Europa’s hoogmoed in klimaat, migratie en hulp leidt tot zelfvernietiging

Van de zeven christelijke hoofdzonden (hoogmoed, hebzucht, wellust, afgunst, gulzigheid, toorn en luiheid) vormt hoogmoed de grootste bedreiging voor de westerse beschaving. We denken onze zaakjes hier in Europa beter voor elkaar te hebben dan in de rest van de wereld en willen op allerlei terreinen koploper zijn. Of het nu gaat om ontwikkelingssamenwerking, maatregelen tegen de klimaatverandering of de opvang van vluchtelingen (om maar een paar voorbeelden te noemen): Europa wijst de weg. Of die weg naar een duurzame oftewel volhoudbare toekomst leidt, is maar helemaal de vraag. Laten we de voorbeelden eens bij langs lopen, vooral aan de hand van ons voorbeeldige eigen land natuurlijk.
De Verenigde Naties en de OESO spraken in 1970 af dat rijke landen 0,7% van hun bruto nationale inkomen zouden besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Slechts een paar landen (landen als Noorwegen, Duitsland en Nederland) hebben zich daar ooit aan gehouden. Gelukkig maar zou je kunnen zeggen, want het is een groot drama gebleken, met vaak averechtse effecten. Niet zo vreemd als je bedenkt dat het al moeite genoeg kost om subsidies in eigen land op de juiste plek te krijgen.























































