Utrecht houdt vast aan zero-emissiezone, ondanks vol stroomnet

De gemeente Utrecht blijft vasthouden aan haar zero-emissiebeleid voor bedrijfswagens en vrachtverkeer. Dat doet het stadsbestuur ondanks groeiende problemen op het elektriciteitsnet. Ondernemers kunnen daardoor niet altijd de zwaardere stroomaansluiting krijgen die nodig is om elektrische bestelwagens en vrachtwagens op te laden.
Dat blijkt uit antwoorden van het college op schriftelijke vragen van VVD, CDA, JA21, UtrechtNu! en Stadsbelang Utrecht. Die partijen vragen zich af of het beleid nog uitvoerbaar is nu het stroomnet vol zit, meldt DUIC.
Het college erkent dat er “spanning” bestaat tussen de plannen en de beschikbare stroomcapaciteit. Toch ziet Utrecht geen reden om de zero-emissiezone voorlopig op te schorten.
Ondernemers moeten door, ondanks aansluitstop
De discussie draait vooral om de aansluitstop van netbeheerder Stedin. Door die stop kunnen veel bedrijven voorlopig geen grotere stroomaansluiting krijgen. Juist die zwaardere aansluiting is vaak nodig om meerdere elektrische voertuigen te laden.
Toch denkt het college dat de meeste ondernemers nog uit de voeten kunnen. Volgens de gemeente kunnen zij gebruikmaken van bestaande aansluitingen, openbare laadpalen of laadpunten op eigen terrein.
De grootste problemen worden volgens Utrecht pas later verwacht. Vooral elektrische vrachtwagens vragen veel meer stroom dan bestelwagens.
“De grootste extra vraag naar laadinfrastructuur verwachten we pas op een later moment. Dit gaat met name om de elektrificatie van vrachtvoertuigen, waarbij het – in tegenstelling tot bij bestelvoertuigen – gaat om grotere vermogens en opslagcapaciteit”, stelt het college.
Vanaf 2028 moeten alle bestelauto’s in de Utrechtse zero-emissiezone uitstootvrij zijn. Vanaf 2030 geldt dat ook voor vrachtwagens.
Oppositie twijfelt aan haalbaarheid
De vragenstellende partijen vinden het opmerkelijk dat Utrecht ondernemers wel aan stevige eisen wil houden, terwijl de praktische uitvoering steeds lastiger wordt. Zonder voldoende stroom kunnen bedrijven immers niet zomaar overstappen op elektrisch vervoer.
Die kritiek klinkt niet alleen bij rechtse partijen. Ook D66-raadslid Joost Vaster zei eerder dat de zero-emissiezone opnieuw moet worden bekeken als het onmogelijk wordt om laadpalen te plaatsen.
“Maar als er geen mogelijkheid is om op te laden, dan moet je daar toch opnieuw naar gaan kijken”, zei Vaster in een uitzending van Stadhuisplein op Bingo FM.
Volt-raadslid Charlotte Passier zei toen iets vergelijkbaars. “Ik denk dat we niet anders kunnen eigenlijk. Je kan mensen niet dwingen om elektrisch te rijden als dat niet kan.”
Toch kiest het college nu niet voor uitstel of heroverweging. Utrecht wil de ambitie overeind houden.
Gemeente weet omvang probleem niet precies
Opvallend is dat Utrecht zelf niet precies weet hoeveel ondernemers nu al vastlopen. De gemeente heeft geen volledig beeld van bedrijven die hun verduurzamingsplannen hebben uitgesteld door gebrek aan netcapaciteit.
Volgens het college komt dat onder meer door privacyregels. Daardoor is niet duidelijk hoeveel ondernemers de overstap naar elektrisch vervoer willen maken, maar simpelweg geen aansluiting kunnen krijgen.
Wel laat de gemeente aanvullend onderzoek doen. Dat moet duidelijk maken wat netcongestie betekent voor de huidige zero-emissiezone en voor de geplande uitbreiding. De uitkomsten worden eind 2026 verwacht.
Ontheffing als noodklep
Voor ondernemers die aantoonbaar niet kunnen elektrificeren door netcongestie, wijst Utrecht op het landelijke ontheffingenstelsel. Wie door de zero-emissiezone verplicht moet overstappen, maar door een vol stroomnet geen laadmogelijkheid kan regelen, kan tijdelijk worden ontzien.
Volgens het college is dat de reden om het beleid niet stil te leggen. Er is een overgangsregeling en er zijn uitzonderingen mogelijk.
De oppositie blijft daar kritisch over. Zij betwijfelt of het redelijk is om ondernemers richting elektrisch vervoer te duwen, terwijl de gemeente zelf tegen dezelfde grenzen aanloopt.
Utrecht loopt zelf ook vast
Ook het eigen wagenpark van de gemeente is nog lang niet volledig elektrisch. Van de 448 gemotoriseerde gemeentelijke voertuigen was in 2025 ongeveer 46 procent elektrisch.
Vooral zware voertuigen zorgen voor problemen. Denk aan vuilniswagens en ander groot materieel. De elektrificatie daarvan loopt vast op de beperkte stroomcapaciteit van de gemeentewerf.
Het oorspronkelijke doel was om in 2030 vrijwel het hele gemeentelijke wagenpark emissieloos te maken. Dat doel is volgens het college niet meer haalbaar zolang de netcongestie voortduurt.
Daarmee ontstaat een ongemakkelijk beeld. Ondernemers moeten zich voorbereiden op strengere regels, terwijl de gemeente haar eigen ambities door hetzelfde stroomprobleem niet volledig kan waarmaken.
Geen directe economische risico’s
Het college ziet op dit moment geen groot risico voor de bevoorrading van winkels, horeca en andere ondernemingen in de binnenstad. Volgens Utrecht wordt de huidige zero-emissiezone goed nageleefd.
De gemeente wijst op een nalevingspercentage van ongeveer 99 procent. “Dit geeft aan dat ondernemers de toegangsregels van de nul-emissiezone goed kunnen naleven en in de praktijk weten hoe zij hun bevoorrading moeten organiseren.”
Ook zou het aantal logistieke bewegingen in de stad nauwelijks zijn afgenomen sinds de invoering van de zone. Daarnaast zet Utrecht in op alternatieven. Daarbij gaat het om stadsdistributiehubs, elektrische bevoorrading over water en lichte elektrische voertuigen.




















































