Politie: geweld bij incident met zwangere vrouw in azc Zeist was noodzakelijk

De politie concludeert na een intern onderzoek dat agenten noodzakelijk geweld hebben gebruikt tijdens een incident in het asielzoekerscentrum (azc) in Zeist. Bij het veelbesproken voorval in mei werd een zwangere vrouw tegen de grond gewerkt. Volgens de politie was het optreden nodig om de veiligheid van de aanwezigen te waarborgen. Wel spreekt de organisatie van “leerpunten” die uit de zaak worden meegenomen.
Het incident vond plaats op 19 mei. Agenten werden naar het azc gestuurd na een melding van vernieling en bedreiging door een 30-jarige man. Volgens de politie had een medewerker van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) nog voordat de agenten arriveerden een broodmes van de verdachte afgepakt.
Tijdens het optreden mengde een vrouw zich in de situatie. Volgens de politie vroegen agenten haar meerdere keren om afstand te houden vanwege de veiligheid. Zij gaf daar geen gehoor aan.
Daarop trok een agent haar aan haar arm naar achteren, waarna zij ten val kwam. Volgens de politie mengde de vrouw zich vervolgens opnieuw in het handgemeen dat inmiddels was ontstaan tussen de verdachte en de agenten. Andere politiemedewerkers trokken haar daarna aan haar capuchon en arm weg van de vechtende groep.
Tijdens het incident gaf de vrouw aan dat zij zwanger was. Zij werd daarop direct onderzocht door ambulancepersoneel. De betrokken agent verklaarde later dat hij anders zou hebben gehandeld als hij vooraf had geweten dat de vrouw zwanger was.
Na het verschijnen van beelden van het incident besloot de politie een intern onderzoek te starten. Daarbij werd de volledige politie-inzet beoordeeld. Onderzoekers keken naar de omstandigheden voorafgaand aan het incident en naar het optreden van de agenten tijdens de aanhouding. Volgens de politie blijkt uit het onderzoek dat het geweld noodzakelijk was om de veiligheid van alle betrokkenen te waarborgen.

















































