Kamer wil harder optreden tegen genitale verminking

Een Kamermeerderheid wil dat vrouwelijke genitale verminking veel beter wordt opgespoord en vervolgd. De ingreep is in Nederland al ruim tien jaar strafbaar, maar volgens de laatste cijfers heeft dat nog nooit tot een veroordeling geleid.
Dat gat tussen wet en praktijk stuit op groeiende politieke irritatie. Kamerleden van onder meer CDA, JA21, VVD, D66, SP, 50Plus en PRO willen dat signalen van meisjesbesnijdenis sneller leiden tot meldingen bij Veilig Thuis, politieonderzoek en eventueel strafvervolging.
“Bij preventieve maatregelen hoort ook dat je laat zien: dit is strafbaar en wie hieraan meewerkt, komt daar niet mee weg”, zegt CDA-Kamerlid Etkin Armut, die met het voorstel komt, bij De Telegraaf.
Duizenden meisjes lopen risico
De zorgen nemen toe nu de zomervakantie voor de deur staat. Juist dan bestaat volgens hulpverleners het risico dat meisjes tijdens een reis naar het buitenland worden besneden. “We weten dat duizenden meisjes het risico lopen op genitale verminking, zeker nu de zomervakantie voor de deur staat”, zegt Armut.
Volgens kennisinstituut Pharos hebben in Nederland ruim 43.000 meisjes en vrouwen een vorm van genitale verminking ondergaan. Het gaat om een deel van de ongeveer 144.000 meisjes en vrouwen in Nederland die afkomstig zijn uit landen waar meisjesbesnijdenis voorkomt.
De praktijk wordt vooral in verband gebracht met landen in Oost-Afrika, zoals Somalië, Ethiopië en Eritrea. Ook in landen als Egypte, Ghana en Irak komt vrouwelijke genitale verminking voor.
Strafbaar, maar geen veroordelingen
Alle vormen van vrouwelijke genitale verminking zijn sinds 2014 strafbaar als zware mishandeling. Als er sprake is van voorbedachten rade, kan de gevangenisstraf oplopen tot maximaal twaalf jaar. Ook medeplichtigheid is strafbaar.
Toch blijkt de strafwet in de praktijk weinig effect te hebben. Hoewel slachtoffers wel bij zorgverleners in beeld komen, leiden signalen nauwelijks tot meldingen of vervolging. De Kamer wil daarom weten waar het misgaat.
Volgens de indieners moet het kabinet onderzoeken waarom signalen blijven steken bij hulpverlening en niet terechtkomen bij Veilig Thuis, politie of het Openbaar Ministerie. Ook moeten professionals beter worden geholpen bij het herkennen en melden van meisjesbesnijdenis.
De discussie raakt ook aan een eerdere juridische controverse. Eind 2024 ontstond ophef over een uitspraak van de Raad van State in een zaak rond uitlatingen over vrouwenbesnijdenis door religieuze instellingen, waaronder de Haagse As-Soennah-moskee. Femmes for Freedom wilde dat een burgemeester bestuursrechtelijk kon optreden tegen zulke oproepen, maar kreeg geen gelijk. Volgens de organisatie woog de Raad van State de vrijheid van godsdienst te zwaar en werd onvoldoende gekeken naar de lichamelijke integriteit van meisjes en vrouwen. Femmes for Freedom sprak destijds van “een klap in het gezicht van de slachtoffers en de meisjes die gevaar lopen”.
‘Slachtoffers worden te laat zichtbaar’
JA21-Kamerlid Coenradie stelt dat er eerder moet worden ingegrepen. Volgens haar worden slachtoffers nu pas zichtbaar als het kwaad al is geschied. “Dit vraagstuk vraagt eerder alertheid en ingrijpen zodat we zoveel mogelijk meisjes kunnen behoeden voor ongekende levenslange schade en leed”, zegt zij bij De Telegraaf.
De politieke inzet verschuift daarmee van alleen straf achteraf naar bescherming vooraf. Niet pas reageren als een meisje is verminkt, maar ingrijpen zodra er een reëel risico bestaat.
Uitreisverbod weer op tafel
Daarom wil de Kamer ook haast maken met een uitreisverbod. Eerder werd al een motie van JA21-leider Joost Eerdmans aangenomen om rechters een wettelijke grondslag te geven om zo’n verbod op te leggen bij vermoedens van genitale verminking.
In het Verenigd Koninkrijk bestaan al verdergaande mogelijkheden. Daar kan een rechter ingrijpen voordat een strafbaar feit is gepleegd. Bijvoorbeeld door een uitreisverbod op te leggen, reisdocumenten in te nemen of familieleden te verbieden contact op te nemen.
Volgens de Kamer moet Nederland ook zulke preventieve instrumenten krijgen. Tot nu toe is er nog niets concreets met de motie-Eerdmans gedaan.
“Wij moeten vooral voorkomen dat meisjes dit überhaupt wordt aangedaan”, zegt Armut. “Daarom moet het kabinet ook het uitreisverbod snel uitwerken, zodat bij een reëel risico vóór vertrek kan worden ingegrepen.”





















































