Eerwraak in Limburg: moslimvrouw (35) in brand gestoken door haar man

Sawsan Mhamdi uit Reuver wilde een eigen leven. Ze wilde werken, zelf beslissen en weg uit een huwelijk waarin haar man alles bepaalde. Kort nadat de 35-jarige vrouw haar Nederlandse paspoort kreeg, werd ze gedood. Haar lichaam werd in brand gestoken en achtergelaten bij een brugpijler langs een snelweg in het Duitse Münster.
Het Openbaar Ministerie noemt de zaak onverbloemd femicide: een vrouw die werd gedood omdat haar partner niet kon accepteren dat zij hem wilde verlaten. In de zaak klinkt ook de logica van eerwraak door. Sawsan werd volgens haar familie jarenlang gecontroleerd, vernederd en bedreigd. Haar wens om vrij te zijn werd door haar man gezien als schande, ongehoorzaamheid en verlies van gezag.
Op 1 juli beslist het gerechtshof of de celstraf van veertien jaar tegen Ahmed I. in stand blijft. De Telegraaf publiceerde een uitgebreid artikel over de brute moord op Sawsan Mhamdi.
Leven onder controle
Sawsan leerde Ahmed, van Somalische afkomst, via internet kennen. Na hun huwelijk in 2012 kwam ze naar Nederland. Volgens haar familie veranderde ze daarna langzaam. De moderne, zelfstandige vrouw die zij kenden, raakte steeds verder geïsoleerd.
Werken mocht niet. Sociale media verdwenen. Contacten werden beperkt. Mannelijke familieleden mochten haar niet meer omhelzen. Ahmed noemde haar zijn bezit. Hij bepaalde wanneer ze naar buiten mocht en hoe lang. Soms was dat maximaal 25 minuten.
Sawsan leefde volgens haar familie als een gevangene in haar eigen huis. Videobellen met haar ouders, broers en zussen in Tunesië was een van de weinige lijnen naar buiten. Ook dat zou Ahmed controleren. Ze vertelde dat hij gesprekken opnam.
De angst groeide. Ze wilde scheiden, maar durfde niet. Hij zou hebben gedreigd de kinderen naar Syrië te ontvoeren. Ook zou hij hebben gezegd dat hij haar met brandbare vloeistof zou overgieten en in stukken zou hakken, zodat niemand haar ooit zou vinden.
Paspoort als breekpunt
In april 2022 zag haar familie in Tunesië hoe bang ze was. Haar vader vroeg haar te blijven. Sawsan durfde niet. Ze ging terug naar Nederland. Het was de laatste keer dat haar familie haar levend zag.
Later vond de politie opnames op Ahmeds telefoon. Daarin klinkt hoe klein haar wereld was geworden. Ze mocht niet werken, niet autorijden en geen eigen geld verdienen. Zelfs een beugel voor haar tanden mocht niet. “Ik leef hier ongeveer tien jaar en ik heb niets”, zei ze.
Toch klonk er ook verzet. “Ik zal meer aan mezelf denken. Dit is niet mijn lot. Laat hem opnemen, het kan me niets meer schelen.”
Collega’s van Ahmed verklaarden dat hij openlijk sprak over vrouwen die moesten gehoorzamen. Zijn vrouw was er voor het huishouden en de kinderen. In Europa kregen vrouwen volgens hem te veel vrijheid. Een collega hoorde hem zeggen dat Sawsan hem zou verlaten zodra ze het Nederlanderschap had. Hij zou niet toestaan dat zij daarvan kon genieten. Hij zou “een eind maken aan alles”.
Op 11 juni 2022 vertelde Sawsan haar familie hoe blij ze was met haar Nederlandse paspoort. Tegelijk was ze bang dat Ahmed zou thuiskomen en ontdekken dat ze met hen skypete. Daarna werd niets meer van haar vernomen.
Kinderen zochten naar mama
Haar oudste zoon, toen 6 jaar oud, vertelde later aan de politie dat er ruzie was geweest. Hij hoorde mama gillen. Daarna kwam papa met een schram op zijn wang naar buiten. Vervolgens gingen de kinderen met hem een ijsje eten.
Toen ze thuiskwamen, zochten de jongens naar hun moeder. In de slaapkamer. In de badkamer. Ze vonden haar niet. Hun vader zocht niet mee.
Vier dagen nadat de Duitse politie het brandende lichaam had gevonden, gaf Ahmed zijn vrouw als vermist op. Ondertussen vertelde hij anderen dat Sawsan was weggelopen met een andere man, geld en goud had meegenomen en een slechte moeder was. Via haar telefoon stuurde hij oude geluidsfragmenten naar familie, alsof ze nog leefde.
Geen moord, wel doodslag
Ahmed ontkende dat hij Sawsan had gedood en kwam met wisselende verklaringen. De precieze doodsoorzaak kon door de verbranding niet meer worden vastgesteld. Wel achtte de rechtbank geweld het meest aannemelijk.
Hij bekende dat hij haar lichaam had verborgen. Eerst achter de bank. Later rolde hij het in een tapijt en legde het in zijn auto. Met benzine reed hij naar Duitsland. Daar liet hij het lichaam achter bij een talud, overgoot het met brandstof en stak het in brand.
De rechtbank zag een patroon van dwingende controle en een ongelijkwaardige relatie. Toch werd Ahmed niet veroordeeld voor moord, maar voor doodslag. Eerdere dreigementen waren niet genoeg om voorbedachte raad juridisch vast te stellen.
Voor Sawsans familie voelt dat tekort. Hun advocaat zegt dat doodslag geen recht doet aan de jaren van controle, angst, dreigementen en geweld. Ook niet aan de twee kinderen die hun moeder verloren omdat zij zich probeerde te bevrijden uit zijn greep.





















































