Tsjechië weigert Istanbul-verdrag om zorgen over genderideologie

Tsjechië wil het Verdrag van Istanbul niet ratificeren, omdat de regering vreest dat daarmee genderideologie in de nationale wet terechtkomt. Het verdrag van de Raad van Europa is bedoeld om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te bestrijden. Maar volgens de regering van premier Andrej Babiš bevat het verdrag ook een omstreden definitie van gender, los van biologische sekse. Praag zegt slachtoffers te willen beschermen, maar zonder nieuwe begrippen over gender, huwelijk of identiteit in de wet op te nemen, meldt Lidovky.
Het besluit past bij de koers van de regering-Babiš. Die ziet het verdrag niet alleen als overbodig, maar ook als ideologisch geladen. Volgens de regering zet het verdrag mannen en vrouwen te veel tegenover elkaar. Ook zou het uitgaan van identiteitspolitiek die volgens critici schadelijk is.
Kritiek op genderdefinitie
De grootste kritiek richt zich op de definitie van gender in het verdrag. Tegenstanders vinden dat gender daarin wordt losgemaakt van biologische sekse. Dat is volgens hen niet alleen een taalkeuze, maar een politieke keuze. Die keuze kan volgens critici gevolgen hebben voor de bescherming van vrouwen.
Voormalig Kroatisch Europarlementariër Ladislav Ilčić waarschuwde daar eerder voor. 'De expliciete definitie van gender in het Verdrag van Istanbul als iets dat losstaat van biologische sekse ondermijnt de echte bescherming van vrouwen en geeft voorrang aan ideologie boven feiten.' Die kritiek klinkt nu ook door in het Tsjechische besluit.
Tsjechië ondertekende het Verdrag van Istanbul al in 2016. Toch kwam ratificatie jarenlang niet rond. De vorige regering van Petr Fiala gaf in 2023 groen licht voor het proces. Daarna blokkeerde de Tsjechische Senaat de ratificatie opnieuw.
Bescherming zonder ideologische wetgeving
De regering-Babiš heeft die eerdere goedkeuring nu formeel ingetrokken. Tegelijk nam Tsjechië een nieuwe resolutie aan. Daarin staat dat het land alle slachtoffers van huiselijk geweld wil beschermen. Dat geldt dus niet alleen voor vrouwen, maar ook voor andere slachtoffers.
Daarbij wil de regering niet sleutelen aan de definitie van huwelijk of genderidentiteit in de nationale wet. Tsjechië kiest daarmee voor bescherming tegen geweld, maar zonder de ideologische onderdelen van het verdrag over te nemen. Dat is de kern van het besluit.
Binnen de Europese Unie hebben alleen Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Bulgarije en Litouwen het verdrag niet geratificeerd. Zij behoren wel tot de landen die het hebben ondertekend. Letland probeerde vorig jaar als eerste EU-land uit het verdrag te stappen. De president tekende die wet niet, omdat hij geen 'tegenstrijdige boodschap aan internationale bondgenoten' wilde sturen.


















































