Raad van State: asielzoekers met verzonnen verhaal kunnen een tweede kans krijgen

Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen met een verzonnen verhaal, hebben mogelijk alsnog recht op bescherming. Dat heeft de Raad van State geoordeeld. Hoewel ze hun vergunning kwijtraken, betekent dat niet zij automatisch Nederland hoeven te verlaten.
De hoogste bestuursrechter stelt namelijk dat de minister van Asiel en Migratie na het intrekken van de vergunning opnieuw moet beoordelen of de betrokken asielzoeker alsnog recht heeft op bescherming. Daarmee blijft er dus een tweede kans bestaan voor vreemdelingen die eerder met valse verklaringen een vergunning kregen.
De uitspraak draait om een grote fraudezaak rond een juridisch adviseur. Die verkocht jarenlang verzonnen asielverhalen aan vreemdelingen. Voor duizenden euro’s per zaak hielp hij hen aan verklaringen over vervolging vanwege geloof of seksuele geaardheid.
Vergunning op basis van leugens
De zaak kwam aan het licht nadat een tolk bij de politie melding maakte van de praktijken van de adviseur. Daarna bleek dat de man op grote schaal betrokken was geweest bij asielaanvragen.
Volgens de rechtbank vroeg hij tussen de 2000 en 7000 euro per zaak. Hij verzon verhalen voor zijn cliënten, hielp hen die verhalen instuderen en zette informatie online om de verklaringen geloofwaardiger te maken.
Het Openbaar Ministerie concludeerde dat de verhalen over vervolging vanwege geloof of geaardheid niet klopten. De adviseur verdiende volgens de rechtbank tonnen met zijn diensten. In 2023 werd hij veroordeeld tot vier jaar cel voor mensensmokkel.
Na de ontdekking van de fraude werden ruim honderd al verleende verblijfsvergunningen opnieuw bekeken. Daarbij kwamen onder meer twee dossiers naar voren van Iraanse gezinnen die in 2017 asiel hadden gekregen. Omdat zij waren geholpen door de veroordeelde adviseur, trok de minister hun vergunningen in.
Raad van State geeft minister deels gelijk
De Raad van State vindt dat de minister een asielvergunning mag intrekken als later blijkt dat het asielmotief is verzonnen. De rechter formuleert dat duidelijk: “De minister van Asiel en Migratie mag een asielvergunning intrekken als hij erachter komt dat een asielzoeker zijn asielmotief heeft verzonnen en heeft gebaseerd op valse verklaringen.”
Daarmee krijgt de overheid ruimte om op te treden tegen fraude in asielprocedures. Een vergunning hoeft dus niet in stand te blijven wanneer die is verkregen op basis van leugens.
Maar de uitspraak bevat ook een belangrijke beperking. De minister mag het dossier niet simpelweg sluiten na het vaststellen van fraude. Hij moet opnieuw bekijken of de betrokken asielzoeker op andere gronden alsnog bescherming nodig heeft.
Tweede kans na bedrog
Dat maakt de uitspraak politiek gevoelig. De Raad van State bevestigt weliswaar dat fraude gevolgen mag hebben, maar bepaalt tegelijk dat een liegende asielzoeker niet automatisch zijn verblijfsrecht verliest.
Zelfs als het oorspronkelijke asielverhaal is verzonnen, moet de overheid opnieuw toetsen of iemand bij terugkeer gevaar loopt. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe omstandigheden, veranderde situaties in het land van herkomst of andere persoonlijke redenen.
In de praktijk betekent dit dat een frauduleuze asielaanvraag kan leiden tot intrekking van de vergunning, maar niet zonder vervolgprocedure. Voorstanders zullen zeggen dat Nederland internationale bescherming moet blijven bieden aan wie werkelijk gevaar loopt. Critici zullen vooral zien dat liegen niet definitief wordt afgestraft, maar kan uitlopen op een nieuwe beoordeling.
Fraude legt zwakke plek bloot
De zaak laat een kwetsbare kant van het asielsysteem zien. Veel aanvragen draaien om persoonlijke verklaringen. Het gaat vaak om bekering, geloof, seksuele gerichtheid of politieke vervolging. Juist dat soort verhalen is lastig hard te controleren.
De veroordeelde adviseur maakte daar gebruik van. Hij bouwde volgens de rechtbank een lucratieve handel op rond verzonnen verklaringen. Asielzoekers betaalden duizenden euro’s voor een verhaal dat hun kans op verblijf moest vergroten.
Dat ruim honderd dossiers opnieuw moesten worden onderzocht, toont hoe groot de schade kan zijn wanneer fraude pas jaren later aan het licht komt. In de tussentijd hebben betrokkenen vaak al een bestaan opgebouwd in Nederland.


















































