Kabinet weigert cijfers te geven over groeiende AIVD-datatap

Het kabinet weigert openbaar te maken hoeveel data de Nederlandse inlichtingendiensten via kabelinterceptie verzamelen. Ook indexcijfers, die alleen de stijging sinds 2018 zouden laten zien, worden niet gedeeld. Volgens minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken en Defensie-minister Dilan Yeşilgöz zou zelfs zulke beperkte informatie te veel prijsgeven over de capaciteiten van de AIVD en MIVD.
Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen van FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen. Hij stelde de vragen na het jaarverslag van toezichthouder TIB, die opnieuw zorgen uitte over kabelinterceptie. Daarbij tappen de inlichtingendiensten dataverkeer af via glasvezelkabels. Via die kabels loopt een groot deel van het moderne internetverkeer, zoals e-mails, appberichten, videogesprekken en andere online communicatie.
De TIB waarschuwde dat de verhouding tussen de inbreuk op grondrechten en de opbrengst van kabelinterceptie nog altijd zorgen baart. Het kabinet erkent dat de opbrengst achterblijft, maar ziet dat niet als reden om het middel ter discussie te stellen.
‘Onmisbaar middel’
Volgens het kabinet konden de diensten de afgelopen jaren slechts beperkt gebruikmaken van kabelinterceptie door juridische beperkingen. Daardoor zouden de opbrengsten lager zijn gebleven. Sinds de invoering van de Tijdelijke wet zouden AIVD en MIVD het middel effectiever kunnen inzetten.
De ministers schrijven dat de diensten bezig zijn met een inhaalslag. Kabelinterceptie moet volgens hen “ketenbreed, van verwerving tot analyse” worden verbeterd. Dat kost tijd, benadrukken zij.
Tegelijk verdedigt het kabinet de bevoegdheid stevig. Kabelinterceptie wordt omschreven als een “relevant en onmisbaar middel” om bekende en onbekende dreigingen tegen de nationale veiligheid te ontdekken. Vooral voor het opsporen van nieuwe doelwitten achten de diensten het belangrijk.
Volgens de ministers kan kabelinterceptie als ongericht middel informatie opleveren waarmee andere, meer gerichte inlichtingenmiddelen vervolgens beter kunnen worden ingezet. Het kabinet zegt daarom “positief gestemd” te zijn over de potentiële opbrengst.
Geen cijfers voor de Kamer
Van Houwelingen vroeg om een getalsmatig overzicht van de stijging van de hoeveelheid data die via kabelinterceptie wordt verzameld. Dat kon volgens hem in gigabytes per jaar, of anders in indexcijfers waarbij 2018 op 100 wordt gezet.
Het kabinet weigert dat. Volgens de ministers doen de diensten “nooit uitspraken over het actuele kennisniveau en hun modus operandi”. De hoeveelheid verzamelde data zou direct iets zeggen over de operationele capaciteit en technische effectiviteit van de inlichtingendiensten.
Zelfs een indexcijfer gaat volgens het kabinet te ver. Buitenlandse mogendheden of kwaadwillenden zouden daaruit kunnen afleiden of de Nederlandse interceptiecapaciteit groeit, stagneert of afneemt. Een daling kan volgens de ministers wijzen op verzwakking. Een sterke stijging kan juist duiden op technologische doorbraken.
Daarom blijft de informatie geheim. De Kamer kan over vertrouwelijke aspecten van de diensten alleen via de daarvoor bedoelde kanalen worden geïnformeerd.
Delen met buitenland blijft onduidelijk
Ook over het delen van gegevens met buitenlandse inlichtingendiensten geeft het kabinet geen percentage. Van Houwelingen vroeg hoeveel van de via kabelinterceptie verzamelde data ongeveer met buitenlandse diensten wordt gedeeld.
Ook dat antwoord blijft uit. Volgens het kabinet is zo’n percentage niet te geven. Gegevensdeling zou geen constante stroom zijn, maar afhangen van specifieke operationele noodzaak en afspraken.
De ministers benadrukken wel dat meestal niet de volledige verzamelde datastroom wordt gedeeld, maar de geanalyseerde uitkomst daarvan. Hoe vaak dat gebeurt en met welke omvang, blijft buiten beeld.
Toezichthouder blijft kritisch
De antwoorden komen op een moment dat de TIB al langer waarschuwt voor de groei van kabelinterceptie. In haar jaarverslag stelde de toezichthouder dat het aantal aansluitpunten waar data wordt afgetapt is toegenomen. Ook de omvang van de onderschepte gegevensstromen groeide. Daarnaast zijn meer onderzoeken gestart waarbij kabelinterceptie wordt ingezet en zijn de teams groter geworden.
Daarmee neemt ook de inbreuk op de privacy toe. Het gaat niet alleen om doelwitten van de diensten, maar ook om burgers, bedrijven en organisaties die zelf geen directe dreiging vormen.
De TIB zette bovendien vraagtekens bij de effectiviteit. In sommige onderzoeken levert kabelinterceptie informatie op die enigszins vergelijkbaar is met een gerichte hackoperatie. In andere gevallen lijkt er nauwelijks opbrengst te zijn, terwijl andere middelen het onderzoek wel verder helpen.



















































