Azc-dwang laat diepe sporen na in Tubbergen: ‘Ons vertrouwen in de democratie is verdwenen’

Vier jaar nadat het Rijk asielopvang in het Twentse Albergen afdwong, is de rust rond het azc grotendeels teruggekeerd. De gevreesde grote problemen met bewoners lijken vooralsnog beperkt. Toch is de kwestie voor sommige omwonenden allesbehalve afgesloten. Niet de asielzoekers, maar vooral de manier waarop de opvang tot stand kwam, zorgt nog altijd voor boosheid. Dit meldt De Telegraaf.
Lees ook

D66-Kamerlid wil alle 60.000 Ceuta-bestormers in procedure nemen: "Europa is een rechtsstaat"
Die ervaring krijgt opnieuw betekenis nu het kabinet gemeenten waarschuwt die onvoldoende opvangplekken regelen. Asielminister Van den Brink heeft aangekondigd dat het Rijk komende herfst dwang kan inzetten bij zogenoemde weigergemeenten. Door de Spreidingswet moeten gemeenten naar rato van hun inwonertal bijdragen aan de opvang.
Tubbergen weet inmiddels hoe zo'n ingreep kan uitpakken. In 2022 kondigde het kabinet aan dat hotel ’t Elshuys in Albergen gebruikt zou worden voor de opvang van asielzoekers. Aanvankelijk ging het om 300 mensen. Dat leidde tot felle protesten, juridische procedures en onrust in het dorp. Bij acties werd onder meer vuurwerk afgestoken en brand gesticht.
Uiteindelijk opende de locatie in 2024 voor 150 asielzoekers. De situatie rond het azc is sindsdien aanzienlijk rustiger geworden. In de eerste drie maanden van dit jaar registreerde de gemeente 26 meldingen van omwonenden. Die gingen volgens de beschikbare gegevens vooral over geluid van spelende kinderen en bewoners die aan de verkeerde kant van de weg fietsten.
Bewoners ervaren weinig overlast
Ook enkele mensen die destijds tegen de komst van het azc waren, zeggen nu weinig problemen te ervaren. Buurman Richard Hofhuis deed mee aan de protesten, maar zegt bij De Telegraaf: „Ik heb zelf geen last van asielzoekers.” Zijn weerstand had volgens hem vooral te maken met zijn persoonlijke band met het voormalige hotel, dat ooit door zijn opa werd gebouwd.
Buurtbewoner Brian Oude Nijhuis heeft wel last van geluid vanaf het trapveldje naast zijn tuin. Vooral in de zomer speelt dat. Toch verzette hij zich destijds niet tegen de opvang, vertelt hij aan De Telegraaf. „Leuk is anders, maar ik snap dat mensen die echt hulp nodig hebben ergens moeten blijven. En ik snap ook de weerstand en de angst, want in het nieuws hoor je over asiel alleen maar de ellende en niet wat er goed gaat.”
Ook binnen het azc wordt de huidige situatie als rustiger ervaren. De 30-jarige Syrisch-Koerdische bewoner Karim Ami maakte de protesten mee. Sommige inwoners groeten hem volgens hem nog altijd niet wanneer hij door het dorp fietst. „Maar de meeste mensen zijn aardig. Het is nu rustig.”
Conflict draait volgens tegenstanders om besluitvorming
Voor een groep omwonenden is daarmee echter niet het belangrijkste bezwaar verdwenen. Zij benadrukken dat hun verzet niet primair tegen individuele asielzoekers is gericht, maar tegen de wijze waarop overheid en gemeente de opvang hebben geregeld.
„Het gaat niet om de overlast”, zegt Henri Veldhof. „Het gaat erom hoe dit tot stand is gekomen, namelijk ondemocratisch en onrechtmatig. De gemeenteraad is door het Rijk onder druk gezet om akkoord te gaan. Daar kunnen die asielzoekers niks aan doen, maar wij ook niet.”
Veldhof strijdt samen met andere inwoners via de stichting Democratisch Recht Noord-Oost Twente tegen de besluitvorming. Een eerdere poging om de vergunning voor het azc bij de rechter aan te vechten leverde geen succes op. De stichting wil de kwestie nu aan de Raad van State voorleggen.
Volgens Veldhof heeft de gang van zaken blijvende schade veroorzaakt. „Ons vertrouwen in de democratie is verdwenen.”
Zorgen over einddatum
Ook omwonende Julian Nijenhuis blijft kritisch. De overeenkomst tussen de gemeente en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers loopt volgens de berichtgeving tot 2032. Hij vindt dat onvoldoende duidelijk is wat daarna gebeurt. „Toch wil de gemeente geen harde einddatum noemen. En daar zijn ze dan weer niet eerlijk over.”
Nijenhuis kijkt daarbij naar de situatie in het Friese Balk, waar een conflict is ontstaan over het openhouden van een azc en eerder gemaakte afspraken. Voor hem roept dat een bredere vraag op over de positie van gemeenten tegenover het Rijk. „Wat heb je als lokaal bestuur dan überhaupt nog te zeggen als je je uiteindelijk altijd bij de wil van het Rijk moet neerleggen?”
Daarmee laat Albergen vier jaar na het begin van de crisis een dubbel beeld zien. De dagelijkse overlast rond de opvang lijkt kleiner dan sommige tegenstanders destijds vreesden. Tegelijkertijd is het conflict over inspraak, lokale zeggenschap en overheidsdwang voor een deel van het dorp nog lang niet voorbij. Juist nu andere gemeenten mogelijk met gedwongen opvang te maken krijgen, komt die discussie opnieuw op tafel.


























































