Orbán roept Oekraïense ambassadeur op het matje na verdenking verkiezingsinmenging

Hongarije heeft de Oekraïense ambassadeur ontboden vanwege verdenkingen van inmenging in de Hongaarse verkiezingen. Premier Viktor Orbán maakte dat bekend op maandag 26 januari. Dit volgt op eerdere uitspraken van Orbán waarin hij stelde dat Oekraïne probeert invloed uit te oefenen op kiezers om steun te krijgen voor een pro-Oekraïense kandidaat.
Orbán gaf opdracht aan minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó om de ambassadeur op het ministerie te laten verschijnen. Aanleiding zijn aanvallen en dreigementen van Oekraïense politieke leiders richting Hongarije en de Hongaarse regering.
‘Grove en bedreigende boodschappen’
In een video op X zei Orbán dat Hongarije reageert op gebeurtenissen van de afgelopen week. Oekraïense leiders, onder wie de president, zouden volgens hem ‘grof beledigende en bedreigende boodschappen’ hebben gestuurd. Op X schreef Orbán: ‘We zullen niet toestaan dat iemand de soevereiniteit van Hongarije of de integriteit van onze verkiezingen in gevaar brengt. Vandaag heb ik minister Szijjártó opdracht gegeven om de Oekraïense ambassadeur in Hongarije te ontbieden.’
De spanningen liepen verder op na uitspraken van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky tijdens het World Economic Forum in Davos. Dat leidde tot een scherpe reactie van Orbán op sociale media. Hij zette daarbij hun posities tegenover elkaar en noemde Zelensky ‘een wanhopige man’.
Orbán zei daarover: ‘U bent een man in een moeilijke situatie die vier jaar lang niet in staat of niet bereid is geweest om een oorlog te beëindigen. Ondanks dat de president van de Verenigde Staten hem alle hulp geeft die hij kan.’
Hongarije wil buiten de oorlog blijven
De Hongaarse premier benadrukte opnieuw dat zijn regering de oorlogsinspanningen van Oekraïne niet zal steunen. Tegelijk zei hij dat Hongarije hulp blijft bieden aan de Oekraïense bevolking. Zo blijft het land elektriciteit en brandstof leveren en helpt het vluchtelingen die uit Oekraïne aankomen.
Volgens Orbán hebben de Hongaarse veiligheidsdiensten de recente gebeurtenissen onderzocht. Zij zouden hebben vastgesteld dat de aanvallen deel uitmaken van een gecoördineerde Oekraïense poging om zich te mengen in de Hongaarse verkiezingen.
Een kernpunt in de campagne van regeringspartij Fidesz is dat Hongarije buiten de oorlog moet blijven. De verkiezingen staan gepland voor 12 april. De regering herhaalt dat het land niet in het conflict wordt meegesleurd.
De oppositie kiest een andere koers. De Tisza-partij van Péter Magyar zou volgens Orbán bereid zijn om toe te geven aan eisen uit Brussel en de oorlog financieel te steunen. Daarmee ontstaat een scherp contrast tussen regering en oppositie.




















































