of voertuigen detecteren. Digitale systemen kunnen informatie verwerken over personen die toevallig in de operationele omgeving terechtkomen.
De privacy-analyse benoemt zelf risico’s. Denk aan verlies van controle over persoonsgegevens, scope creep, ongewenste profilering, discriminatie door geautomatiseerde systemen, beperkte transparantie en een mogelijk afkoelend effect op gedrag door monitoring. Dat laatste betekent dat mensen zich anders gaan gedragen omdat zij weten of vermoeden dat zij worden gevolgd.
Militair lichaam als databron
Ook defensiepersoneel krijgt met nieuwe vormen van monitoring te maken. Het voorstel maakt individuele gezondheidsmonitoring mogelijk tijdens opleiding, training en oefeningen. Daarbij kunnen biometrische gegevens en gezondheidsgegevens worden verwerkt.
Defensie ziet dit als manier om inzetbaarheid te meten en overbelasting te voorkomen. Draagbare sensoren kunnen hartslag, ademhaling, lichaamstemperatuur en andere signalen volgen. Dat kan nuttig zijn bij zware trainingen. Maar het maakt het lichaam van de militair ook een databron.
Volgens het wetsvoorstel is schriftelijke instemming nodig. Toch is de vraag hoe vrij die instemming in een hiërarchische militaire organisatie werkelijk voelt. Wie afhankelijk is van beoordeling, plaatsing en inzetbaarheid, kan druk ervaren om mee te doen. Zeker als monitoring wordt gekoppeld aan prestaties, fitheid en inzetbaarheid.
Sneller inkopen
De Wodg raakt ook de inkoop van Defensie. De wet moet het makkelijker maken om inkoop- en aanbestedingsprocedures versneld te doorlopen. Daarbij wordt aangesloten bij bestaande regelingen rond wezenlijke belangen en urgente situaties.
Ook hier is de reden begrijpelijk. In crisistijd kunnen trage aanbestedingen militaire gereedheid hinderen. Maar snelle inkoop betekent ook minder gewone marktwerking, minder transparantie en meer ruimte voor bestuurlijke afwegingen achter gesloten deuren. Juist bij Defensie, waar het om grote bedragen en gevoelige contracten gaat, vraagt dat om stevige controle.
Het voorstel noemt tijdige gereedstelling als wezenlijk belang van Nederland. Daarmee kan Defensie in bepaalde gevallen een zwaarder beroep doen op uitzonderingen binnen het aanbestedingsrecht.
Vangnet met grote gevolgen
Het meest opvallende onderdeel is de vangnetbepaling. Via een koninklijk besluit kan ontheffing worden verleend van wettelijke voorschriften als dat nodig is om belemmering of onaanvaardbare vertraging van spoedeisende training, opleiding, oefening of beschikbaarheid van materieel te voorkomen.
Die ontheffing kan maximaal twee jaar duren en één keer met maximaal een jaar worden verlengd. De Tweede Kamer krijgt het besluit binnen twee dagen. Het besluit vervalt alleen als de Kamer binnen een week besluit niet in te stemmen, op voorstel van minstens een derde van het aantal Kamerleden.
Dat is een zware bevoegdheid. Een gewone wet kan in concrete gevallen tijdelijk worden opzijgezet. Dat gebeurt niet via een volledig nieuw wetsvoorstel, maar via een koninklijk besluit. Er is parlementaire controle, maar de termijn is kort en de drempel voor blokkeren is politiek hoog.
Daarmee ontstaat een noodachtige bevoegdheid buiten het klassieke noodrecht. Het kabinet zegt dat het geen staatsnoodrecht is. Maar materieel krijgt Defensie wel een instrument om bij spoed door wettelijke hindernissen heen te breken.
Minder gewone bezwaarroute
Ook de rechtsbescherming wordt aangepast. Bij bepaalde gereedstellingsbesluiten komt geen gewone bezwaarprocedure. Beroep loopt in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Dat versnelt de procedure. Maar het beperkt ook de gewone mogelijkheden voor burgers, bedrijven of organisaties om besluiten stap voor stap aan te vechten. Voor omwonenden van oefenterreinen, natuurorganisaties of andere belanghebbenden kan dat veel uitmaken.
De keuze past bij het doel van de wet: snelheid. Maar snelheid betekent hier ook minder vertraging door inspraak, bezwaar en bestuurlijke heroverweging. Juist daarom is politieke controle vooraf belangrijk.
Reservisten en werkgevers
De bredere defensiegereedheid raakt ook reservisten. Defensie wil in de toekomst vaker een beroep doen op hen. De krijgsmacht moet groeien naar een schaalbare organisatie, met meer mobilisabele capaciteit. Reservisten spelen daarin een grote rol.
Dat heeft gevolgen voor civiele werkgevers. Een reservist heeft twee werelden: zijn gewone baan en zijn militaire verplichting. Als Defensie vaker oproept, kan dat druk leggen op bedrijven en instellingen. Tegelijk wil Defensie de rechtspositie van reservisten versterken, mogelijk ook met extra ontslagbescherming.
Ook dit is begrijpelijk vanuit militair oogpunt. Maar het verschuift opnieuw lasten naar de samenleving. Niet alleen Defensie moet gereed zijn. Werkgevers, gezinnen en werknemers moeten mee bewegen.























































