Kabinet dringt bij 209 gemeenten aan op handhaving Spreidingswet

Het kabinet voert de druk op gemeenten op om de Spreidingswet uit te voeren. Uit antwoorden op Kamervragen van FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen blijkt dat 209 gemeenten zijn uitgenodigd voor een ambtelijk gesprek, omdat zij volgens de beschikbare informatie nog niet voldoen aan hun wettelijke taak voor asielopvang.
Formeel is nog geen enkele gemeente via de zwaarste dwangmaatregel overruled. Van een indeplaatsstelling is dus nog geen sprake. Maar de handhavingsmachine draait wel. Gemeenten die achterblijven, worden aangesproken, moeten informatie leveren en kunnen uiteindelijk onder actief toezicht komen te staan.
209 gemeenten op gesprek
Sinds de invoering van de Spreidingswet hebben alle gemeenten een wettelijke taak om asielopvangplekken mogelijk te maken. De minister van Asiel en Migratie houdt toezicht op die taak.
Op 9 april kregen alle gemeenten een toezichtbrief. Daarin stond of zij volgens het ministerie voldoen aan hun opgave, of dat zij naar de volgende trede van het toezicht gaan. Gemeenten die niet voldeden, kregen een informatieverzoek. Ook vroeg het ministerie gegevens op bij het COA.
Daarna volgde de volgende stap. Op 26 mei stuurde het ministerie alle 209 gemeenten die op basis van de beschikbare informatie niet voldoen, een uitnodiging voor een ambtelijk gesprek. In zo’n gesprek moet een gemeente uitleggen wat de huidige stand van zaken is en wanneer zij verwacht alsnog aan de wettelijke taak te voldoen.
Als dat onvoldoende oplevert, kan de gemeente naar trede drie. Dan volgt een bestuurlijk gesprek en komt de gemeente onder actief toezicht te staan.
Nog geen laatste dwangstap
Van Houwelingen vroeg hoeveel gemeenten sinds de invoering van de Spreidingswet daadwerkelijk tegen hun zin zijn gedwongen om asielzoekers op te vangen. Hij wilde weten of er al aanwijzingsbesluiten zijn genomen, welke gemeenten dat betrof en om hoeveel asielzoekers het ging.
Het kabinet antwoordt dat geen enkele gemeente zich op dit moment in de laatste stap bevindt, waarbij indeplaatsstelling plaatsvindt. Dat is de zwaarste vorm van ingrijpen: het Rijk neemt dan feitelijk de taak over omdat een gemeente niet levert.
Asielminister Bart van den Brink (CDA) benadrukt dat de inzet blijft om er “altijd samen met gemeenten uit te komen”. Toch laat de beantwoording zien dat samenwerking inmiddels gepaard gaat met toezicht en oplopende druk.
119 gemeenten voldoen wel
Volgens het kabinet voldoen op dit moment 119 gemeenten aan de opgave uit het verdeelbesluit. Welke gemeenten dat precies zijn, wordt niet bekendgemaakt. De minister zegt niet in te gaan op individuele casuïstiek.
Ook een volledig overzicht van vrijwillige en opgelegde opvangplekken geeft het kabinet niet. Van Houwelingen vroeg daar expliciet om. De minister stelt dat de meeste asielopvangplekken tot nu toe door gemeenten zelf zijn aangeboden.
Maar daar zit de nuance. In provincies waar eind 2024 geen sluitende opgave werd aangeleverd, heeft het kabinet de resterende opvangopgave verdeeld over gemeenten die geen of onvoldoende plekken hadden opgegeven. Daarvoor verwijst de minister naar de verdeelbesluiten van 20 december 2024.
Vrijwillig tot het niet meer vrijwillig is
Daarmee blijft de kern van de Spreidingswet zichtbaar. Gemeenten mogen eerst zelf leveren. Maar als er te weinig plekken komen, verdeelt het Rijk de rest. En als gemeenten daarna nog steeds achterblijven, volgt toezicht. Uiteindelijk kan het kabinet ingrijpen.
Voorstanders zien dat als noodzakelijk. Het oude systeem leunde te veel op vrijwilligheid, waardoor steeds dezelfde gemeenten opvang moesten regelen en Ter Apel telkens overbelast raakte.
Critici zien juist bestuurlijke dwang met vriendelijke woorden. Een ambtelijk gesprek klinkt mild, maar vindt plaats binnen een wettelijk toezichtstraject. Een gemeente die niet voldoet, moet uitleg geven en kan verder de toezichtladder op.
Kamer krijgt geen lijst
Opvallend is dat het kabinet geen namenlijst geeft van gemeenten die wel of niet voldoen. Ook wordt niet uitgesplitst hoeveel opvangplekken puur vrijwillig zijn gerealiseerd en hoeveel voortkomen uit verdeelbesluiten of bestuurlijke druk.
Dat maakt politieke controle lastig. Juist bij een wet die lokaal veel weerstand oproept, is het verschil tussen vrijwillige medewerking en opgelegde verdeling belangrijk. Gemeenteraden en inwoners willen weten of hun gemeente zelf kiest voor opvang, achterloopt op een wettelijke taak of onder druk staat van het Rijk.
Voorlopig is duidelijk dat de zwaarste dwangstap nog niet is gezet. Maar het kabinet dringt bij 209 gemeenten al aan op naleving van de Spreidingswet. De formele dwangknop is nog niet ingedrukt, maar de toezichtladder is wel beklommen.

















































