Toezichthouder waarschuwt: AIVD tapt steeds meer data af

De toezichtscommissie TIB uit stevige zorgen over het werk van de Nederlandse inlichtingendiensten AIVD en MIVD. Volgens de commissie is de inbreuk op de grondrechten van burgers toegenomen door het aftappen van glasvezelkabels. Dat staat in het nieuwe jaarverslag. Via glasvezelkabels loopt het grootste deel van de moderne communicatie. Het gaat om e-mails, appberichten en videogesprekken, maar ook om internetgebruik en online activiteiten. Sinds een wetswijziging in 2017 mogen de diensten deze datastromen onderscheppen.
De TIB constateert dat de inzet van deze bevoegdheid de afgelopen jaren is uitgebreid. Er zijn meer toegangspunten waar data wordt afgetapt. Ook zijn er meer teams actief met deze vorm van interceptie. De hoeveelheid verzamelde gegevens is daardoor sterk toegenomen.
Volgens de toezichthouder gaat dit gepaard met het verzamelen van grote hoeveelheden data van zowel personen als organisaties. Daarbij gaat het vaak om ongerichte onderschepping van meerdere datastromen tegelijk. De commissie merkt op dat dit leidt tot een brede inbreuk op de privacy. Het gaat niet alleen om doelwitten van de diensten, maar ook om mensen en bedrijven die zelf geen directe bedreiging vormen.
Naast de groeiende schaal van het aftappen plaatst de TIB vraagtekens bij de effectiviteit. De opbrengst van deze vorm van dataverzameling blijft volgens de commissie achter. In het jaarverslag staat dat de verhouding tussen de inbreuk op grondrechten en de resultaten uit balans is. De commissie vergelijkt de opbrengst met die van een gerichte hackoperatie en concludeert dat die laatste vaak meer oplevert. Dat roept vragen op over de noodzaak van grootschalige interceptie. Zeker omdat het gaat om gegevens van grote groepen mensen die geen direct doelwit zijn.
Door dreigingen uit landen als Rusland en China hebben de diensten extra ruimte gekregen. Onder een tijdelijke wet kunnen zij sneller en met minder beperkingen data verzamelen. Die wet moet het mogelijk maken om sneller te reageren op digitale aanvallen. Toch blijkt uit het jaarverslag dat deze wet slechts in een klein deel van de gevallen wordt gebruikt. Van de ruim 4600 aanvragen had slechts 1,5 procent betrekking op deze tijdelijke regeling.
De TIB beoordeelt alle aanvragen van de diensten om bevoegdheden in te zetten. In 2025 werd het overgrote deel goedgekeurd. Ongeveer 96 procent van de aanvragen kreeg toestemming.
Toch worden er nog regelmatig verzoeken afgewezen. In 1,3 procent van de gevallen oordeelde de toezichthouder dat een aanvraag niet rechtmatig was, zelfs na aanpassingen. Dat betekent dat wekelijks een inzet van bevoegdheden wordt tegengehouden. Een deel van deze afwijzingen heeft betrekking op het verzamelen van informatie over zogenoemde ‘non-targets’. Dat zijn personen of organisaties die geen directe bedreiging vormen, maar mogelijk wel relevante informatie hebben.




















































