Pluimveesector slaat alarm: ‘Voedselzekerheid komt onder druk’

De Nederlandse pluimveesector ziet zijn positie snel verslechteren. Dat zegt brancheorganisatie Nepluvi na een recente ledenvergadering. Volgens voorzitter Gert-Jan Oplaat staat niet alleen de concurrentiekracht onder druk, maar ook de voedselzekerheid van Nederland en Europa, schrijft Pluimveeweb in een uitgebreid verslag.
Tijdens de bijeenkomst in het Gelderse dorp Renkum schetste Oplaat een somber beeld. „De wereld is fundamenteel veranderd,” zei hij. „Conflicten, geopolitieke verschuivingen en economische onzekerheid benadrukken direct het belang van de pluimveesector. Voedselproductie is geen vanzelfsprekendheid meer, maar een strategische noodzaak.”
Toenemende druk van buiten Europa
Volgens de sector neemt de druk vanuit het buitenland snel toe. Vooral import uit landen buiten de Europese Unie groeit. Het gaat onder meer om producten uit China, Oekraïne en landen in Zuid-Amerika.
Die producten worden vaak geproduceerd onder andere regels dan in Europa. Denk aan lagere eisen voor dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid. Dat zorgt volgens Nepluvi voor oneerlijke concurrentie.
Oplaat zegt daarover: „Wij produceren volgens de hoogste standaarden ter wereld, maar moeten concurreren met producten die daar niet aan voldoen. Dat is onhoudbaar en ondermijnt onze voedselzekerheid.”
De sector wijst ook op mogelijke uitbreiding van de Europese Unie met Oekraïne. Volgens Nepluvi vraagt dat om zorgvuldige afwegingen, juist vanwege de impact op de landbouwmarkt. De organisatie pleit ervoor om pluimvee aan te merken als een ‘gevoelige sector’, zodat extra bescherming mogelijk blijft.
Nationale regels maken verschil groter
Niet alleen internationale concurrentie speelt een rol. Ook Nederlands beleid zorgt volgens de sector voor extra druk. Een belangrijk punt is de geplande invoering van strengere regels voor dierenwelzijn, de zogeheten AMvB Dierwaardige Veehouderij. Volgens berekeningen van Wageningen University & Research leidt dat tot een kostenstijging van ongeveer 20 procent op boerderijniveau.
Dat maakt het voor Nederlandse bedrijven moeilijker om te concurreren met andere Europese landen, zoals Duitsland en Polen, waar deze regels niet gelden. De gevolgen kunnen groot zijn. De zelfvoorzieningsgraad, het percentage voedsel dat Nederland zelf produceert, zou volgens de sector dalen van 114 procent naar ongeveer 60 procent.
„Dit soort nationale maatregelen ondermijnt niet alleen het gelijke speelveld in Europa, maar brengt ook onze voedselzekerheid in gevaar,” zegt Oplaat. „Als we onze eigen productie afbouwen, worden we steeds afhankelijker van import uit landen met lagere standaarden.”
Oproep aan de politiek
De sector roept het nieuwe kabinet op om andere keuzes te maken. Volgens Nepluvi moet de focus liggen op het versterken van de eigen voedselproductie en het beschermen van de markt.
De organisatie pleit onder meer voor het schrappen van extra nationale regels bovenop Europees beleid. Ook moet er volgens hen een gelijk speelveld komen binnen de EU en moet voedselzekerheid nadrukkelijk als strategisch belang worden gezien.
Daarnaast waarschuwt de sector voor groeiende afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers. „Als Nederland en Europa hun eigen voedselproductie verzwakken, worden we afhankelijker van instabiele regio’s,” aldus Oplaat.
Sector ziet als oplossing
Ondanks de zorgen benadrukt de brancheorganisatie dat de pluimveesector juist een belangrijke rol kan spelen in de toekomst. Volgens Nepluvi levert de sector een bijdrage aan betaalbaar en relatief duurzaam voedsel. Tegelijk wil de sector blijven investeren in innovatie en dierenwelzijn.
Daarvoor is volgens de organisatie wel stabiel beleid nodig. „De Europese pluimveesector is geen probleem, maar onderdeel van de oplossing,” besluit Oplaat. „Wij willen blijven investeren in innovatie, dierenwelzijn en duurzaamheid maar dat kan alleen met realistisch en consistent beleid.”



















































