D66 wil dat criminelen makkelijker celstraf ontlopen met nieuwe initiatiefwet

Rechters moeten meer mogelijkheden krijgen om korte gevangenisstraffen te vervangen door elektronische detentie of een langere taakstraf. Dat is de kern van de Wet sneller straffen, het initiatiefvoorstel van D66-Kamerleden Joost Sneller en Jeltje Straatman. De wet wijzigt het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enkele andere wetten.
De belangrijkste vernieuwing is de invoering van elektronische detentie als zelfstandige hoofdstraf. Daarnaast wordt de maximale taakstraf verhoogd van 240 naar 360 uur. Ook mag een deel van de taakstraf straks bestaan uit begeleiding of herstelactiviteiten.
De initiatiefnemers willen daarmee vooral korte detentie terugdringen. Volgens de toelichting leggen korte gevangenisstraffen veel druk op het gevangeniswezen, terwijl ze niet altijd bijdragen aan minder recidive. Wie kort vastzit, kan zijn werk of woning verliezen, maar zit vaak te kort binnen om goed aan re-integratie te werken.
Vandaag dienen Joost Sneller en Jeltje Straatman hun initiatiefwet Slimmer Straffen in. Met meer ruimte voor rechters om een straf te kiezen die past bij de zaak. Zo verkleinen we de kans op herhaling, verlagen we de druk op gevangenissen en maken we Nederland veiliger. pic.twitter.com/mfFZhzinUI
— D66 (@D66) June 11, 2026
Elektronische detentie als nieuwe hoofdstraf
Elektronische detentie wordt een aparte hoofdstraf naast bestaande straffen zoals gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en geldboete. De veroordeelde moet tijdens die straf op een door de rechter bepaalde locatie blijven. Dat kan de eigen woning zijn, maar ook een andere geschikte verblijfplaats.
Het toezicht gebeurt elektronisch, bijvoorbeeld met een enkelband. De veroordeelde mag de locatie in principe één uur per dag verlaten. Daarnaast kan vertrek worden toegestaan als dat nodig is voor bijzondere voorwaarden, zoals werk, onderwijs, behandeling of begeleiding.
Tijdens elektronische detentie geldt ook een verbod op alcohol en drugs. De veroordeelde moet meewerken aan controles, zoals bloed- of urineonderzoek. Wie de straf niet goed naleeft, kan alsnog vervangende hechtenis krijgen.
De maximale duur van elektronische detentie wordt één jaar. De minimumduur is één dag. Bij het opleggen van elektronische detentie moet de rechter beschikken over een recent reclasseringsadvies.
Reclassering krijgt centrale rol
De reclassering moet vooraf beoordelen of elektronische detentie uitvoerbaar en passend is. Daarbij wordt gekeken naar de persoon van de verdachte, de voorgestelde locatie en de voorwaarden die nodig zijn. Ook de gevolgen voor eventuele huisgenoten kunnen worden meegewogen.
Niet elk delict leent zich volgens de toelichting voor elektronische detentie. Bij delicten die thuis zijn gepleegd of vanuit huis kunnen doorgaan, ligt deze straf minder voor de hand. Genoemd worden onder meer internetoplichting, huiselijk geweld, stalking en afpersing.
Ook slachtoffers moeten worden meegewogen. Bij een zaak rond huiselijk geweld ligt elektronische detentie bijvoorbeeld niet voor de hand als de verdachte in dezelfde woning zou verblijven. Bij andere zaken kan de rechter voorwaarden stellen, zoals een contactverbod of gebiedsverbod.
Alternatief voor korte celstraf
De wet is vooral bedoeld als alternatief voor korte gevangenisstraffen. De initiatiefnemers wijzen erop dat een groot deel van de gedetineerden kort vastzit. Volgens de toelichting zit ongeveer de helft van alle gedetineerden korter dan één maand vast. Ongeveer 70 procent zit korter dan drie maanden vast en ongeveer 80 procent korter dan zes maanden.
Juist bij zulke korte straffen is het volgens de toelichting lastig om gedragsverandering of re-integratie goed vorm te geven. Tegelijk kan detentie wel grote gevolgen hebben. Een veroordeelde kan zijn baan, woning of sociale netwerk kwijtraken. Dat kan de kans op herhaling vergroten.
Elektronische detentie moet dat voorkomen. De veroordeelde blijft in zijn eigen omgeving, maar staat wel onder toezicht en mag zijn verblijfplaats niet zomaar verlaten. Daardoor kan de straf volgens de initiatiefnemers bijdragen aan vergelding, maar ook aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Meer ruimte voor taakstraffen
Naast de enkelband verandert ook de taakstraf. Het maximumaantal uren gaat omhoog van 240 naar 360 uur. Daardoor kan de rechter een zwaardere taakstraf opleggen zonder meteen naar celstraf te grijpen.
Ook komt er een flexibel deel. Maximaal een vijfde van de taakstraf mag bestaan uit andere activiteiten dan onbetaalde arbeid. Die activiteiten moeten in het teken staan van begeleiding of herstel. Het kan bijvoorbeeld gaan om gedragsinterventies of herstelgerichte activiteiten.
Verder wordt de termijn waarbinnen taakstraffen moeten worden uitgevoerd verruimd. De initiatiefnemers willen daarmee voorkomen dat taakstraffen mislukken door praktische problemen. Als een taakstraf niet wordt uitgevoerd, kan vervangende hechtenis volgen. Door meer tijd en flexibiliteit te bieden, moet dat minder vaak nodig zijn.
Rechter houdt veel vrijheid
De wet schrijft niet voor dat korte celstraffen verdwijnen. De rechter blijft bepalen welke straf passend is. Daarbij moet hij kijken naar de ernst van het feit, de omstandigheden van het delict en de persoon van de verdachte.
De initiatiefnemers hebben bewust niet gekozen voor een verbod op korte gevangenisstraffen. Zo’n verbod stond wel in een eerder burgerinitiatief dat mede aan de basis stond van het wetsvoorstel. Maar dat onderdeel is niet overgenomen, omdat het de vrijheid van de rechter te veel zou beperken.
In de praktijk betekent dit dat elektronische detentie erbij komt als extra mogelijkheid. De rechter kan die straf opleggen in plaats van gevangenisstraf, maar hoeft dat niet te doen. Ook kan elektronische detentie worden gecombineerd met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.




















































