Groningse boerenfamilie woedend over onteigening: ‘Waar blijft een serieus antwoord?’

De onteigeningszaak rond de familie Van der Veen uit Lucaswolde loopt opnieuw op. Gedeputeerde Staten van Groningen ziet geen reden om het besluit over 31 hectare landbouwgrond opnieuw aan Provinciale Staten voor te leggen. Volgens het college is de besluitvorming zorgvuldig verlopen. De familie Van der Veen vindt die uitleg onbegrijpelijk, meldt Sterke Erven.
De provincie wil de grond van het melkveebedrijf gebruiken voor waterberging en natuurontwikkeling in het gebied Dwarsdiep. De familie zegt dat daarmee een boerenbedrijf van zeven generaties dreigt te verdwijnen. Volgens dochter Dina van der Veen is er nog altijd geen eerlijk antwoord gekomen op mogelijke alternatieven.
“Waar blijft een serieus antwoord? Waar blijft een eerlijke oplossing? Wij roepen de Statenfracties van Groningen op: Sta op. Kijk niet langer weg”, zegt Van der Veen tegen Sterke Erven.
Statenvragen leveren geen nieuw besluit op
De kwestie kwam opnieuw op tafel na Statenvragen van Lies Zondag van Groninger Belang en Jan Leonard Epema van Forum voor Democratie. Zij stelden vragen over een slibdepot en aangrenzende provinciegrond. Volgens de familie zou die grond mogelijk een oplossing kunnen bieden.
Het college houdt echter vast aan de eerdere lijn. Volgens Gedeputeerde Staten speelde de planologische status van het slibdepot geen rol bij het besluit over de onteigening. Daarom zou er ook geen sprake zijn van foutieve informatie in de stukken.
Wel erkent het college dat het op 5 mei is geïnformeerd dat het slibdepot niet alleen een natuurbestemming heeft, maar een gecombineerde natuur- en agrarische bestemming. Volgens de provincie verandert dat niets aan het besluit.
Slibdepot blijft twistpunt
Het slibdepot is ongeveer 17 hectare groot. Daarnaast ligt nog circa 14 hectare provinciegrond. Samen gaat het om ongeveer 31 hectare. Precies die combinatie is voor de familie Van der Veen belangrijk.
Volgens de familie zou daar een nieuwe huiskavel kunnen ontstaan aan de andere kant van de boerderij. Daarmee zou het bedrijf kunnen doorgaan, terwijl de provincie alsnog ruimte krijgt voor waterberging en natuur.
De provincie ziet dat anders. Volgens Gedeputeerde Staten was de onteigeningsbeschikking niet afhankelijk van een mogelijk tijdelijk alternatief via het slibdepot. De reden voor het besluit lag volgens het college bij het vastgelopen overleg. Er zou geen overeenstemming zijn bereikt en op korte termijn ook geen akkoord te verwachten zijn.
Daarmee blijft het verschil tussen beide partijen groot. De familie zoekt een structurele oplossing voor de toekomst van het bedrijf. De provincie spreekt in haar beantwoording alleen expliciet over de mogelijkheid van tijdelijke verhuur van het slibdepot.
Recente grondruil zet zaak op scherp
Dina van der Veen wijst op een nieuwe ontwikkeling die volgens haar haaks staat op de uitleg van de provincie. Kort geleden zou in hetzelfde gebied wél grond zijn geruild met medewerking van Prolander.
“Op vrijwel iedere statenvraag luidt het antwoord: er is niets misgegaan. Maar hoe verklaart men dan dat er nog geen twee weken geleden met medewerking van Prolander wél grond is geruild in exact hetzelfde gebied? Waarom kon dat wel? Wat is daar de reden van?”, zegt Van der Veen.
Volgens haar gaat het om ongeveer 3,6 hectare grond bij de Hooiweg. Die grond zou zijn geruild met grond binnen hetzelfde NNN-gebied, zodat agrarisch gebruik mogelijk werd.
“De betreffende gronden liggen aan de Hooiweg, direct grenzend aan hetzelfde NNN-gebied. De gronden hebben dezelfde bestemming en vallen binnen hetzelfde gebied waarvoor in onze situatie jarenlang is gesteld dat ruil niet mogelijk was”, aldus Van der Veen.
Voor de familie is dat een cruciaal punt. Zij stelt dat jarenlang werd gezegd dat ruiling binnen dit gebied niet kon. Als dat nu bij een andere boer wel mogelijk blijkt, wil de familie weten waarom hun eigen voorstel niet serieus wordt opgepakt.
“De feiten laten inmiddels iets anders zien. Wegkijken, ontkennen en jezelf blijven vrijpleiten is geen oplossing”, zegt Van der Veen.
Familie voelt zich niet gehoord
De zaak sleept al langer. De provincie wil de grond van de familie inzetten voor natuur en waterberging. De familie zegt dat die grond nodig is om het melkveebedrijf voort te zetten. Volgens de Van der Veens is naar buiten toe het beeld ontstaan dat zij niet willen meewerken. Dat bestrijden zij.
Eerder stelde Dina van der Veen dat het gezin meerdere keren oplossingen heeft aangedragen. De familie zou ook hebben meegedacht over een mogelijke vervangende boerderij in de omgeving. Die locatie leek volgens de familie een uitweg te bieden, maar werd uiteindelijk door Prolander aangekocht zonder dat de familie mocht kijken.
Volgens Van der Veen heeft dat het vertrouwen in het traject zwaar beschadigd. De familie voelt zich aan het lijntje gehouden en zegt dat mondelinge toezeggingen en teleurstellingen vaak niet terugkomen in officiële logboeken.
Juist daarom valt de verwijzing van de provincie naar stukken en logboeken slecht bij de familie. Op papier kan een proces volgens hen zorgvuldig lijken, terwijl betrokkenen zich in de praktijk niet serieus genomen voelen.
Provincie: besluit zorgvuldig genomen
Gedeputeerde Staten blijft erbij dat er geen reden is om het besluit opnieuw aan Provinciale Staten voor te leggen. Het college stelt dat er geen verkeerde aannames zijn gedaan. Ook zou alle relevante informatie voor de besluitvorming beschikbaar zijn geweest.
Volgens de provincie maakte het slibdepot geen deel uit van de percelen waarop de onteigeningsbeschikking is gebaseerd. Daarom zou de status van dat depot geen cruciale rol hebben gespeeld bij de stemming over de onteigening.
Wel heeft gedeputeerde Leo Wenneger in een Statencommissie aangegeven dat het college bereid is tijdelijke verhuur van het slibdepot mee te nemen in komende gesprekken met de familie. Voor de Van der Veens is dat onvoldoende. Zij willen geen tijdelijke noodgreep, maar een oplossing waarmee het bedrijf kan blijven bestaan.
‘Hoeveel moet er nog gebeuren?’
De familie legt zich niet neer bij de beantwoording van de Statenvragen. Volgens Van der Veen staat er te veel op het spel om de zaak af te doen als een zorgvuldig verlopen besluit.
“De nood is hoog. Dit gaat over een familiebedrijf van zeven generaties dat dreigt te verdwijnen. Leugen na leugen komt boven tafel en iedereen kijkt toe. Hoe ze ons hebben behandeld, is onmenselijk. Hoeveel moet er nog gebeuren voordat iemand ingrijpt?”
De komende periode zal moeten blijken of Provinciale Staten genoegen nemen met de uitleg van het college. Voor de familie Van der Veen is de zaak duidelijk nog niet gesloten. Zij wil dat de provincie de mogelijke oplossing met het slibdepot, de aangrenzende grond en de recente grondruil alsnog serieus onderzoekt.




















































