Raad van State: drie gezinnen buiten kinderpardon mogen toch blijven

Drie gezinnen die niet onder het kinderpardon vallen, mogen toch in Nederland blijven. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald. Het gaat om twee Nigeriaanse gezinnen en een Armeens gezin met kinderen die in Nederland zijn geboren of hier al jaren wonen. De kinderen voldeden niet aan de voorwaarden van de Afsluitingsregeling, zoals het kinderpardon officieel heet, maar krijgen via een andere juridische route alsnog bescherming.
Die route loopt via artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat artikel beschermt het recht op privéleven en gezinsleven. Volgens de Raad van State heeft de minister in deze zaken onvoldoende gewicht gegeven aan het leven dat de kinderen in Nederland hebben opgebouwd. Het feit dat het verblijf van de gezinnen jarenlang onrechtmatig was, is volgens de hoogste bestuursrechter niet genoeg om dat opgebouwde privéleven terzijde te schuiven.
Lang verblijf weegt mee
De zaken draaien om kinderen die hier naar school gaan, Nederlands spreken en in Nederland hun sociale leven hebben. In de dossiers is ook gekeken naar de gevolgen van gedwongen vertrek. Deskundigen hebben beschreven welke schade verhuizing naar het land van herkomst kan veroorzaken. De Raad van State vindt dat de minister die belangen concreet had moeten meewegen.
Daarbij maakt de rechter duidelijk dat langdurig verblijf ook juridisch betekenis kan krijgen als er nooit een verblijfsvergunning was. Het gaat dan niet automatisch om een recht om te blijven, maar wel om een belang dat serieus moet worden beoordeeld. De minister mag dus niet alleen zeggen dat het gezin zelf verantwoordelijk is voor het onrechtmatige verblijf. Bij kinderen moet apart worden gekeken naar hun leeftijd, ontwikkeling, binding met Nederland en de gevolgen van vertrek.
Ouders profiteren mee
De uitspraak betekent dat de kinderen mogen blijven. Omdat zij onderdeel zijn van een gezin, heeft dat ook gevolgen voor hun ouders. Die kunnen via het gezinsleven met het kind eveneens verblijf krijgen. Dat is een gevoelig punt in dit soort zaken, omdat de ouders in veel gevallen degenen zijn die na afwijzing niet zijn vertrokken.
De Raad van State erkent dat het gedrag van ouders een rol mag spelen. Europese rechtspraak laat toe dat keuzes van ouders soms aan kinderen worden tegengeworpen. Maar dat is volgens de rechter geen harde regel die altijd doorslaggevend is. Per zaak moet worden beoordeeld of het redelijk is om het kind de gevolgen te laten dragen van keuzes die het zelf niet heeft gemaakt.
Kinderpardon blijft formeel dicht
De uitspraak betekent niet dat het kinderpardon opnieuw wordt ingevoerd. De Afsluitingsregeling blijft gesloten en de voorwaarden daarvan veranderen niet. Gezinnen die niet aan die voorwaarden voldoen, kunnen daar dus niet alsnog automatisch onder vallen. Wel laat de uitspraak zien dat artikel 8 EVRM in individuele zaken toch tot verblijf kan leiden.
Daarmee blijft er naast de gesloten regeling ruimte voor een aparte belangenafweging. De minister moet bij lang verblijvende kinderen blijven beoordelen of uitzetting in strijd komt met het recht op privéleven en gezinsleven. Dat geldt vooral wanneer kinderen hier zijn geworteld en vertrek grote gevolgen heeft voor hun ontwikkeling.
















































