Franse presidentsrace weer open: Le Pen mag zich opnieuw verkiesbaar stellen en kondigt nieuwe run aan

Marine Le Pen is in hoger beroep opnieuw schuldig bevonden aan het doorsluizen van miljoenen euro’s aan Europees geld naar de partijkas van het Rassemblement National (RN). De feiten stammen uit de periode waarin zij lid was van het Europees Parlement. Vrij snel na het vonnis maakte Le Pen bekend opnieuw een gooi te gaan doen naar het presidentschap.
Het Hof van Beroep in Parijs veroordeelde de 57-jarige politica tot een gevangenisstraf van drie jaar. Daarvan zijn twee jaar voorwaardelijk. Het resterende jaar moet zij onder elektronisch toezicht met een enkelband uitzitten. De eerdere straf van vijf jaar onverkiesbaarheid is echter fors teruggebracht. Le Pen mag nog slechts vijftien maanden niet deelnemen aan verkiezingen. Die periode is inmiddels verstreken, waardoor zij zich in principe opnieuw verkiesbaar kan stellen.
Oui, je suis candidate à l'élection présidentielle.
— Marine Le Pen (@MLP_officiel) July 7, 2026
Avec Jordan Bardella, nous allons démarrer cette campagne présidentielle et c'est ensemble que nous irons convaincre les Français que nous sommes les seuls à pouvoir prendre de bonnes décisions pour changer leur avenir. pic.twitter.com/kvXgFUFd8t
De partij staat al geruime tijd bovenaan in de Franse peilingen. Ook voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar voert Le Pen in vrijwel alle peilingen de eerste ronde aan.
De zaak draait om het gebruik van Europees Parlementsgeld. Volgens justitie werd gedurende meerdere jaren Europees geld, dat bedoeld was voor parlementaire medewerkers, gebruikt om partijmedewerkers van het Rassemblement National te betalen. Le Pen werd hiervoor in maart 2025 al veroordeeld. Destijds kreeg zij een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan twee jaar voorwaardelijk. Daarnaast werd zij voor vijf jaar uitgesloten van deelname aan verkiezingen. Ook tien partijmedewerkers werden veroordeeld.
Le Pen ging tegen die uitspraak in beroep. Tijdens de behandeling van het hoger beroep eiste het Openbaar Ministerie opnieuw een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan drie jaar onvoorwaardelijk. Die straf zou eveneens onder elektronisch toezicht mogen worden uitgezeten.
















































