PRO-Kamerlid lacht FVD’er uit die anti-blank racisme aankaart: 'Witte mannen naar achteren'

Een commissiedebat over arbeidsmarktbeleid kreeg deze week een felle politieke lading toen FVD-Kamerlid Milan Schenk het debat aangreep om te spreken over anti-blank racisme en geïnstitutionaliseerde achterstelling van Nederlandse mannen. Terwijl Schenk zijn bijdrage uitsprak, was naast hem te zien hoe PRO-Kamerlid Mariëlle Patijn in haar vuist lachte, gekke bekken trok en zichtbaar liet merken dat zij het niet eens was met zijn betoog.
Dat beeld past bij de bredere spanning rond het onderwerp. Rechts noemt diversiteitsbeleid steeds vaker discriminatie in een nieuw jasje. Progressieve partijen zien dat doorgaans als onzin en spreken liever over gelijke kansen, representatie en het herstellen van achterstanden.
Schenk begon zijn betoog met de ophef rond zangeres Sophie Straat. Zij riep tijdens haar optreden op festival Best Kept Secret: ‘Ben je vrouw? Ben je queer? Ben je van kleur? Kom naar voren!’ Daarna volgde de zin die veel discussie opriep: ‘Witte mannen naar achteren! Witte mannen naar achteren! Ik herhaal, witte mannen naar achteren.’
“Witte mannen naar achteren!”, riep zangeres Sophie Straat onlangs. Op de arbeidsmarkt is het niet veel anders. ‘Diversiteit en inclusie’ bevoordeelt mensen op basis van bijvoorbeeld migratieachtergrond, waardoor blanke Nederlanders hun kansen zien afnemen. Dát is discriminatie. pic.twitter.com/rdfTbS2puh
— Forum voor Democratie (@fvdemocratie) June 25, 2026
Van festival naar overheid
Volgens Schenk staat die festivalactie niet op zichzelf. Hij maakte een vergelijking tussen ‘Straat’ en ‘de staat’. Daarmee bedoelde hij dat dezelfde gedachte volgens hem terugkomt in het beleid van de overheid, de cultuursector, de academische wereld en het bedrijfsleven.
‘Ook op de ministeries klinkt witte mannen naar achteren over de werkvloer’, zei Schenk. Volgens hem betekent diversiteitsbeleid in de praktijk dat vrouwen, migranten, homoseksuelen, transgender personen en andere groepen voorrang krijgen op zogeheten ‘witte mannen’.
Schenk noemde dat geen neutrale correctie, maar ‘geïnstitutionaliseerde discriminatie’. Volgens hem wordt de blanke man niet alleen op festivals naar achteren gestuurd, maar ook bij sollicitaties, opleidingen en loopbaankansen. Een motie
Daarmee haakte hij aan bij een discussie die al langer speelt. De rijksoverheid werkt met streefcijfers voor meer vrouwen en mensen met een buiten-Europese herkomst in hogere functies. Ook bedrijven die zijn aangesloten bij het Charter Diversiteit worden aangemoedigd om werk te maken van een diverser personeelsbestand. Tegenstanders zien selectie op afkomst of geslacht als ongelijke behandeling. Een recente motie van Schenk om deze praktijk tegen te gaan, werd verworpen in de Tweede Kamer.
TU Delft als voorbeeld
Een belangrijk voorbeeld in het betoog van Schenk was de TU Delft. Die universiteit kreeg onlangs ruimte van het College voor de Rechten van de Mens om 30 procent van de plekken bij de bacheloropleiding Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek te reserveren voor vrouwen.
Volgens Schenk laat die zaak zien hoe ver voorkeursbeleid inmiddels gaat. Hij wees erop dat zulke maatregelen worden verdedigd met het argument dat zij een ‘legitiem doel’ dienen. Daar zette hij vraagtekens bij. ‘Iedereen vindt dingen waar hij of zij het mee eens is een legitiem doel’, zei hij.
Zijn boodschap was duidelijk: ook jonge mannen die goed presteren, een diploma halen en zich voorbereiden op de arbeidsmarkt, zouden volgens hem niet langer zeker zijn van een eerlijke kans als geslacht of afkomst meeweegt in selectie.
Arbeidsmigratie en asielzoekers
Schenk beperkte zijn betoog niet tot diversiteitsbeleid. Hij koppelde het ook aan arbeidsmigratie en de plannen van het kabinet om meer asielzoekers en statushouders aan het werk te helpen.
Volgens hem moeten praktisch opgeleide Nederlanders en jongeren concurreren met arbeidskrachten uit de hele wereld, die bereid zijn lagere lonen en slechtere omstandigheden te accepteren. Hij wees daarbij op het kabinetsdoel om binnen vier jaar 75.000 asielzoekers en nieuwkomers aan werk te helpen.
Schenk noemde dat ‘een ongekende instroom op de arbeidsmarkt’. Volgens hem kan het niet anders dan dat Nederlandse werkzoekenden en jongeren daar last van krijgen. Hij stelde dat immigranten volgens hem eerst de kans op een woning van Nederlandse jongeren hebben verkleind en daarna ook hun kansen op een baan onder druk zetten. Ook hier gebruikte hij dezelfde samenvatting: ‘Witten naar achteren dus.’






















































